Articles

Het taalgebruik voor private ondernemingen in Vlaanderen versoepeld?

Het taalgebruik voor private ondernemingen in Vlaanderen versoepeld?

Het taalgebruik voor private ondernemingen in Vlaanderen versoepeld?

12.06.2014 BE law

Het Vlaamse decreet van 19 juli 19731 verplicht  private ondernemingen met een exploitatiezetel in het Nederlandse taalgebied (met uitsluiting van de faciliteitengemeenten) om het Nederlands te gebruiken voor hun sociale betrekkingen en voor hun bij wet voorgeschreven “akten en bescheiden van de onderneming”.

Dit Vlaamse taaldecreet werd recent aangepast door een wijzigingsdecreet van 14 maart 2014.2 De concrete aanleiding hiertoe was het arrest van het Hof van Justitie C-202/11 van 16 april 20133. In dit arrest oordeelde het Hof van Justitie dat het beginsel van vrij verkeer van werknemers in de weg staat aan de regeling van de Vlaamse overheid. Vooral de verplichting om ook arbeidsovereenkomsten met een grensoverschrijdend karakter uitsluitend op te stellen in het Nederlands vond het Hof problematisch. Het Hof merkte met name op dat zulke verplichting disproportionele gevolgen kan hebben bij een arbeidsovereenkomst met een grensoverschrijdend karakter, omdat de partijen dan niet noodzakelijkerwijs het Nederlands beheersen. In een dergelijke situatie zou – aldus het Hof van Justitie – de overeenkomst ook moeten kunnen worden opgesteld in een andere taal dan de officiële taal van de lidstaat.4

 

Het Hof van Justitie suggereerde als alternatief om toe te staan dat voor arbeidsovereenkomsten met een grensoverschrijdend karakter, naast een Nederlandstalige versie, een versie in een andere taal die door alle betrokkenen begrepen wordt kan worden opgesteld.5

 

Deze suggestie werd opgenomen door de Vlaamse wetgever. Het nieuwe artikel 5 van het taaldecreet staat daarom toe om een rechtsgeldige versie van individuele arbeidsovereenkomsten6 op te maken in een van de officiële talen van de Europese Unie of van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte.

 

Wie dacht dat na dit arrest en de decretale aanpassing in het Nederlandse taalgebied sprake is van een aanzienlijke taalvrijheid voor arbeidsovereenkomsten en andere bij wet voorgeschreven documenten van ondernemingen, komt echter bedrogen uit.

 

De regeling inzake arbeidsovereenkomsten werd door de Vlaamse decreetgever zo minimaal mogelijk (en mogelijks zelfs te beperkt) aangepast. Verschillende beperkingen gelden immers op de mogelijkheid om gebruik te maken van een andere taal dan het Nederlands:

Vooreerst geldt de soepelere regeling enkel voor bepaalde werknemers, namelijk enkel voor:

  • werknemers met woonplaats in een andere lidstaat van de Europese Unie of in Noorwegen, IJsland of Liechtenstein;
  • werknemers met woonplaats in België, maar enkel indien deze gebruik gemaakt hebben van hun recht vrij verkeer van werknemers of van de vrijheid van vestiging op basis van het Europese recht7 of voor werknemers die beroep kunnen doen op het vrij verkeer op basis van een  internationaal of supranationaal verdrag.

Verder blijft de te gebruiken taal voor de sociale betrekkingen tussen de werkgevers en de werknemers het Nederlands. Hetzelfde geldt voor de wettelijk voorgeschreven akten en bescheiden van de ondernemingen, zoals de statutenwijzigingen, facturen, etc. Enkel voor individuele arbeidsovereenkomsten wordt dus in bepaalde gevallen in een uitzondering voorzien. Daarbij kan de vraag worden gesteld of de uitspraak van het Europese Hof niet bij analogie ook zou toepassing moeten vinden voor deze documenten.

