Short Reads

WhatsApp- en sms-berichten vallen onder Wet openbaarheid van bestuur

WhatsApp- en sms-berichten vallen onder Wet openbaarheid van bestuur

WhatsApp- en sms-berichten vallen onder Wet openbaarheid van bestuur

15.12.2017 NL law

De Rechtbank Midden-Nederland heeft in een uitspraak van 28 november 2017 (ECLI:NL:RBMNE:2017:5979) voor het eerst geoordeeld dat ook WhatsApp- en sms-berichten onder de reikwijdte van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) vallen.

De Wob is van toepassing op documenten (art. 3 lid 1 Wob). Kern van de zaak is  of WhatsApp- en sms-berichten vallen onder de definitie van 'document' in de zin van de Wob. Een document is volgens artikel 1 aanhef en onder a Wob 'een bij een bestuursorgaan berustend schriftelijk stuk of ander materiaal dat gegevens bevat'. De rechtbank oordeelt dat WhatsApp- en sms-berichten aan deze definitie voldoen. Hierna worden de verschillende elementen die het documentbegrip bepalen uiteengezet en wordt weergegeven hoe de rechter daarover voor WhatsApp- en sms-berichten oordeelt.

Schriftelijk stuk of ander materiaal dat gegevens bevat

De rechtbank gaat allereerst in op de vraag of WhatsApp- en sms-berichten kunnen worden aangemerkt als 'schriftelijk stuk of ander materiaal dat gegevens bevat'. Die vraag beantwoordt de rechtbank  positief. Telefoongesprekken vallen niet onder de Wob. Wat is dan het verschil met WhatsApp- en sms-berichten? Volgens de rechtbank vervullen WhatsApp- en sms-berichten weliswaar dezelfde functie als telefoongesprekken, maar WhatsApp- en sms-berichten zijn, anders dan telefoongesprekken, vastgelegd. Overigens vallen schriftelijke verslagen van telefoongesprekken wel onder de Wob. Ook ziet de rechtbank geen relevant onderscheid met e-mails, die wel al onder de reikwijdte van de Wob zijn gebracht. Het 'vluchtigere' karakter van WhatsApp- en sms-berichten vergeleken met e-mails, is geen reden om daar anders over te denken. 'Alledaags gebabbel' in WhatsApp- en sms-berichten houdt geen 'bestuurlijke aangelegenheid' in en valt om die reden niet onder de Wob, aldus de rechtbank.

Bij een bestuursorgaan berustend

In de tweede plaats beoordeelt de rechtbank of WhatsApp- en sms-berichten wel bij een bestuursorgaan berusten. Ook die vraag beantwoordt de rechtbank bevestigend. Interessant is dat de rechtbank van oordeel is dat de documenten niet hoeven te staan op de harde schijf of server van het bestuursorgaan. Dat is volgens de rechtbank in de huidige tijd niet meer vol te houden. De techniek van opslaan mag dan ook niet bepalend zijn. Ook wanneer een digitaal document in de cloud is opgeslagen, berust het bij het betreffende bestuursorgaan, aldus de rechtbank.

Vervolgens maakt de rechtbank een onderscheid tussen telefoons met een abonnement op naam van het bestuursorgaan enerzijds en privételefoons van ambtenaren en bestuurders anderzijds. Alleen berichten op telefoons van de eerste categorie berusten volgens de rechtbank bij het bestuursorgaan. Dit oordeel roept enkele vragen op. Hoe moet bijvoorbeeld worden omgegaan met een privételefoon die wel door het bestuursorgaan wordt vergoed? Zou die vergoeding hier bepalend moeten zijn? En wat te denken van een WhatsApp-bericht van een wethouder of ambtenaar inhoudende een bestuurlijke aangelegenheid dat via een privételefoon wordt verstuurd. Valt deze informatie buiten de Wob enkel omdat het bericht is verzonden met een privételefoon? Dit is wel het gevolg van de rechtbankuitspraak. Zou in dit geval niet gekeken moeten worden naar de functionele relatie tussen het bestuursorgaan en (de inhoud van) het bericht? Wellicht dat in deze situatie betoogd kan worden dat de betreffende informatie bij het bestuursorgaan behoort te berusten. Daarvan lijkt in ieder geval sprake te zijn wanneer het bestuursorgaan door gebruik van privételefoons aan de verplichtingen ingevolge de Wob tracht te ontkomen (vergelijk ABRvS 16 april 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AF7374). Het bestuursorgaan zal die informatie dan moeten verzamelen. Hetzelfde zou kunnen gelden voor e-mails vanaf een privé-account.

Voorts rijst de vraag hoe het bestuursorgaan de berichten die via een telefoon zijn verstuurd, gaat achterhalen. Hierbij rijzen netelige privacy- en arbeidsrechtelijke vragen. De rechtbank laat het bij de overweging dat het bestuursorgaan daarvoor 'een methode moet vinden'. In dit geval heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de relevante ambtenaren gevraagd of zij beschikken over informatie over de betrokken bestuurlijke aangelegenheid. Uiteindelijk gaat het er natuurlijk om of het bestuursorgaan rechtens toegang heeft tot de betrokken berichten. Ten slotte is voorstelbaar dat bestuursorganen beleid ontwikkelen over hoe zij omgaan met het versturen van berichten via WhatsApp en sms en dat ook implementeren in de voorwaarden waaronder de zij abonnementen afsluiten of vergoeden.

Team

Related news

27.06.2019 NL law
Stibbe launches website about Digital Economy

Inside Stibbe - Stibbe's Digital Economy group published a new website this week: Stibbedigital.com With this new website we aim to view technological developments including artificial intelligence (AI), blockchain, the Internet of Things, smart mobility and the rise of digital platforms from a legal perspective.

Read more

21.06.2019 NL law
Staatssteun: Real Madrid scoort tegen de Europese Commissie

Short Reads - Op 22 mei 2019 heeft het Gerecht van de Europese Unie ("GvEU" of "Gerecht") een besluit van de Europese Commissie over vermeende staatssteun van circa € 18,4 miljoen aan voetbalclub Real Madrid vernietigd. De staatssteun zou volgens de Europese Commissie zijn verleend in de context van een grondtransactie tussen Real Madrid en de gemeente Madrid.

Read more

25.06.2019 NL law
Herziening van in rechte onaantastbare boetebesluiten: de Centrale Raad van Beroep vult criterium ‘evident onredelijk’ in

Short Reads - In een drietal uitspraken van 7 maart 2019 heeft de Centrale Raad van Beroep (de "Raad") een duidelijk kader geschetst over hoe om te gaan met een verzoek om herziening van een in rechte onaantastbaar boetebesluit op grond van het Boetebesluit socialezekerheidswetten ("Boetebesluit 2013").

Read more

21.06.2019 EU law
Un nouvel arrêt de la Cour de Justice de l'Union européenne en matière d'évaluation des incidences des plans et des programmes!

Articles - Par un arrêt du 12 juin 2019, la Cour de Justice de l’Union européenne a considéré qu’un arrêté bruxellois qui fixe une zone spéciale de conservation (Natura 2000) est bien un plan ou un programme, mais qui n’est pas nécessairement soumis à une évaluation des incidences sur l’environnement. Au détour de cet arrêt, elle a confirmé certains enseignements de sa jurisprudence antérieure.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring