Short Reads

Hoge Raad: aparte maatwerk procedure schadevergoeding redelijke termijn

Hoge Raad: aparte maatwerk procedure schadevergoeding redelijke termi

Hoge Raad: aparte maatwerk procedure schadevergoeding redelijke termijn

14.04.2014 NL law

De Hoge Raad heeft uitgemaakt dat voor de vergoeding van immateriële schade bij overschrijding van de redelijke termijn in civiele zaken (ook die waarin een overheidsrechtspersoon partij is) een aparte procedure bij in beginsel de kantonrechter aanhangig moet worden gemaakt.

(HR 28 maart 2014,ECLI:NL:HR:2014:736). Daarbij wordt – meer en minder overtuigend – gemotiveerd waarom in het burgerlijk procesrecht geen ruimte zou bestaan om de bestuursrechtelijke variant te kiezen, waarin de schadevergoeding in de lopende procedure kan worden meegenomen. Gewezen wordt op het feit dat de bestuursrechter daartoe beter geëquipeerd zou zijn, op het burgerlijk procesrecht dat niet echt ruimte zou laten voor het betrekken van een derde partij als de Staat in een lopende civiele procedure en op lessen uit de rechtsvergelijking. De pijn van een extra procedure wordt iets verzacht doordat daar geen griffierecht mag worden geheven van de Hoge Raad, en er bij de kantonrechter geen verplichte rechtsbijstand is. De Hoge Raad gaat wel mee in de in de bestuursrechtspraak uitgezette lijn dat de vergoeding op grond van het aan artikel 6 EVRM ten grondslag liggende rechtsbeginsel (niet genoemd wordt welk beginsel precies) ook moet kunnen worden verkregen in zaken die strikt genomen niet onder dit verdragsartikel vallen. Verder wordt aangesloten bij het bedrag van 500 euro voor elk half jaar dat een zaak te lang duurt. De Hoge Raad waagt zich, anders dan de bestuursrechters (zie hierover de eerdere blogberichten “Redelijke termijn is vier jaar” en “Eerste conclusie bestuursrechtelijke AG: meer lijn in de redelijke termijn“), echter niet aan standaardrichttermijnen. Maatwerk is aangewezen op dit punt volgens de Hoge Raad. Zolang wetgeving op zich laat wachten (zie hierover het eerdere blogbericht “Nog steeds geen effectief rechtsmiddel tegen overschrijding redelijke termijn: wetgeving noodzakelijk“) is het aan de rechtspraak om ook in civiele procedures nadere invulling te geven aan de te geven schadevergoeding.

Related news

05.12.2019 NL law
Walking a thin line: cooperation and collusion

Short Reads - Buying groups are under attack from competition authorities across Europe. Joint buying arrangements are aimed at strengthening participating companies' bargaining power towards their trading partners, usually resulting in lower prices or better quality for consumers. However, these buying arrangements must stay on the right side of the line between legitimate cooperation and anticompetitive collusion. Competition concerns may arise if the participating companies have a significant degree of market power or coordinate their conduct.

Read more

05.12.2019 NL law
Big tech firms entering banking: be careful what you wish for

Short Reads - Big tech firms, whether entering or already active on payments markets, are under scrutiny. PSD2 has opened up the payments markets to non-bank companies, but this comes with both risks and opportunities. EU regulators are examining anticompetitive risks, for example the possibility of leveraging a strong position in one market into another market. Competition, innovation, privacy and security for financial transactions will all be hot topics as scrutiny increases on providers of payment services.

Read more

05.12.2019 NL law
Court of Appeal applies competition notion of undertaking in civil damages claim

Short Reads - The Court of Appeal of Arnhem – Leeuwarden recently applied the competition law notion of an 'undertaking' in a civil damages suit between TenneT and an entity belonging to the Alstom group of companies. The Court of Appeal ruled that Cogelex formed a single undertaking with its 48% shareholder Alstom. Cogelex could therefore be held liable under civil law for the competition law infringement of its 48% parent company. The Court of Appeal based its decision on a broad application of the ECJ’s reasoning in its Skanska judgment of 14 March 2019.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring