Short Reads

Wetsvoorstel organisatie hoogste bestuursrechtspraak ingetrokken

Wetsvoorstel organisatie hoogste bestuursrechtspraak ingetrokken

Wetsvoorstel organisatie hoogste bestuursrechtspraak ingetrokken

21.11.2016 NL law

De regering heeft het wetsvoorstel Wet organisatie hoogste bestuursrechtspraak op 16 november 2016 ingetrokken. Aanleiding daarvoor is dat de regering zich niet kon verenigen met een aantal door de Tweede Kamer aangenomen amendementen, omdat die niet met de essentie van het wetsvoorstel verenigbaar zijn.

Achtergrond en kern van het wetsvoorstel

Het wetsvoorstel was een uitwerking van een passage uit het regeerakkoord Bruggen slaan uit 2012 van coalitiepartners VVD en PvdA. In dit regeerakkoord stond namelijk de tekst: “De Raad van State wordt gesplitst in een rechtsprekend deel en een adviserend deel. Het rechtsprekende gedeelte wordt samengevoegd met de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het Bedrijfsleven.” Lange tijd was onduidelijk hoe deze passage concreet uitgewerkt zou worden. Uiteindelijk heeft deze passage geleid tot het wetsvoorstel Wet organisatie hoogste bestuursrechtspraak.

Het wetsvoorstel beoogde in de kern de volgende vier zaken te regelen:

  • het College van Beroep voor het bedrijfsleven zou worden opgeheven;
  • de Centrale Raad van Beroep zou worden opgeheven;
  • de rechtsmacht van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zou worden uitgebreid met de zaken die nu vallen onder het College van Beroep voor het bedrijfsleven;
  • de zaken die nu vallen onder de Centrale Raad van Beroep zouden overgaan naar de gerechtshoven, met de mogelijkheid van cassatie bij de Hoge Raad.

Met deze wijzigingen wilde de regering het stelsel van bestuursrechtspraak overzichtelijker maken en de rechtseenheid bevorderen.

De achtergrond en de kern van het wetsvoorstel zijn al eerder en meer uitgebreid in een Stibbeblogbericht aan de orde gekomen.

Aanleiding intrekking wetsvoorstel

De aanleiding voor de regering om het wetsvoorstel in te trekken, is erin gelegen dat de Tweede Kamer een aantal amendementen heeft aangenomen die de regering met klem had ontraden.

Het gaat hier in de eerste plaats om een amendement dat ertoe strekt dat de leden van de grondwettelijke Raad van State niet in de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kunnen worden benoemd. De regering had dit amendement ontraden omdat het afbreuk doet aan de waarborging van de eenheid van de Raad van State  en omdat de gelijkwaardigheid van de Afdeling advisering en de Afdeling bestuursrechtspraak erdoor in het geding komt.

In de tweede plaats is een amendement aangenomen dat ertoe strekt om de rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep onder te brengen bij een nieuw gerechtshof, genaamd ‘Sociaal bestuursrechtelijk gerechtshof’. Volgens de regering is dit amendement in strijd de keuzes die de wetgever eerder heeft gemaakt bij de herziening van de gerechtelijke kaart. Elk gerechtshof is in staat om alle specialisaties zelfstandig te behandelen. Er is volgens de regering geen reden om hiervan af te wijken voor delen van de bestuursrechtspraak.

Ten slotte heeft de regering afgeraden een amendement dat ertoe strekt de rechtspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven te concentreren bij het Gerechtshof Den Haag. De reden daarvoor is dat dit amendement in strijd is met het uitgangspunt van het wetsvoorstel.

De bezwaren tegen deze amendementen zijn voor de regering zo zwaarwegend dat zij er de voorkeur aan heeft gegeven het wetsvoorstel in te trekken.

Wat nu? Rechtseenheidsvoorziening blijft noodzakelijk

De vraag rijst welke gevolgen de intrekking van het wetsvoorstel heeft. Liggen alle opties nu weer open? Een belangrijk nadeel van de huidige inrichting van de bestuursrechtspraak met vier hoogste bestuursrechters is dat er risico’s bestaan voor de rechtseenheid. Het gaat hier zowel om rechtseenheid  binnen het bestuursrecht, als om rechtseenheid tussen het bestuursrecht en de andere rechtsgebieden, zoals het privaatrecht en het strafrecht. Het ingetrokken wetsvoorstel beoogde nu juist onder meer de rechtseenheid te bevorderen.

In augustus 2016 heeft de Commissie rechtseenheid bestuursrecht in het licht van het wetsvoorstel Wet organisatie hoogste bestuursrechtspraak voorstellen gedaan ter bevordering van de rechtseenheid in het (bestuurs)recht. De commissie stelde een gedifferentieerde aanpak voor. De regering was voornemens de voorstellen van de commissie over te nemen door die deel te laten uitmaken aan het wetsvoorstel tot invoering van de Wet organisatie hoogste bestuursrechtspraak. Nu het wetsvoorstel Wet organisatie hoogste bestuursrechtspraak is ingetrokken, zal een dergelijke invoeringswet achterwege blijven.

Hierdoor blijft de bestaande lacune in een noodzakelijke rechtseenheidsvoorziening binnen het bestuursrecht bestaan. Het verdient aanbeveling dat een dergelijke voorziening alsnog wordt gerealiseerd. De voorstellen gedaan door de Commissie rechtseenheid bestuursrecht kunnen daarbij dienstbaar zijn.

Het advies van de Commissie rechtseenheid bestuursrecht is meer uitgebreid besproken in een blogbericht van Tom Barkhuysen.

Team

Related news

12.02.2020 NL law
Het oproepen en horen van getuigen in het bestuursrecht: hoe zit het ook al weer?

Short Reads - Het oproepen van getuigen en het horen daarvan ter zitting door de bestuursrechter heeft de Hoge Raad in zijn arrest van 15 november 2019 overzichtelijk in kaart gebracht. Dat arrest, dat door de belastingkamer in een bestuurlijke boetezaak is gewezen, is ook voor andere terreinen van het bestuursrecht van belang. Mede ook omdat het horen van getuigen buiten het fiscale bestuursrecht nog in de kinderschoenen staat. In dit bericht bespreken we daarom de mogelijkheden die er bestaan om getuigen te (laten) oproepen en hoe de bestuursrechter daarmee moet omgaan.

Read more

07.02.2020 BE law
Het finale Belgische ‘nationaal energie- en klimaatplan’ en de Belgische langetermijnstrategie: het geduld van de Commissie op de proef gesteld?

Articles - Op 31 december 2019 diende België, nog net op tijd, zijn definitieve nationaal energie- en klimaatplan (NEKP) in bij de Commissie. Het staat nu al vast dat het Belgische NEKP niet op applaus zal worden onthaald door de Commissie. Verder laat ook de Belgische langetermijnstrategie op zich wachten. Wat zijn de gevolgen?

Read more

12.02.2020 NL law
Omgevingsrecht en mobiliteit: hoe werkt het afwijken van parkeernormen in bestemmingsplannen?

Short Reads - Op grond van artikel 3.1.2, tweede lid, Bro kan een bestemmingsplan ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening regels bevatten waarvan de uitleg bij de uitoefening van een daarbij aangegeven bevoegdheid afhankelijk wordt gesteld van beleidsregels. Van deze mogelijkheid maken gemeenteraden in hun bestemmingsplannen vaak gebruik als het gaat om parkeernormen

Read more

06.02.2020 BE law
“Eindelijk” een modernisering van het goederenrecht: de praktische impact op de juridische structurering van vastgoedprojecten

Articles - De juridische structurering van vastgoedprojecten verloopt vandaag nog steeds langs de krijtlijnen zoals in 1804 uiteengezet door de Napoleontische wetgever in het Burgerlijk Wetboek, aangevuld met bijzondere wetten (waarvan best gekend de wetten van 10 januari 1824 over het recht van opstal en het recht van erfpacht, resp. “Opstalwet” en “Erfpachtwet”). Thans – bijna 200 jaar later –  is een nieuw Burgerlijk Wetboek in opmaak.

Read more

12.02.2020 NL law
Van inspraakverordening naar participatieverordening op decentraal niveau

Short Reads - De regering stelt voor om de reikwijdte van de decentrale inspraakverordeningen te vergroten naar de uitvoering en evaluatie van decentraal beleid. Dat staat in een conceptwetsvoorstel dat op 9 december 2019 ter internetconsultatie is voorgelegd. Het conceptwetsvoorstel beoogt een wijziging van onder meer de Gemeentewet, de Provinciewet en de Waterschapswet.

Read more

24.01.2020 NL law
Can the government refrain from imposing enforcement measures if it is not within the offender’s power to comply with a standard?

Short Reads - What should be done if a stakeholder makes a request to the government for enforcement to rectify violations in a scenario where the offender does not have full power to comply because of a reliance on third parties? The Administrative Division of the Dutch Council of State ruled on 23 January 2019 that an administrative body cannot simply reject an enforcement request in such a situation, but must consider whether, for example, the imposition of an order subject to a penalty payment may provide an incentive for the actual termination of the violation.

Read more

This website uses cookies. Some of these cookies are essential for the technical functioning of our website and you cannot disable these cookies if you want to read our website. We also use functional cookies to ensure the website functions properly and analytical cookies to personalise content and to analyse our traffic. You can either accept or refuse these functional and analytical cookies.

Privacy – en cookieverklaring