Short Reads

Naar een Europese Algemene wet bestuursrecht

Naar een Europese Algemene wet bestuursrecht

Naar een Europese Algemene wet bestuursrecht

13.01.2015 NL law

Het jaar 2014 eindigde – voor de bestuursrechtjuristen – met een hoogtepunt. In Utrecht werd het 75-jarig bestaan gevierd van de Vereniging voor Bestuursrecht (beter bekend als ‘de VAR’, een afkorting uit de tijd dat bestuursrecht nog administratief recht heette). Deze vereniging is in 1939 opgericht mede vanuit de behoefte aan de ontwikkeling van een algemeen deel van het bestuursrecht.

Een vakgebied dat toen nog, behalve slechts een aanhangsel van het staatsrecht, vooral een lappendeken was van vele bijzondere regelingen zonder veel coherentie. Dat beeld is inmiddels radicaal veranderd, waarvan de Algemene wet bestuursrecht een prominente getuige is. Ter gelegenheid van dit jubileum is (onder redactie van Schueler en Widdershoven) een bundel uitgebracht met als thema de Europeanisering van het algemeen bestuursrecht. Uit een aantal bijdragen daaraan blijkt dat men zich thans op EU-niveau zorgen maakt over het ontbreken van een algemeen Europees bestuursrecht en in feite tegen dezelfde problemen aanloopt die destijds mede de aanleiding vormden voor de oprichting van de VAR. Daarbij wordt de vraag opgeworpen of er voor bestuurshandelen van EU-autoriteiten niet ook een soort Europese Awb zou moeten gaan gelden. Een thema waarover door diverse auteurs eveneens druk wordt gefilosofeerd in de laatste drie afleveringen van het Nederlands Tijdschrift voor Bestuursrecht.

Aanleiding daarvoor is de begin 2013 door het Europese Parlement aangenomen resolutie (2012/2024 (INL)) met een oproep aan de Commissie om te komen tot een Verordening voor bestuurlijke procedures van de EU. Centrale doel van deze verordening zou zijn het waarborgen van het recht op behoorlijk bestuur door middel van een open, efficiënte en onafhankelijke administratie. Gecodificeerd zouden moeten worden de basisbeginselen van goed bestuur alsmede de door de EU-autoriteiten te volgen procedure wanneer er contact plaatsvindt tussen een dergelijke autoriteit en een (rechts)persoon met name wanneer er besluiten worden genomen. Daarbij gaat het om bekende beginselen als legaliteit, evenredigheid en bescherming van gerechtvaardigde verwachtingen maar ook om relatief nieuwe als efficiency en dienstbaarheid. Deze regels zouden alleen bindend moeten zijn voor instellingen en agentschappen van de Unie. Het zou dan gaan om harde de-minimis regels. Er zou alleen ruimte zijn om bij wijze van een bijzondere regeling meer bescherming te bieden.

De aandacht voor het thema Europese Awb houdt daarnaast verband met het feit dat een groep onderzoekers uit verschillende landen van de Europese Unie in 2014 een concept van Model Rules on EU Administrative Procedures heeft gepubliceerd. Dit naar voorbeeld van een vergelijkbaar initiatief voor het privaatrecht, de Common Frame of Reference. De Model Rules beogen het waarborgen van constitutionele waarden en beginselen van de EU en zijn verdeeld over afzonderlijke boeken voor verschillende vormen van bestuurshandelen. Daarbij gaat het om besluiten van algemene strekking, beschikkingen, contracten, wederzijdse bijstand en informatiebeheer terzake waarvan steeds behoorlijk gedetailleerde regels zijn voorzien. Daarmee gaan deze Rules verder dan de door het Europees Parlement beoogde verordening die met name op het beginselniveau ziet. Qua beoogd toepassingsbereik is er geen verschil, behalve dat de regels over wederzijdse bijstand en informatiebeheer ook zouden gelden voor de nationale autoriteiten. Verschil is natuurlijk wel dat de Rules een wetenschappelijk product zijn waarvan in het geheel nog niet duidelijk is of zij ooit in bindende EU-regelgeving zullen landen.

