Short Reads

Een wolk van een bouwplan: vergunningvrije delen niet zonder risico op te nemen in een aanvraag

Een wolk van een bouwplan: vergunningvrije delen niet zonder risico op te nemen in een aanvraag

Een wolk van een bouwplan: vergunningvrije delen niet zonder risico op te nemen in een aanvraag

24.03.2015 NL law

Bij grote verbouwingen komt het vaak voor dat voor een deel van de verbouwing een omgevingsvergunning nodig is en dat een deel vergunningvrij is. Welke onderdelen moet een aanvrager dan in zijn bouwplan en aanvraagformulier aangeven? Een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 4 maart 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:640) geeft hier antwoord op. Daarnaast gaat de Afdeling ook in op de recente wijziging van het Besluit omgevingsrecht op 1 november 2014.

Het bouwplan

In Sassenheim wil iemand zijn woning veranderen en vergroten. Op de bij de aanvraag behorende bouwtekening zijn delen van het bouwplan met wolkjes omcirkeld. Deze delen zijn volgens de aanvrager omgevingsvergunningvrij.

Het college heeft de met wolkjes omcirkelde onderdelen van het bouwplan niet betrokken bij de beoordeling van de aanvraag om omgevingsvergunning en dus ook niet getoetst aan de weigeringsgronden uit de Wabo.

Kan een bouwplan worden gesplitst in een omgevingsvergunningvrij en een omgevingsvergunningplichtig gedeelte?

Als hoofdregel geldt dat splitsing van een bouwplan dat uit verschillende onderdelen bestaat in beginsel niet mogelijk is. Het bouwplan dient als één geheel te worden beschouwd. Een bouwplan kan alleen worden gesplitst indien het bestaat uit onderdelen die in functioneel en bouwkundig opzicht van elkaar kunnen worden onderscheiden.

In de hier centraal staande uitspraak van de Afdeling is de vraag aan de orde of een atelier/hobbyruimte kan worden onderscheiden van de rest van het bouwplan. De Afdeling oordeelt dat dit het geval is. De atelier/hobbyruimte heeft weliswaar een deuropening naar de woonkamer en de bouwhoogte van de ruimte is gelijk aan de woonkamer, maar omdat de onderdelen van het bouwplan constructief niet met elkaar zijn verbonden en afzonderlijk van elkaar kunnen worden uitgevoerd, is de atelier/hobbyruimte in bouwkundig opzicht te onderscheiden van de woonkamer. Ook in functioneel opzicht is de ruimte te onderscheiden van de voorziene woonkamer. Hierbij acht de Afdeling de door de aanvrager in het kader van de aanvraagprocedure aan het college gegeven (nadere) informatie over het voorgenomen gebruik van de desbetreffende ruimte van belang. Op basis van deze informatie kon het college ervan uitgaan dat deze zal worden gebruikt als atelier/hobbyruimte en derhalve in functioneel opzicht los is te zien van de woonkamer.

De atelier/hobbyruimte kon dus worden gesplitst van het overige deel van het bouwplan.

Vergunningvrije delen hoeven niet in het bouwplan worden aangegeven

De Afdeling stelt voorop dat als de aanvrager onderdelen van een bouwplan buiten de aanvraag wil laten, omdat deze volgens hem vergunningvrij kunnen worden gebouwd, hij dat kan doen door deze onderdelen niet in een aanvraag op te nemen.

Hoe kunnen vergunningvrije delen toch worden opgenomen in het bouwplan en in de aanvraag?

Als vergunningvrije onderdelen toch in een aanvraag worden opgenomen dan dient uit de aanvraag onmiskenbaar te blijken voor welke onderdelen van het bouwplan wel en waarvoor geen omgevingsvergunning wordt aangevraagd en wat de oppervlakte is van het bouwplan waarvoor vergunning wordt gevraagd. Dit is nodig uit een oogpunt van rechtszekerheid van derden en ter bepaling van wat het oorspronkelijk hoofdgebouw is.

De enkele vermelding op de bouwtekening dat de met wolkjes omcirkelde onderdelen van het bouwplan omgevingsvergunningvrij zijn, is daarvoor niet afdoende, aldus de Afdeling. Op het aanvraagformulier en de bouwtekeningen moet exact en uitdrukkelijk worden weergegeven welke onderdelen buiten de aanvraag worden gelaten.

Wat moet het bestuursorgaan doen als vergunningvrije delen toch worden opgenomen in het bouwplan en in de aanvraag?

Als onderdelen van een bouwplan buiten de aanvraag om omgevingsvergunning worden gelaten, dient uit een oogpunt van rechtszekerheid uit de omgevingsvergunning te blijken welke onderdelen het bestuursorgaan niet bij de beoordeling van de aanvraag heeft betrokken en niet zijn vergund. In dit geval had het college ten onrechte volstaan met een globale omschrijving van het bouwplan in de omgevingsvergunning. Het besluit is daarom onvoldoende gemotiveerd en onzorgvuldig tot stand gekomen.

Wijziging van het Besluit omgevingsrecht: de fictieve krijtstreep

Op 1 november 2014 is het Besluit omgevingsrecht (Bor) gewijzigd in verband met het permanent maken van de Crisis- en herstelwet (Stb. 2014/333). Met deze wijziging zijn de mogelijkheden voor het vergunningvrij bouwen van bijbehorende bouwwerken op het achtererf verruimd. Naast het bijbehorende bouwwerk zelf, kan nu ook de uitbreiding ervan zonder omgevingsvergunning worden gerealiseerd. Het is dus mogelijk dat een bijbehorend bouwwerk wordt gebouwd, waarvan een gedeelte omgevingsvergunningplichtig is en een deel vergunningvrij. Dit geldt ook als de bouwdelen zich niet bouwkundig en functioneel laten onderscheiden: aan de hand van een ‘fictieve krijtstreep’ kan een scheiding tussen de bouwdelen worden aanbracht en kan beoordeeld worden of de desbetreffende delen van het bijbehorend bouwwerk voldoen aan de voorschriften die daarvoor gelden (Stb. 2014/333, p. 35-36).

De wijziging van het Bor brengt volgens de Afdeling kennelijk een wijziging aan in de wijze waarop een bouwaanvraag zoals die in deze procedure aan de orde is, beoordeeld moet worden. Wat de precieze gevolgen van de wijziging zijn, acht zij echter niet direct duidelijk:

Gelet op de vragen die de wijziging van de tekst van het Bor en de daarop gegeven toelichting, in onderling verband bezien, oproepen alsmede de vraag hoe een fictieve ‘krijtstreep’ zich verhoudt tot de toetsing aan de eisen van het Bouwbesluit en de welstandsvereisten, is niet zonder meer duidelijk welke de gevolgen moeten zijn van de wijziging van het Bor voor het nieuw te nemen besluit.

In het voorliggende geval geeft zij het college drie mogelijkheden om tot een nieuw besluit te komen. Het college kan óf op een nieuw in te dienen aanvraag beslissen, óf beslissen op de op ondergeschikte delen aangepaste oorspronkelijke aanvraag óf na herroeping van de reeds verleende vergunning met toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure beslissen op de oorspronkelijke aanvraag.

Bij elk van deze opties blijft het eerder door de Afdeling overwogene van belang: uit de aanvraag dient onmiskenbaar te blijken voor welke delen van het plan wel en voor welke delen geen omgevingsvergunning is vereist. De taak ligt dus bij de aanvrager om de door hem ingediende aanvraag zo specifiek mogelijk te maken.

Het bericht ‘Een wolk van een bouwplan: vergunningvrije delen niet zonder risico op te nemen in een aanvraag‘ is een bericht van Stibbeblog.nl.

 

Related news

17.07.2020 BE law
Gedogen van een bouwovertreding in een dading. Hof van Cassatie zegt: nietig

Articles - Een dadingsovereenkomst waarin een partij zich ertoe verbindt om de bouwovertredingen van de contractspartij te gedogen, heeft een ongeoorloofde oorzaak. Met een dergelijke overeenkomst beogen de contractspartijen immers om een met de openbare orde strijdige toestand - de bouwovertredingen - in stand te houden. De overeenkomst is in haar geheel behept met een ongeoorloofde oorzaak en aldus nietig. Als één van de partijen zijn leveringsverbintenis niet nakomt, kan de andere partij dan ook geen schadevergoeding vorderen.

Read more

09.07.2020 NL law
Position paper: a more circular carpet industry in the Netherlands

Articles - Currently only 1-3% of European carpet waste is recycled. Together with Maurits de Munck, Ida Mae de Waal and Chris Backes (Utrecht University), Valérie van 't Lam has produced a position paper featuring recommendations for the European Commission on a more ‘circular’ carpet industry in the Netherlands. This position paper was commissioned by Excess Materials Exchange.

Read more

21.07.2020 NL law
Vestigingsbeleid datacenters gemeente Amsterdam 2020 – 2030 vrijgegeven voor inspraak

Short Reads - Van 1 juli tot 31 augustus 2020 legt de gemeente Amsterdam het Vestigingsbeleid Datacenters gemeente Amsterdam 2020 - 2030 ter inzage voor inspraak. Na de inspraakperiode wordt het vestigingsbeleid ter vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad. In dit blog bespreken wij de hoofdlijnen van het vestigingsbeleid: nieuwe datacenters zijn onder strenge voorwaarden en op beperkte schaal welkom in gemeente Amsterdam. Met dit beleid wordt vervolg gegeven aan het voorbereidingsbesluit datacenters, dat ook in dit bericht wordt besproken.

Read more

09.07.2020 NL law
ACM geeft bedrijven meer ruimte om samen te werken voor klimaat- en milieudoelen

Short Reads - De Autoriteit Consument & Markt (ACM) wil dat Nederlandse bedrijven meer ruimte krijgen om samen te werken op het gebied van duurzaamheid. Vooral voor het bereiken van klimaatdoelen, zoals de vermindering van CO2-uitstoot, krijgen bedrijven meer mogelijkheden om onderling afspraken te maken zonder de concurrentieregels te overtreden. Dat staat in de (concept) leidraad ‘duurzaamheidsafspraken’ van de ACM.

Read more