Articles

Zorgvuldigheids- en voorzichtigheidsplicht bij de niet-voldoening aan RSZ-verplichtingen

Zorgvuldigheids- en voorzichtigheidsplicht bij de niet-voldoening aan RSZ-verplichtingen

Zorgvuldigheids- en voorzichtigheidsplicht bij de niet-voldoening aan RSZ-verplichtingen

13.12.2016 BE law

Zorgvuldigheids- en voorzichtigheidsplicht van de aanbestedende overheid bij het weren van kandidaten of inschrijvers omwille van niet-voldoening aan RSZ-verplichtingen

Dit arrest (nr. 236.739 d.d. 13 december 2016) betreft de zorgvuldigheids- en voorzichtigheidsplicht die op de aanbestedende overheid rust indien zij beoogt een kandidaat of inschrijver uit de gunningsprocedure te weren omdat die niet heeft, of lijkt te hebben, voldaan aan zijn verplichtingen inzake betaling van zijn socialezekerheidsbijdragen.[1]

In het besproken arrest had het Provinciaal domein De Gavers (een autonoom provinciebedrijf) een open aanbesteding uitgeschreven voor de bewaking van het domein gedurende drie jaren. M.b.t. het toegangsrecht bepaalde het bestek dat de (Belgische) inschrijver geen RSZ-attest bij zijn offerte hoefde te voegen en dat de aanbestedende overheid dit eigenhandig zou controleren.[2] Er schreven vier inschrijvers in op de opdracht, waaronder de verzoekende partij bvba Anvas Guards.[3] De aanbestedende overheid besloot Anvas Guards uit de procedure te weren, omdat bleek dat Anvas Guards bij de RSZ een openstaande schuld had van ca. 8.000 EUR en de betalingsvoorwaarden niet daarvan strikt naleefde.

Deze beslissing werd door Anvas Guards bestreden voor de Raad van State, die het beroep van Anvas Guards inwilligde. De Raad oordeelde dat, indien de aanbestedende overheid in het bestek bepaalt dat zij zelf de RSZ-informatie zal opvragen, er een “bepaalde zorgvuldigheids- en voorzichtigheidsplicht” op haar rust.[4]Dergelijke werkwijze impliceert immers dat de door de aanbestedende overheid opgevraagde attesten (en de daarin opgenomen informatie m.b.t. de RSZ-schuld) niet automatisch bekend zijn aan de kandidaat of inschrijver waarover het gaat.

Concreet houdt die zorgvuldigheids- en voorzichtigheidsplicht in dat de aanbestedende overheid, alvorens de selectie- of gunningsbeslissing te nemen, de betrokken kandidaat of inschrijver in de mogelijkheid moet stellen om aan te tonen dat hij zich mag beroepen op de uitzonderingsgrond m.b.t. de wering bij RSZ-schulden die is voorzien in het KB Plaatsing, doordat de betrokken kandidaat of inschrijver één of meer zekere en opeisbare schuldvorderingen jegens de aanbestedende overheid bezit.[5] Aangezien het Provinciaal domein dit in casu had nagelaten, en Anvas Guards zonder enige vraag om toelichting uit de procedure was geweerd, werd het KB Plaatsing miskend.

Met dit arrest wijst de Raad van State aanbestedende overheden erop dat als zij de RSZ-situatie van kandidaten of inschrijvers zélf (via elektronische middelen) controleren, een kandidaat of inschrijver niet zomaar uit de procedure kan worden geweerd indien wordt vastgesteld dat er inderdaad een RSZ-schuld bestaat. In voorkomend geval, dient de aanbestedende overheid de betrokken kandidaat of inschrijver éérst de mogelijkheid te bieden zich ter zake te verweren in het licht van de in het KB Plaatsing opgenomen uitzonderingsgrond.

Link: RvS, nr. 236.739 van 13/12/2016

Voetnoten

[1] In de zin van art. 61, § 2 van het KB Plaatsing van 15 juli 2011.

[2] D.i. via elektronische middelen in de zin van artikel 60, § 1 van het KB Plaatsing van 15 juli 2011.

[3] Anvas Guards diende de laagste offerte in.

[4] De Raad nam daarnaast ook in aanmerking dat de bepaling inzake RSZ-schulden een facultatieve uitzonderingsgrond is (cf. art. 61, § 2, 5° KB Plaatsing 15 juli 2011).

[5] Art. 62, § 1, laatste lid KB Plaatsing van 15 juli 2011 bepaalt dat wanneer de RSZ-schuld 3.000 EUR overschrijdt, de aanbestedende overheid de betrokken kandidaat / inschrijver toch conform zal bevinden, indien die aantoont dat hij één of meer schuldvorderingen bezit t.a.v. een aanbestedende overheid of overheidsbedrijf. Die schuldvordering(en) moeten dan wel zeker, opeisbaar en vrij van elke verbintenis t.o.v. derden zijn en moet(en) minstens gelijk zijn aan de achterstallige bijdrageschulden behoudens op 3.000 EUR na.

Team

Related news

15.03.2019 NL law
Interesse van een raadslid in een woning binnen nieuw vast te stellen bestemmingsplan levert op zichzelf geen verboden vooringenomenheid op

Short Reads - Het bevoegde bestuursorgaan binnen een gemeente voor de vaststelling van een bestemmingsplan is de gemeenteraad. Deze vaststelling dient op grond van de Algemene wet bestuursrecht ("Awb") zonder vooringenomenheid plaats te vinden. Uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de "Afdeling") van 6 maart 2019 volgt dat van vooringenomenheid in principe geen sprake is als een raadslid interesse heeft getoond in een woning uit een project dat wordt mede mogelijk gemaakt door het vastgestelde bestemmingsplan. Bijkomende omstandigheden zijn vereist.

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy – en cookieverklaring