Deze initiatieven verdienen steun en onze volle aandacht. EU-autoriteiten hebben steeds meer direct contact met (rechts)personen en de thans daarvoor geldende regels zijn allerminst compleet, coherent en toegankelijk. Dat is onwenselijk. Een Europese Awb, langs de lijnen van de beoogde verordening, de Model Rules of – nog beter – een combinatie daarvan, zou aan dit probleem tegemoet kunnen komen. De ervaringen in Nederland met onze Awb bevestigen dat. Deze positieve, maar soms ook negatieve ervaringen zouden gelet op het belang van een zo goed mogelijke regeling op Europees niveau ook gedeeld moeten worden met de Europese ‘wetgever’. Dat vergt actieve bemoeienis vanuit Nederland, waarbij ook de regelmatig uitgevoerde Awb-evaluatieonderzoeken een belangrijke rol zouden kunnen spelen. Een dergelijke bemoeienis is ook vereist omdat van een eventuele Europese Awb ongetwijfeld ook weer invloed uitgaat op ons nationale algemene bestuursrecht. Bovendien kan een Europese Awb die fundamenteel afwijkt van onze eigen Awb voor spanningen zorgen of op zijn minst vragen oproepen. Met name wanneer er als gevolg daarvan ten aanzien van inhoudelijk vergelijkbaar bestuurshandelen afhankelijk van de vraag of het gaat om een EU-of een nationaal bestuursorgaan afwijkende procedurele waarborgen zouden gelden. Dat is namelijk moeilijk te rechtvaardigen. Actieve bemoeienis met het Europese codificatietraject is temeer aangewezen, nu het Europees Parlement de wens heeft uitgesproken dat de lidstaten zich op onderdelen vrijwillig bij de Europese Awb zullen aansluiten. Wat er ook zij van dat laatste, in ieder geval kan er inspiratie uitgaan van de Europese regeling voor de verdere vormgeving van de Nederlandse Awb. De Model Rules kennen, bijvoorbeeld, een regeling over de totstandkoming van bestuursregelgeving, overheidscontracten, bewijsrecht in de bestuurlijke fase, massaprocedures en intrekking van beschikkingen. Onderwerpen die in de Nederlandse Awb ontbreken en (deels) worden gemist.

De Nederlandse betrokkenheid bij dit proces is dus nodig en al behoorlijk verzekerd via ons ambtelijk apparaat en een aantal prominente Nederlandse leden van de Europese onderzoeksgroep die bezig is met de Model Rules. Wat echter nog wel ontbreekt is een Europese vereniging voor bestuursrecht naar het model van onze VAR. De oprichting daarvan is een goed voornemen voor het net begonnen nieuwe jaar.

Dit Vooraf is ook gepubliceerd in NJB 2015/89, afl. 2, p. 93.

Het bericht ’Naar een Europese Algemene wet bestuursrecht‘ is een bericht van Stibbeblog.nl.

 

Related news

20.01.2020 NL law
Planologische medewerking mag worden geweigerd als initiatiefnemer zich in strijd met gemeentelijk beleid onvoldoende heeft ingespannen voor draagvlak

Short Reads - De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 18 december 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:4209) overwogen dat een bestuursorgaan geen planologische medewerking hoeft te verlenen aan de wijziging van een bestemmingsplan als de aanvrager zich niet heeft ingespannen om maatschappelijk draagvlak te creëren.

Read more

16.01.2020 NL law
De Amsterdamse milieuzone voor brom- en snorfietsen: voertuigen van een bepaald jaar weren is mogelijk bij ontbreken van een redelijk alternatief

Short Reads - ABRvS 20 november 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3865 Deze blog is het vierde deel in een reeks Stibbeblogs over gemeentelijke milieuzones. In 2017 oordeelde de Afdeling over de milieuzone voor personen- en bestelauto’s met dieselmotoren in Utrecht. In 2018 presenteerde de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat haar beleid voor harmonisatie van uiteenlopende gemeentelijke milieuzones. Een jaar geleden maakten wij in een FAQ de balans op over de harmonisatie van milieuzones.

Read more

14.01.2020 NL law
Ruimte voor maatwerk in Groningen: het kan eenvoudig geregeld worden

Articles - Met de instelling van de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen (TCMG) per 19 maart 2018 is de afwikkeling van de aardbevingsschade in Groningen in een enorme stroomversnelling gekomen. Minister Wiebes is daar terecht trots op. Met het wetsvoorstel Tijdelijke Wet Groningen (TWG) wordt deze commissie omgevormd tot Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG). Dat is een verdere verbetering, omdat het IMG meer mogelijkheden zal hebben dan de TCMG om alle soorten schade te behandelen.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring