Snel bouwen aan een landelijk dekkend stelsel van huizen van het recht
Te midden van alle (geo)politieke turbulentie is het bericht over de aanstelling van Lilian Marijnissen als kwartiermaker voor een landelijk dekkend netwerk sociaaljuridische dienstverlening mogelijk wat ondergesneeuwd. Zij heeft van de regering de opdracht gekregen om daarbij met prioriteit te kijken naar de regio’s waar het sociaaljuridische aanbod naar verwachting ontoereikend is (Kamerstukken II 31753, nr. 312).
Er is een direct verband tussen de aanstelling van deze kwartiermaker en de toeslagenaffaire. Daar bleek namelijk dat de toegang tot het recht voor velen niet vanzelfsprekend was omdat laagdrempelige hulp ontbrak en betrokken instanties langs elkaar heen werkten. Bovendien adresseerde het stelsel onvoldoende de samenhang tussen sociale en juridische problemen (vgl. het rapport Ongekend onrecht).
De Staatscommissie Rechtsstaat adviseerde om die reden tot grote investeringen om de drempel voor de toegang tot het recht omlaag te krijgen. Volgens de commissie moet de eerstelijnsrechtshulp, zoals het Juridisch Loket en sociaal raadslieden, de mogelijkheid krijgen om burgers echt te helpen en niet alleen door te verwijzen. Rechtswinkels en andere vormen van kleinschalige informele rechtshulp zijn volgens de commissie onmisbaar voor een dekkend systeem van rechtsbescherming (vgl. het rapport De gebroken belofte van de rechtsstaat).
Een initiatiefnota van het voormalige kamerlid Van Nispen breekt ook een lans voor dergelijke voorzieningen en komt met een concreet en aansprekend voorstel, namelijk een aanvullend stelsel van eerstelijnshulp onder de naam ‘Huizen van het Recht’ (Kamerstukken II 35974, nr. 2). Deze Huizen van het Recht fungeren als een soort sociaaljuridische huisarts. Burgers krijgen via één laagdrempelige inloopplek in de buurt toegang tot een breed scala aan hulpverleners voor juridische problemen en conflicten, van het begrijpen van brieven van de Belastingdienst tot burenruzies en het afhandelen van lichtere vergrijpen bij de politierechter. In de Huizen van het Recht zijn diverse expertises aanwezig achter één deur, waaronder mediators, maatschappelijk werkers, psychologen, schuldhulpverleners, advocatuur, het Juridisch Loket, gemeente, het Openbaar Ministerie, de rechterlijke macht (kantonrechters en politierechters) en reclassering. Er wordt samen met burgers gezocht naar duurzame oplossingen, met oog voor achterliggende problematiek zoals schulden of zorgvraagstukken, waarbij een rechterlijke uitspraak alleen wordt gedaan indien dat nodig of gewenst is.
De Raad voor de Rechtspraak onderschrijft desgevraagd de doelstellingen van Van Nispen om de eerstelijnshulp te versterken en de toegang tot het recht te verbeteren, maar vraagt zich af of het concept Huis van het Recht hiervoor het meest geschikt is (brief van 28 februari 2022). De Raad (en daarop wijst ook Westerveld in NJB 2022/4) constateert dat het concept veel elementen bevat van reeds lopende pilots binnen de Rechtspraak zoals diverse wijkrechtspraakprojecten (vgl. NJB 2021/2887). Gezien deze vele lopende initiatieven adviseert de Raad om eerst de evaluatie van deze pilots af te wachten en de onderlinge samenhang beter te onderzoeken alvorens een ingrijpende stelselwijziging te overwegen. De Raad benadrukt verder dat de rechter in de Huizen van het Recht zijn onpartijdige en onafhankelijke positie moet behouden en niet als hulpverlener moet fungeren, maar als laagdrempelige rechter die zijn rechterlijke bevoegdheden inzet voor versnelde probleemoplossing. Tot slot waarschuwt de Raad dat de toegang tot de rechter gewaarborgd moet blijven. Een gang naar een Huis van het Recht moet facultatief zijn en mag nooit verplicht worden gesteld, omdat dit een ontoelaatbare drempel zou vormen voor de toegang tot de rechter.
De Nederlandse Orde van Advocaten, die overigens heel positief is over het idee van Van Nispen, waarschuwt ook voor dit laatste (brief van 1 maart 2022). Verder wijst de Orde erop dat samenwerking met bestaande instanties op andere plekken belangrijk blijft en dat kantonrechters niet voor elk geschil kunnen worden ingezet. Daarom moet worden bezien of er voor elk arrondissement ‘mobiele’ rechters ter beschikking kunnen worden gesteld voor de Huizen.
Een proef met een Huis van het Recht in Heerlen is positief geëvalueerd (rapport Zuyd Onderzoek van 6 juni 2023). In de evaluatieperiode van drie jaar behandelde het 281 zaken. Slechts in twee gevallen was nog de hulp van een rechter nodig en de korte lijntjes tussen instanties bevorderden een vroege diagnose en soepele doorverwijzing. Conflictescalatie is zo in de kiem gesmoord en daarmee is vaak voorkomen dat enkelvoudige problemen multi-problematisch werden. Hiermee is de rechtzoekende beter geholpen en de rechterlijke macht ontlast. Belangrijke aandachtspunten zijn volgens het onderzoek dat niet altijd duidelijk is dat er sprake is van multi-problematiek en dat er in de samenwerking tussen instanties nog erg vanuit de eigen organisatie en verantwoordelijkheden werd gedacht en gehandeld. Het onderzoek laat overigens niet zien dat de betrokken rechters in de rol van hulpverlener terecht komen waarvoor de Raad voor de Rechtspraak aandacht vroeg en evenmin dat er sprake is van frictie met andere lopende initiatieven. Het verbaast dan ook niet dat het Heerlense project wordt voortgezet met volle steun van de lokale rechtbank (vgl. bericht van de rechtbank van 4 juli 2023).
Inmiddels is er ook een tweede Huis van het Recht opgericht in Breda (vgl. bericht van de gemeente van 10 maart 2025) en het is te hopen dat de overige gemeenten onder aanvoering van kwartiermaker Marijnissen dat voorbeeld snel volgen. Dit natuurlijk met inachtneming van de aandachtspunten zoals die uit het genoemde evaluatieonderzoek voortvloeien en zonder dat een gang naar het Huis tot een verplichting wordt gemaakt om daarna de rechter te kunnen benaderen. Om dit mogelijk te maken is een forse en structurele financiering vanuit het Rijk nodig. Die moet er links- of rechtsom komen.
Dit Vooraf is gepubliceerd in NJB 2026/134, afl. 3