 
Bovendien wordt voor de “arbeidsovereenkomsten met grensoverschrijdend karakter” enkel toegestaan dat naast een Nederlandstalige versie ook een versie in de andere taal wordt opgesteld. Er wordt daarbij ook nog vereist dat alle betrokken partijen de (andere) gebruikte taal begrijpen, zodat geen gebruik kan worden gemaakt van een taal die de werknemer niet zou begrijpen. Mocht er een verschil bestaan tussen de Nederlandstalige versie en de anderstalige versie, zal de Nederlandstalige versie ook nog voorrang hebben. De Raad van State stelde zich kritisch op ten aanzien van zulke beperking9, maar de decreetgever heeft met die kritiek geen rekening gehouden.

 

 

Aan de sancties vervat in het Vlaamse Taaldecreet werden geen fundamentele wijzingen aangebracht. De stukken of handelingen die in strijd zijn met de bepalingen van het Taaldecreet, zijn volgens artikel 10 nietig, en deze nietigheid moet desgevallend ambtshalve door de rechter worden vastgesteld.

 

De werkgever die de bepalingen van het taaldecreet overtreedt, kan verder met een administratieve of strafrechtelijke geldboete worden bestraft. Wel riskeert hij niet langer een gevangenisstraf, hetgeen voor de wijziging van het taaldecreet nog mogelijk was. Bij herhaling binnen het jaar kunnen de sancties worden verdubbeld. De verjaring van de strafvordering werd wel verstrengd: deze beloopt na de decreetsaanpassing vijf jaar in plaats van oorspronkelijk één jaar na de overtreding.

 

De nieuwe regeling is in werking getreden op 2 mei 2014.

Voetnoten:
  1. Decreet van 19 juli 1973 van de Vlaamse Gemeenschap tot regeling van het gebruik van de talen voor de sociale betrekkingen tussen de werkgevers en de werknemers alsmede van de door de wet en de verordeningen voorgeschreven akten en bescheiden van de ondernemingen, B.S. 6 september 1973.
  2. Het Decreet van 14 maart 2014 tot wijziging van artikel 1, 2, 4, 5, 12 en 16 van het decreet van 19 juli 1973 tot regeling van het gebruik van de talen voor de sociale betrekkingen tussen de werkgevers en de werknemers, alsmede van de door de wet en de verordeningen voorgeschreven akten en bescheiden van de ondernemingen., B.S. 22 april 2014.
  3. Voor een bespreking van dit arrest in de rechtsleer: D. CUYPERS, H. VERSCHUEREN, “Vlaams taaldecreet botst met vrij verkeer van werknemers”, Juristenkrant 2013, afl. 268, 1 en 4-5; L. KONINGS, “Het Vlaams taaldecreet in strijd met het EU-recht?”, Soc.Weg. 2013, afl. 10, 14-15; R. BLANPAIN, “TAaldecreet blijft overeind”, Juristenkrant 2013, afl. 268, 16 ; L. POTVIN-SOLIS, “Le décret flamand sur l’emploi des langues face à la primauté du droit de l’Union: quand l’identité linguistique belge s’efface devant la libre circulation des travailleurs”, RAE 2013, afl. 2, 375-384; E. VERHAEGEN, “Een bom onder onze taalwetgeving”, P&O 2013, afl. 6, 16-18.
  4. HvJ, C-202/11 van 16 april 2013, punt 31.
  5. HvJ, C-202/11 van 16 april 2013, punt 32.
  6. De SERV wijst in zijn advies erop dat de decreetgever ervoor heeft gekozen om de wijzigingen zo beperkt mogelijk te houden en te beperken tot het taalgebruik in de relatie werkgever-werknemer. De aanvaarding van anderstalige facturen, de legalisatie van anderstalige documenten en de uitgifte van meertalige attesten worden niet behandeld.
  7. Het gaat hier over personen die bijvoorbeeld voor een bepaalde tijd in een andere lidstaat hebben gewerkt als werknemer of een ondernemer die zich voor een bepaalde tijd in een andere lidstaat heeft gevestigd.
  8. Volgens de memorie van toelichting kan deze categorie onderdanen uit derde landen met een associatieovereenkomst omvatten op voorwaarde dat deze de toepassing van het vrij verkeer van werknemers regelt.
  9. RvS, afdeling Wetgeving, advies 54.334/AV van 3 december 2013, over een ontwerp van decreet “tot wijziging van artikel 1, 2, 4, 5, 12 en 16 van het decreet van 13 juli 1973 tot regeling van het gebruik van de talen voor de sociale betrekkingen tussen de werkgevers en werknemers, alsmede van de door de wet en de verordeningen voorgeschreven akten en bescheiden van de ondernemingen” in Stukken. Vl. Parl., Stuk 2340 (2013-2014) – nr. 1, p. 34.

 

 

 

 

 

 

 

 

Alle rechten voorbehouden. De inhoud van deze e-bulletin werd zo nauwkeurig mogelijk samengesteld. Wij kunnen echter geen enkele garantie bieden over de nauwkeurigheid en volledigheid van de informatie die deze e-bulletin bevat. De in deze publicatie behandelde onderwerpen werden enkel en alleen voor informatieve doeleinden voorbereid en ter beschikking gesteld door Stibbe. Ze bevatten geen juridisch of andersoortig professioneel advies en lezers mogen geen actie ondernemen op basis van de informatie in deze e-bulletin zonder voorafgaandelijk een raadsman te hebben geconsulteerd. Het raadplegen van deze e-bulletin doet geenszins een advocaat-cliënt-relatie tussen Stibbe en de lezer ontstaan. Deze e-bulletin dient enkel voor persoonlijk gebruik. Elk ander gebruik is verboden.

 

 

Team

Related news

14.08.2019 NL law
Wijziging Arbowetgeving in aantocht: tegengaan arbeidsmarktdiscriminatie bij werving en selectie

Short Reads - In haar kamerbrief van 11 juli 2019 heeft Staatssecretaris Van Ark van SZW aangekondigd dat zij na de zomer van 2019 een wetsvoorstel aan de Raad van State wil aanbieden dat ten doel heeft om arbeidsmarktdiscriminatie tegen te gaan. Dit voorstel heeft gevolgen voor het wervings- en selectieproces van werkgevers én voor partijen zoals wervings- en selectiebureaus en online platforms die dergelijke diensten verlenen aan werkgevers. Daartoe zullen de Arbeidsomstandighedenwet en de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs naar verwachting worden gewijzigd.

Read more

13.08.2019 NL law
Exit willekeursluis: een nieuwe rechterlijke toetsing van algemeen verbindende voorschriften

Short Reads - Met ingang van 1 juli 2019 geldt er een nieuwe maatstaf voor de rechterlijke toetsing van algemeen verbindende voorschriften ("avv's"). De (bestuurs)rechter laat met de '1 juli-uitspraken' van de Centrale Raad van Beroep (die zijn afgestemd met de andere hoogste rechterlijke colleges) definitief de terughoudende zogenaamde 'willekeursluis' uit het klassieke Landbouwvliegers-arrest los. Als de rechtmatigheid van een avv aan de orde is, zal de rechter dit avv voortaan intensiever en kritischer toetsen aan algemene rechtsbeginselen.

Read more

09.08.2019 NL law
Bedrijfsgrootte is van invloed op de hoogte van de Arboboete: bij parttimers lagere boetes

Short Reads - Op 7 november 2018 deed de Afdeling een voor de praktijk van arboboetes belangrijke (eind)uitspraak. Zij bepaalt dat bij het bepalen van de omvang van een bedrijf of instelling onderscheid gemaakt dient te worden tussen een fulltime of parttime dienstverband. Die omvang wordt bepaald door uit te gaan van het totaal aantal medewerkers in een bedrijf of instelling op basis van een fulltime werkweek van 38 uur. Dat betekent dat afhankelijk van het aantal parttimers en de duur van hun dienstverband lagere Arboboetes zullen worden opgelegd.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring