Articles

Zonevreemde afwijkingen: terugblik op geslaagde boekvoorstelling

Zonevreemde afwijkingen: terugblik op geslaagde boekvoorstelling

Zonevreemde afwijkingen: terugblik op geslaagde boekvoorstelling

22.09.2017

Op 12 september 2017 hebben wij ons boek "Buiten de lijnen. Stedenbouwkundige afwijkingen en de beoordeling ervan binnen vergunningsaanvragen" voorgesteld, ter gelegenheid van een studienamiddag, georganiseerd door Die Keure.

Een terugblik op een interessante wisselwerking met het publiek.

Iedereen kent wellicht wel een van de volgende voorbeelden: een woning, zonder enige band met landbouwactiviteit, die toch in agrarisch gebied is gesitueerd, een charmant restaurant dat is gehuisvest in een oude, als monument beschermde hoeve; of de woning van de buur die na een eerste aanblik niet  blijkt te voldoen aan de toepasselijke stedenbouwkundige voorschriften.

De reden hiervoor? De tientallen afwijkingsmogelijkheden die de stedenbouwregels voorzien.

Over deze afwijkingen schreven wij een verzamelwerk, dat we recent in Gent voorstelden:

afwijkingen studiedag_2712x1525

In ons boek bespreken wij alle afwijkingsmogelijkheden die de stedenbouwregelgeving tot op heden voorziet. Tevens staan we stil bij de wijze waarop deze afwijkingsmogelijkheden doorwerken in het milieuvergunningencontentieux en werpen wij een blik op de afwijkingsmogelijkheden die meest recente wijziging van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (de zgn. Codextrein) in het vooruitzicht stelt.

Tijdens het debat op de studienamiddag rezen enkele interessante vragen. Hierna staan we nog even stil bij enkele van deze vragen:

  1. Vaststelling: een zonevreemde constructie kwalificeert niet zonder meer als een illegale constructie

Van een illegale situatie is maar eerst sprake indien vergunningsplichtige werken worden uitgevoerd zonder of in strijd met een stedenbouwkundige vergunning. Voor zover de zonevreemde constructie een gevolg is van de correcte toepassing van de afwijkingsbepalingen, die zijn voorzien in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening ("VCRO"), stelt zich derhalve geen probleem en is de zonevreemde constructie helemaal wettig.

  1. Actuele evolutie: steeds vaker krijgen woningen een nieuwe toeristische bestemming. Hoe kan dit zomaar?

Met het oog op een maximale valorisatie van het bestaande gebouwenpatrimonium heeft de Vlaamse regering een aantal zonevreemde functiewijzigingen opgelijst dewelke haar inziens en in het licht van de voormelde doelstelling als toelaatbaar (kunnen) worden beschouwd.

In deze lijst wordt onder meer voorzien in de mogelijkheid om een vergunning te verlenen voor het gedeeltelijk wijzigen van het gebruik van een woning, met inbegrip van de bijgebouwen, in een complementaire functie, voorzover aan al de volgende voorwaarden voldaan is:

1° de complementaire functie heeft betrekking op het gebruik als een toeristisch logies als het maximaal acht tijdelijke verblijfsgelegenheden betreft, met uitsluiting van elke vorm van restaurant of café;
2° de aanvraag wordt voor voorafgaand advies voorgelegd aan Toerisme Vlaanderen.
Deze functiewijziging kan worden aangevraagd ongeacht de bestemming waarin het goed is gesitueerd (met uitzondering evenwel van de bestemmingsgebieden die uitgesloten zijn van de toepassing van artikel 4.4.23 VCRO).

  1. Discussie: artikel 4.4.6 VCRO voorziet in een zeer ruime afwijkingsmogelijkheid onder meer voor wat betreft beschermde monumenten. Is deze bepaling niet te ruim in die zin dat het ongewenste situaties tot gevolg kan hebben?

Dit is een terechte bezorgdheid waarvoor ook de decreetgever niet blind is gebleven. Immers, wordt de toepassing van artikel 4.4.6 VCRO afhankelijk gemaakt van het voorafgaandelijk bekomen van een gunstig advies vanuit het beleidsveld onroerend erfgoed. Met deze vereiste wordt er mee op toegezien dat geen misbruik zou worden gemaakt van deze generieke afwijkingsmogelijkheid. Het zal immers zaak zijn om een evenwicht te vinden tussen de toepassing van artikel 4.4.6 VCRO en het bewaken van de onroerend erfgoed-waarde van het betrokken goed.

Te dezen is wel op te merken dat de Codextrein voorziet in een verregaande wijziging van deze bepaling. Zo wordt onder meer de toepassing van artikel 4.4.6 VCRO niet langer afhankelijk gemaakt van het bekomen van een gunstig advies. Daarmee is evenwel niet gezegd dat de deur wordt opengezet naar misbruiken. Het agentschap onroerend erfgoed zal immers nog steeds worden betrokken in het kader van de vergunningverlening. Bovendien zal het niet evident zijn voor het vergunningverlenend bestuur om een ongunstig advies vanuit onroerend erfgoed weg te motiveren.
 

Als de studienamiddag iets aantoont, is het wel de blijvende interesse in het thema van de afwijkingen van stedenbouwkundige regels.

Voor verdere vragen met betrekking tot de toepassing van één van de vele afwijkingsmogelijkheden die zijn voorzien in de VCRO, kan u steeds bij ons terecht.

Mocht u leeshonger nog niet zijn gestild, kan u steeds terecht op deze link om ons boek aan te kopen.

Team

Related news

24.02.2020 EU law
MER-screening: Raad van State zet de puntjes op de ‘i’

Articles - De opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan is een tijdrovend en kostelijk proces. De noodzaak tot de opmaak van een MER-rapport maakt dit proces er niet eenvoudiger op. Plan-MER-screenings kunnen het planproces op lokaal niveau sterk vereenvoudigen. Dit mag evenwel niet licht opgevat worden. Een juiste toepassing van de regelgeving is cruciaal. Een onzorgvuldige screening kan immers een heel plan hypothekeren.

Read more

14.02.2020 EU law
Does your everyday cleaning product qualify as a 'biocidal product' under European legislation?

Articles - On 19 December 2019, the Court of Justice of the European Union (CJEU) ruled on the concept of 'biocidal product', as defined in article 3 of Regulation 528/2012 on the making available on the market and use of biocidal products, in a case on a cleaning product primarily used "to ensure the absence of mould". According to the CJEU, the concept of ‘biocidal product’ is to be interpreted broadly, hereby also broadening the scope of application of Regulation 528/2012.

Read more

24.12.2019 EU law
Climate change litigation: Dutch Supreme Court upholds Urgenda decision

Articles - On Friday 21 December 2019, the Dutch Supreme Court dismissed the appeal of the Dutch government in the Urgenda-case, hence upholding the order of the Court of Appeal of The Hague. The The Hague Court of Appeal ordered the Dutch State in 2018 (confirming the 2015 decision of the The Hague Court of first instance) to reduce Dutch greenhouse gas emissions by 25% compared to 1990, by the end of 2020. As other climate cases, such as the Belgian one, are in their final stages of proceedings, this decision sets an important precedent.

Read more

This website uses cookies. Some of these cookies are essential for the technical functioning of our website and you cannot disable these cookies if you want to read our website. We also use functional cookies to ensure the website functions properly and analytical cookies to personalise content and to analyse our traffic. You can either accept or refuse these functional and analytical cookies.

Privacy – en cookieverklaring