Short Reads

De Tegelen-jurisprudentie in 5 vuistregels samengevat

De Tegelen-jurisprudentie in 5 vuistregels samengevat

De Tegelen-jurisprudentie in 5 vuistregels samengevat

06.03.2015 NL law

Met haar uitspraak van 21 december 1999 (Tegelen) aanvaardde de Afdeling een uitzondering op de hoofdregel dat de vernietiging van een bestemmingsplan terugwerkende kracht heeft. Recent nuanceerde de Afdeling deze uitzondering (Nederweert). Maar deze week paste de Afdeling weer gewoon ‘Tegelen’ toe (Geldermalsen). Het lijkt zo allemaal wel erg ingewikkeld geworden. In deze blog 5 vuistregels voor de praktijk.

De vuistregels worden voorafgegaan door een korte inleiding op de Tegelen-rechtspraak en een samenvatting van enkele relevante uitgangspunten die in algemene zin de basis vormen van ons bestuursprocesrecht.

Over welke gevallen gaat de Tegelen-rechtspraak?

De Tegelen-rechtspraak heeft betrekking op de situatie waarin het college van B en W een bouwvergunning (inmiddels: omgevingsvergunning voor bouwen) verleent op basis van een bestemmingsplan dat nog niet onherroepelijk is. De vraag is telkens of een vernietiging van het bestemmingsplan (het relevante plandeel) door de Afdeling gevolgen heeft voor dat besluit. Preciezer, of de vernietiging meebrengt dat de vergunning (achteraf bezien) niet op het bestemmingsplan had mogen worden gebaseerd en dus voor herroeping of vernietiging in aanmerking komt. Daarbij kan nog onderscheid worden gemaakt tussen vergunningen die met de reguliere procedure en die met afdeling 3.4 Awb worden voorbereid. Tegen de eerste categorie staat bezwaar en vervolgens beroep open, tegen de tweede categorie rechtstreeks beroep. Er is dan geen sprake van een beslissing op bezwaar.

De uitgangspunten

  1. Voor zowel de vergunning als de beslissing op bezwaar is bepalend welk bestemmingsplan van kracht is op het moment dat het betreffende besluit wordt genomen (ex nunc toetsing)
  2. Voor de uitspraak van de rechter over de vergunning of de beslissing op bezwaar is bepalend welk bestemmingsplan van kracht was op het moment dat het betreffende besluit werd genomen (ex tunc toetsing)
  3. De vernietiging van een besluit heeft terugwerkende kracht. Dat geldt ook voor de vernietiging van een besluit tot vaststelling of (vóór 1 juli 2008) goedkeuring van een bestemmingsplan.
  4. Het verzoek om schorsing van het bestemmingsplan heeft alleen schorsende werking als het binnen de beroepstermijn (doorgaans tegelijk met het beroep) wordt ingediend.
  5. En ten overvloede: een vergunning kan niet worden verleend op basis van een bestemmingsplan dat (nog) niet in werking is getreden of is geschorst.

Omdat deze uitgangspunten onderling wringen is de Tegelen-jurisprudentie ontwikkeld.

De filosofie

De Afdeling heeft zich bij mijn weten niet uitgesproken over haar filosofie achter de Tegelen-jurisprudentie, maar ik geloof dat uit het geheel van rechtspraak over het limitatief-imperatieve stelsel van bouwvergunningverlening die filosofie wel is af te leiden. Zij luidt volgens mij als volgt: als een planologisch regime, ook al is dat nog niet onherroepelijk, een harde en definitieve aanspraak geeft op een bouwvergunning, dan kan een latere wijziging van het planologische regime geen afbreuk meer doen aan die aanspraak.

De vuistregels

  1. Als de vergunning op basis van het van kracht zijnde bestemmingsplan verleend of in stand gelaten moet worden, dan kan de rechter deze vergunning niet vernietigen op de grond dat het bestemmingsplan na de vergunningverlening is vernietigd.
  2. Als de beslissing op bezwaar tegen de vergunning wordt genomen na de vernietiging van het bestemmingsplan, dan wordt de vergunning herroepen.
  3. Als de beslissing op bezwaar tegen de vergunning wordt genomen vóór de vernietiging van het bestemmingsplan, dan blijft de vergunning in stand.
  4. Als vóór het indienen van het bezwaarschrift tegen de vergunning een verzoek tot schorsing van het bestemmingsplan wordt ingediend dan mag de beslissing op bezwaar niet worden genomen voordat op het schorsingsverzoek is beslist.
  5. Als ná het indienen van het bezwaarschrift tegen de vergunning een verzoek tot schorsing van het bestemmingsplan wordt ingediend dan mag de beslissing op bezwaar wel worden genomen voordat op het schorsingsverzoek is beslist.

Bij regel 1 is het woordje ‘moet’ belangrijk. Alleen als de vergunning op grond van het limitatief-imperatieve stelsel van art. 2.10 Wabo (vroeger: art. 44 Woningwet) niet mocht worden geweigerd, geldt deze regel. Is er sprake van vergunningverlening met toepassing van een afwijkingsmogelijkheid, dan geldt gewoon de hoofdregel dat met de vernietiging van het bestemmingsplan de grondslag aan de vergunning met terugwerkende kracht is komen te ontvallen. Dat volgt uit de ‘filosofie’ maar is pas recent bevestigd in de reeds genoemde Afdelingsuitspraak van 21 januari 2015 inzake Nederweert, die vele pennen in beweging heeft gebracht.

Regel 2 wijkt niet af van de ‘filosofie’. Het is immers niet de wijziging van het planologische regime die de aanspraak op bouwvergunning teniet doet, maar het feit dat de bouwvergunning in bezwaar heroverwogen moet worden met inachtneming van de feiten en omstandigheden van dat moment (de al genoemde ex nunc toetsing). Zolang er nog bezwaar open staat tegen de vergunning, is de aanspraak dus nog niet definitief. Deze is immers nog voorwerp van een volledige heroverweging.

Tot slot de situatie dat de vergunning met toepassing van art. 2.12 Wabo is verleend en hangende de bezwaarprocedure een bestemmingsplan van kracht wordt dat het bouwplan zonder meer mogelijk maakt (een harde aanspraak verleent). Mijns inziens brengt een redelijke uitleg van vuistregel 4 dan mee de beslissing op bezwaar niet mag worden genomen gedurende de beroepstermijn tegen dat bestemmingsplan. Wordt gedurende die termijn beroep ingesteld en schorsing van het plan gevraagd, dan zal conform regel 4 de beslissing daarop afgewacht moeten worden. Wat dit betekent voor de Voorzitter die het schorsingsverzoek beoordeelt, besprak ik al eens in een annotatie bij ABRvS 2 augustus 2007, BR 2008/53.

Het bericht ‘De Tegelen-jurisprudentie in 5 vuistregels samengevat‘ is een bericht van Stibbeblog.nl.

 

Related news

20.10.2021 NL law
FAQ: What will change with the entry into force of the Woo compared to the Wob? An update

Short Reads - The Open Government Act (“Woo”) is to replace the Government Information (Public Access) Act (“Wob”). The Woo initiative proposal was passed in the Dutch House of Representatives in 2016; see our earlier Stibbeblog. However, the impact analysis that followed showed that the Woo as proposed was potentially impracticable for local governments. This led to amendments to the bill, which was passed by the House of Representatives on 26 January 2021. 

Read more

13.10.2021 NL law
FAQ: Hoe een begrip uit te leggen als een definitie of andere uitleg ervan in de wettelijke regeling ontbreekt?

Short Reads - Hoe een begrip uit te leggen als een definitie of andere uitleg ervan in de wettelijke regeling ontbreekt? Deze vraag komt meer dan eens aan de orde in geschillen en procedures. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beantwoordt deze vraag onder meer in een uitspraak over pleziervaartuigen en woonschepen in de jachthaven te Kaag (25 augustus 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1897).

Read more

20.10.2021 NL law
FAQ: Wat verandert er met de inwerkingtreding van de Woo ten opzichte van de Wob? Een update

Short Reads - De wet open overheid (“Woo”) moet de Wet openbaarheid van bestuur (“Wob”) vervangen. Al in 2016 is het initiatiefvoorstel van de Woo aangenomen in de Tweede Kamer. Hierover kon u eerder een Stibbeblog lezen. De impactanalyse die volgde toonde echter aan dat de Woo zoals voorgesteld mogelijk onuitvoerbaar was voor decentrale overheden. Dit heeft geleid tot wijzigingen in het wetsvoorstel dat op 26 januari 2021 door de Tweede Kamer is aangenomen. 

Read more

13.10.2021 NL law
De hardheidsclausule en ander maatwerk in het licht van de NOW

Short Reads - Uitzonderingen op de NOW zijn volgens de bestuursrechter niet mogelijk door het bewust ontbreken van een hardheidsclausule, maar worden door de minister in bepaalde gevallen wel toegestaan. In dit artikel bespreekt Sandra Putting welke mogelijkheden bestuursorganen en de bestuursrechter hebben om maatwerk te bieden en wordt aan de hand van drie geschilpunten over de NOW beoordeeld hoe die mogelijkheden zijn ingezet of beter hadden kunnen worden ingezet.

Read more

14.10.2021 NL law
Termijn voor het indienen vaststellingsaanvraag NOW-1 loopt af op 31 oktober 2021: strategische handreikingen en juridische aanbevelingen

Short Reads - Op 31 oktober 2021 is het de laatste dag waarop de vaststellingsaanvragen van de NOW-1 subsidie kunnen worden ingediend. Veel werkgevers hebben deze aanvraag al ingediend (en al een vaststellingsbesluit ontvangen) maar ook een aanzienlijk deel van de vaststellingsaanvragen moet nog door het UWV worden ontvangen (zie de Kamerbrief van 20 september 2021). 

Read more