Articles

Verkoop met verlies niet langer verboden

Verkoop met verlies niet langer verboden

Verkoop met verlies niet langer verboden

04.03.2014 BE law

Volgens het Hof van Beroep van Gent is het verbod op verkoop met verlies in artikel 101 van de wet van 6 april 2010 betreffende de marktpraktijken en consumentenbescherming (WMPC) strijdig met Richtlijn 2005/29/EG oneerlijke handelspraktijken1. Het verbod op verkoop met verlies is dus onwettig en kan geen toepassing vinden. De toekomstige nieuwe wet Marktpraktijken probeert daar een mouw aan te passen zodat de discussie nog steeds niet ten einde lijkt te zijn. 

Also available in French.

1. Arrest van het Hof van beroep van Gent

In onze nieuwsbrief van januari 2013 werd melding gemaakt van een vonnis van de Voorzitter van de rechtbank van koophandel te Gent van 27 juni 2012 waarin twijfels werden geuit of het Belgische verbod op verkoop met verlies uit art. 101 WMPC wel wettig was 2 . De Gentse rechter stelde daarop een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie dat bij Beschikking van 7 maart 2013 3   oordeelde dat het verbod op verkoop met verlies in strijd is met het Europees recht, en meer bepaald met de Richtlijn oneerlijke handelspraktijken, doch enkel voor zover dit verbod op verkoop met verlies de bescherming van de consument beoogt 4 .

Het nieuwe arrest van het Hof van beroep te Gent van 16 december 2013 bevestigt dat het verbod op verkoop met verlies strijdig is met de Richtlijn oneerlijke handelspraktijken en dat het verbod geen toepassing kan vinden. Dat arrest wordt dus een belangrijk precedent.

Het Hof erkent dat het verbod op verkoop met verlies is ingegeven door de wil om diegenen te beschermen die het zich om bepaalde financiële redenen niet kunnen veroorloven om goederen met verlies te verkopen en zo het aantal marktspelers niet aan te tasten. Artikel 101 WMPC wil hiermee de economische belangen van bestaande handelaars beschermen. Tegelijk wijst het Hof erop dat de bepaling tevens een consumentenbeschermende functie heeft. Zo zou de wetgever willen vermijden dat “de consument afhankelijk zou worden van een uitgedund aantal spelers op de kwestieuze markt… waarvan dan gevreesd zou worden dat die “overblijvers” na eerste scherpe (verlies)prijzen te hebben aangeboden, de prijzen naderhand te hoog zouden stellen”.

Het feit dat het verbod op verkoop met verlies tevens de bescherming van de consument beoogt, is doorslaggevend voor de toepassing van de Richtlijn. Aangezien artikel 101 WMPC binnen het toepassingsgebied van de Richtlijn oneerlijke marktpraktijken valt en het daarenboven een algemeen en ongenuanceerd strenger verbod dan de Richtlijn inhoudt (in strijd met artikel 4 van de Richtlijn), is het Belgische verbod op verkoop met verlies volgens het Hof van beroep te Gent onwettig en kan dit verbod bijgevolg geen toepassing vinden.

2. Bedenkingen

Als andere rechters dit oordeel volgen is het verbod op verkoop met verlies niet meer. Naar analogie met de saga rond de sperperiodes, lijkt de wetgever er echter alles aan te doen om het verbod alsnog te proberen redden. Zo is het verbod opnieuw terug te vinden in het nieuwe boek VI “Marktpraktijken en consumentenbescherming” van het Wetboek Economisch recht, ditmaal voorzien van een nieuwe ratio legis 5 . In de parlementaire voorbereidingen vindt men immers het volgende terug: “Het blijft echter van belang het regime van verbod op verkoop met verlies, zoals het door het voorliggend ontwerp wordt versoepeld, te behouden om de economische belangen van de individuele ondernemingen en de kmo’s te beschermen. (…) De regelgeving heeft dus enkel tot doel het bestaan van een gezonde en loyale concurrentie tussen ondernemingen te waarborgen”.6

In de wettekst zelf heeft de wetgever dit ook nog eens verduidelijkt door er nu in het nieuwe – nog in werking te treden - artikel VI.116, § 1 WER aan toe te voegen (zie onderlijnde tekst): “Teneinde eerlijke marktpraktijken te verzekeren tussen ondernemingen, is het elke onderneming verboden goederen met verlies te koop aan te bieden of te verkopen”.

Of deze vermelding en de ‘nieuwe’ ratio legis (‘pour les besoins de la cause’) voldoende zijn om in de toekomst buiten het toepassingsveld van de Richtlijn te vallen en het verbod op verkoop met verlies alsnog te redden is hoogst onzeker. Nieuwe procedures en rechtsonzekerheid kondigen zich dus jammer genoeg aan.

Voetnoten

 

  1. Richtlijn 2005/29 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van Richtlijn 84/450/EEG van de Raad, Richtlijnen 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad, Pb. L 149, 11 juni 2005, 22.
  2. Stibbe nieuwsbrief marktpraktijken en consumentenrecht, januari 2013.
  3. Beschikking van het Hof van 7 maart 2013, zaak C-343/12, Euronics Belgium CVBA tegen Kamera Express BV en Kamera Express Belgium BVBA.
  4. Zie hierover ook onze nieuwsbrief van maart 2013.
  5. Wet van 21 december 2013 houdende de invoeging van boek VI “Marktpraktijken en consumentenbescherming” in het Wetboek van economisch recht en houdende invoeging van de definities eigen aan boek VI, en van de rechtshandhavingsbepalingen eigen aan boek VI, in de boeken I en XV van het Wetboek van economisch recht, BS 30 december 2013, 103506.
  6. Parl. St. Kamer, Doc 53-3018/001, p.48.

 

 

Alle rechten voorbehouden. De inhoud van deze e-bulletin werd zo nauwkeurig mogelijk samengesteld. Wij kunnen echter geen enkele garantie bieden over de nauwkeurigheid en volledigheid van de informatie die deze e-bulletin bevat. De in deze publicatie behandelde onderwerpen werden enkel en alleen voor informatieve doeleinden voorbereid en ter beschikking gesteld door Stibbe. Ze bevatten geen juridisch of andersoortig professioneel advies en lezers mogen geen actie ondernemen op basis van de informatie in deze e-bulletin zonder voorafgaandelijk een raadsman te hebben geconsulteerd. Het raadplegen van deze e-bulletin doet geenszins een advocaat-cliënt-relatie tussen Stibbe en de lezer ontstaan. Deze e-bulletin dient enkel voor persoonlijk gebruik. Elk ander gebruik is verboden. 

Team

Related news

30.07.2019 BE law
Un matelas descellé et le droit de rétraction

Articles - Dans un arrêt du 27 mars 2019, la Cour de justice a conclu qu’un matelas, dont la protection a été retirée par le consommateur après la livraison de celui-ci et qui a potentiellement été en contact avec un corps humain, ne relève pas de l’exception au droit de rétraction[1] (pour des raisons de protection de la santé ou d’hygiène) prévue à l’article 16, sous e), de la directive 2011/83 relative aux droits des consommateurs[2] (i.e. l’article VI.53 CDE).

Read more

30.07.2019 BE law
Des contraintes d’espace dans des publicités dans le cadre des contrats conclus à distance

Articles - Walbusch Walter Busch a inséré dans des journaux et revues un prospectus publicitaire de six pages contenant un bon de commande sous la forme d’une carte postale détachable. Ce prospectus ne contenait pas de formulaire de rétraction[1]. La cessation de la publication du prospectus a été demandée et a été accueillie en première instance mais réformée en appel.

Read more

30.07.2019 BE law
Ontzegelde matras en het herroepingsrecht

Articles - In een arrest van 27 maart 2019 concludeerde het Hof van Justitie dat een matras, waarvan de beschermfolie door de consument na ontvangst werd verwijderd en die mogelijk in contact is geweest met een menselijk lichaam, geen uitzondering uitmaakt op het herroepingsrecht[1] (om redenen van gezondheidsbescherming of hygiëne) zoals bedoeld in artikel 16, onder e), van Richtlijn 2011/83 betreffende consumentenrechten[2] (dwz artikel VI. 53 WER).

Read more

30.07.2019 BE law
Bedrijfsgeheimen en ex-werknemers

Articles - Een vaak voorkomend probleem bij het vertrek van werknemers is de know-how die ze hebben opgebouwd in het bedrijf en meenemen naar een nieuw bedrijf. In welke mate mag hiervan gebruik gemaakt worden?

Read more

30.07.2019 BE law
Agressieve handelspraktijk: het hof van justitie verduidelijkt het begrip

Articles - Het Hof van Justitie werd verzocht om een antwoord te geven op de prejudiciële vraag of het gebruik door een handelaar van een methode[1] voor het sluiten of aanpassen van overeenkomsten betreffende het verrichten van telecommunicatiediensten, waarbij een consument het definitieve besluit over de transactie moet nemen in aanwezigheid van de koerier die de modelovereenkomsten overhandigt, als een agressieve handelspraktijk door ongepaste beïnvloeding moet worden aangemerkt in de zin van artikelen 8 en 9 van richtlijn 2005/29[2] (i.e. artikelen VI. 101 en 102 WER).

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring