Short Reads

Ontwerp besluit aanwijzing organisaties van openbaar belang

Ontwerp besluit aanwijzing organisaties van openbaar belang

Ontwerp besluit aanwijzing organisaties van openbaar belang

18.07.2017 NL law

De Minister van Financiën is voornemens om netbeheerders, woningcorporaties, grote pensioenfondsen en drie instellingen voor het wetenschapsbeleid aan te wijzen als organisatie van openbaar belang in de zin van de Wet toezicht accountantsorganisaties. De gevolgen van deze aanwijzing voor de betreffende instellingen zijn aanzienlijk.

Op dit moment zijn uitsluitend (bepaalde) Nederlandse beursvennootschappen, centrale kredietinstellingen, alle (ook niet-genoteerde) banken en (bepaalde) verzekeraars aangemerkt als OOB (artikel 1, onderdeel l Wta). Op grond van artikel 2 Wta kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur categorieën van ondernemingen, instellingen of openbare lichamen worden aangewezen als OOB, indien de omvang of functie van die ondernemingen, instellingen of openbare lichamen in het maatschappelijk verkeer dit rechtvaardigt. Van belang is dat de omvang of de functie van zodanige aard is dat een ondeugdelijk uitgevoerde controle op de jaarrekening van invloed kan zijn op het vertrouwen in de publieke functie van de accountantsverklaring. Ter uitvoering hiervan heeft de minister eerder dit jaar  een ontwerp besluit tot wijziging van het Besluit toezicht accountantsorganisaties houdende aanwijzing van organisaties van openbaar belang in de zin van de Wta (“Ontwerp besluit”) ter consultatie voorgelegd. Het Ontwerp besluit bepaalt dat nu ook netbeheerders, woningbouwcorporaties, grote pensioenfondsen en drie instellingen voor het wetenschapsbeleid (KNAW, NWO en Koninklijke Bibliotheek) zullen worden aangewezen als OOB. Kleine woningcorporaties zullen niet als OOB worden aangemerkt. Naar aanleiding van enkele consultatiereacties heeft de minister aangekondigd de grens hiervoor te zullen leggen op 2.500 gewogen verhuureenheden (in het ontwerp besluit was dit 1.500) om zodoende beter aan te sluiten bij reeds bestaande regelgeving. Naar verwachting treedt het besluit op 1 januari 2018 in werking en is het van toepassing vanaf het boekjaar aanvangend op of na 1 januari 2018.

De aanwijzing als OOB heeft aanzienlijke consequenties voor deze instellingen. Niet alleen zorgt deze aanwijzing ervoor dat er aanvullende wettelijke waarborgen gaan gelden voor de accountantscontrole maar ook zullen deze instellingen wijzigingen moeten doorvoeren in hun governance en in hun bestuursverslag.

  • Wettelijke controle door bevoegde accountantsorganisatie:

Een belangrijk gevolg van de OOB-status betreft de wettelijke controle van de jaarrekening. Door de aanwijzing als OOB worden de instellingen verplicht tot het uitvoeren van een wettelijke controle door een daartoe bevoegde accountantsorganisatie. Accountantsorganisaties zijn bevoegd tot het uitvoeren van een wettelijke controle bij een OOB indien zij beschikken over een door de AFM verstrekte vergunning die mede strekt tot het verrichten van wettelijke controles van OOB’s. De meerwaarde van een wettelijke controle door een OOB-vergunninghouder schuilt vooral in de aanvullende wettelijke waarborgen voor de kwaliteit van de accountantscontrole, aldus de toelichting bij het ontwerp besluit. Deze zien met name op het stelsel van kwaliteitsbeheersing van de accountantsorganisatie, de onafhankelijkheid van de accountant en op het toezicht op de accountantsorganisatie en de accountants.

  • Verplichte kantoorroulatie

OOB's zijn verplicht om regelmatig van accountantsorganisatie te wisselen. De Audit Verordening (EU/537/2014) schrijft een maximale termijn van tien jaar voor controle opdrachten bij OOB's voor. Voor de controlerend accountant die verantwoordelijk is voor de wettelijke controle bij een OOB geldt een maximale termijn van vijf jaar. Na afloop van de termijn geldt een afkoelingsperiode van vier jaar voor de accountantsorganisatie en drie jaar voor de individuele accountant. Op grond van een brief van de Europese Commissie van 3 september 2014 vangt de roulatietermijn aan op het moment dat een instelling OOB wordt. Dit zal volgens het ontwerp besluit 1 januari 2018 zijn.

  • Scheiding controle en advies

In artikel 24b Wta is in aanvulling op de Audit Verordening bepaald dat een accountantsorganisatie die wettelijke controlediensten verricht, naast deze controlediensten geen andere werkzaamheden voor die organisatie mag verrichten (scheiding van controle en advies). Daar waar in Europa wordt gewerkt met een lijst van werkzaamheden die niet zijn toegestaan, gaat Nederland uit van een lijst met wat wel is toegestaan.

  • Het instellen van een auditcommissie: 

Op grond van de Audit Richtlijn (2014/56/EU) dient een OOB een auditcommissie – de Richtlijn spreekt over het 'auditcomité' – of een orgaan met soortgelijke taken in te stellen. De auditcommissie dient te zijn samengesteld uit leden van de RvC of uit niet-uitvoerende bestuurders bij een one tier board. Voor grote pensioenfondsen geeft het ontwerp besluit enkele specifieke regels. De AFM monitort het functioneren van de auditcommissie. Zie voor meer informatie over de auditcommissie onze Corporate Update van 13 februari 2017.

  • Verplichting niet-financiële verklaring in het bestuursverslag

In de Europese Richtlijn over publicatie van niet-financiële informatie en informatie over diversiteit in het bestuursverslag (2014/95/EU) is een verplichting opgenomen voor OOB's, indien zij meer dan 500 werknemers hebben en hun jaarrekening moeten opmaken volgens de voorschriften die gelden voor "grote" rechtspersonen, om in hun bestuursverslag een niet-financiële verklaring openbaar te maken, waarin bepaalde mededelingen moeten worden gedaan. Het betreft onder meer een mededeling omtrent het bedrijfsmodel van de onderneming. Verder zal mededeling gedaan moeten worden over het beleid van de organisatie op het gebied van sociale, milieu- en personeelsaangelegenheden, eerbiediging van mensenrechten en bestrijding van corruptie en omkoping. Ook dient de OOB mededeling te doen van niet-financiële prestatie-indicatoren die van belang zijn voor de specifieke bedrijfsactiviteiten van de OOB.

Team

Related news

25.06.2019 LU law
The dawn of a new era of cross-border mobility within the EU?

Seminar - François Bernard, Senior Associate at Stibbe Luxembourg, will conduct a seminar in Luxembourg on 25 June in collaboration with Legitech on Directive proposal COM2018 (241 final) amending the cross-border merger regime currently enshrined in Directive (EU) 2017/1132 and introducing a new regime applicable to cross-border conversions and divisions.

Read more

26.05.2019 NL law
Duurzaamheidsverplichtingen voor de financiële sector: een overzicht

Articles - De komende jaren zal de financiële sector zich actiever dan voorheen moeten bezighouden met het klimaat en de verantwoordelijkheid die de sector draagt voor het milieu en de maatschappij. In rap tempo wordt er wet- en regelgeving ontwikkeld die financiële ondernemingen en aandeelhouders verplichten om aandacht te geven aan deze nieuwe rol die zij vervullen in de verduurzaming van de financiële sector en de maatschappij als geheel. 

Read more

18.06.2019 NL law
Countdown. Een cursus aftellen voor juristen

Articles - Hoe lang duurt een verzetstermijn nu precies? Voor juridische fusie schrijft art. 2:316 lid 2 BW voor dat tot een maand nadat alle te fuseren rechtspersonen de fusie hebben aangekondigd iedere schuldeiser bij de rechtbank tegen het voorstel tot fusie in verzet kan komen. Art. 2:317 lid 2 BW bepaalt vervolgens dat een besluit tot fusie een maand na de dag waarop alle fuserende rechtspersonen de fusie hebben aangekondigd kan worden genomen. De vraag is wanneer nu precies die verzetstermijn eindigt.

Read more

03.06.2019 NL law
Toerekening van kennis van groepsvennootschappen

Articles - In de praktijk doet zich vaak de vraag voor of kennis die aanwezig is binnen de ene vennootschap kan worden toegerekend aan een andere vennootschap binnen hetzelfde concern. In dit artikel verkent Branda Katan zowel de dogmatische grondslag als de praktische toepassing van een dergelijke toerekening. Zij concludeert dat het ‘Babbel-criterium’ (heeft in de gegeven omstandigheden de kennis X in het maatschappelijk verkeer te gelden als kennis van Y?) geschikt is voor het toerekenen van kennis in concernverband.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring