Short Reads

Voortgang UBO-register en Centraal aandeelhoudersregister

Voortgang UBO-register en Centraal aandeelhoudersregister

Voortgang UBO-register en Centraal aandeelhoudersregister

26.07.2019 NL law

De Vierde Anti-witwasrichtlijn (nr. 2015/849) zoals gewijzigd door de Vijfde Anti-witwasrichtlijn (EU/2018/843) dient uiterlijk op 10 januari 2020 in de Nederlandse wet- en regelgeving geïmplementeerd te zijn. Hiertoe is op 3 april 2019 een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer ingediend. Het initiatiefwetsvoorstel ter invoering van het Centraal aandeelhoudersregister wordt op dit moment behandeld door de Tweede Kamer. In deze Update geven wij een overzicht van de laatste ontwikkelingen.

UBO-register

Het Nederlandse UBO-register zal worden geïntroduceerd in januari 2020. Het implementatiewetsvoorstel wijzigt hiertoe onder meer de Handelsregisterwet en de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme. Het UBO-register moet helpen voorkomen dat het financiële stelsel wordt gebruikt voor het witwassen van geld of voor terrorismefinanciering.

In het UBO-register dienen vennootschappen en andere juridische entiteiten zelf informatie over hun UBO (ultimate beneficial owner) bij te houden. Een UBO is de natuurlijke persoon die eigenaar is van of uiteindelijke zeggenschap heeft over een entiteit. De KvK zal het UBO-register beheren. Nadat de wet in werking is getreden hebben entiteiten 18 maanden de tijd om de relevante UBO informatie te registreren bij de KvK. Uit de Memorie van toelichting blijkt dat na inwerkingtreding van de wet alle relevante entiteiten zullen worden geïnformeerd over deze nieuwe verplichtingen. In ons Nieuwsbericht van 11 april 2019 gaan we uitvoerig in op de verschillende onderdelen van het wetsvoorstel.

Uit het op 29 mei 2019 gepubliceerde Verslag van de vaste commissie voor Financiën blijkt dat er bij de verschillende politieke partijen nog diverse (veelal kritische) vragen bestaan rondom het wetsvoorstel. Daarnaast blijkt uit een op 11 juli 2019 gepubliceerd onderzoek van Nyenrode Business Universiteit dat bijna de helft van de eigenaren van grotere familiebedrijven onvoldoende bekend is met het UBO-register. Het merendeel van de ondernemers die wel bekend zijn met het UBO-register laat bovendien weten dat het UBO-register een grote inbreuk maakt op hun privacy.

In de periode van 20 mei t/m 1 juli 2019 is tevens een concept Implementatiebesluit geconsulteerd. Hierin worden onder meer de bevoegde autoriteiten aangewezen en wordt een regeling voorgesteld voor de afscherming van UBO gegevens voor minderjarige en andere handelingsonbekwame personen en personen die door de publicatie een onevenredig risico lopen. Ook dit concept Besluit heeft geleid tot enkele kritische consultatiereacties.

Voor meer informatie over het UBO-register verwijzen we naar ook onze Corporate Updates van 29 januari 2019, 12 juli 2018, 18 juli 2017 en 13 februari 2017.

Centraal aandeelhoudersregister

Naast het UBO-register worden in Nederland al langer voorbereidingen getroffen voor een centraal aandeelhoudersregister (CAHR). Op 19 januari 2017 is een initiatiefwetsvoorstel tot instelling van een CAHR bij de Tweede Kamer ingediend. Op 19 juni 2019 zijn een Nota n.a.v. het verslag en een Nota van wijziging gepubliceerd.

Het CAHR dient onderscheiden te worden van het UBO-register. Het UBO-register bestrijkt een bredere groep entiteiten en personen. Het CAHR heeft alleen betrekking op BV's, niet-beursgenoteerde NV's en Europese NV's en coöperaties met statutaire zetel in Nederland. De verplichting tot het registreren van UBO-informatie gaat gelden voor alle ondernemingen die in Nederland zijn gevestigd en rechtspersonen die volgens hun statuten hun zetel in Nederland hebben.

Verder worden in het CAHR aandeelhouders (en pandhouders en vruchtgebruikers) geregistreerd. In het UBO-register worden meer personen geregistreerd dan alleen (bepaalde) aandeelhouders. Het begrip "UBO" omvat ook (andere) natuurlijke personen die formele of feitelijke zeggenschap hebben over een entiteit. Aan de andere kant is registratie van aandeelhouders in het UBO-register in beginsel beperkt tot aandeelhouders met een aandelenbelang van 25% of meer.

Daarnaast is de informatie uit het CAHR afkomstig van notarissen en zal deze slechts raadpleegbaar zijn voor publieke diensten, notarissen en Wwft-instellingen. De informatie in het UBO-register wordt door de ondernemingen zelf aangeleverd en bepaalde gegevens uit het UBO-register zullen raadpleegbaar zijn voor iedereen.

In de hiervoor genoemde Nota n.a.v. het verslag wordt door de initiatiefnemers uitvoerig ingegaan op de verhouding van het CAHR ten opzichte van het UBO-register. De minister laat in een brief van 1 juli 2019 weten dat het kabinet voornemens is in een standpunt op het initiatiefwetsvoorstel in te gaan op de toegevoegde waarde van het CAHR in samenhang met het UBO-register. De Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie is bijvoorbeeld groot voorstander van het CAHR naast het UBO-register.

Team

Related news

17.10.2019 NL law
Objective indicator high-risk third countries repealed as of 18 October 2019

Short Reads - The Implementation Decree for the Wwft 2018 has been amended. As a result, as of 18 October 2019 institutions subject to the Dutch Anti-Money Laundering and Anti-Terrorism Financing Act will no longer have to report transactions solely on the basis that this transaction relates to an individual residing, or a legal entity having its registered office in, a high-risk third country.

Read more

27.09.2019 NL law
Stibbe is attending the IBA's annual conference in Seoul

Conference - The annual conference of the International Bar Association (IBA) is currently taking place in Seoul. There are fourteen partners from Stibbe attending the event. Several of them have speaking slots on a wide range of legal topics and will take part in various panel discussions.

Read more

25.09.2019 NL law
The long arm of regulation – Dutch chapter by Roderik Vrolijk and Senna Leentjens

Articles - The continued global scrutiny of financial services firms, alongside the sustained pressure on those charged with regulating them to deliver tangible results, continues to drive financial services regulators to seek assistance from their overseas counterparts when investigating issues. This trend shows no signs of abating, and questions such as how and when regulators interact with each other and with firms across borders, how firms are expected or required to respond, and whether duplicate proceedings can be brought in different jurisdictions are more pertinent than ever.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring