Articles

Ontzegelde matras en het herroepingsrecht

Ontzegelde matras en het herroepingsrecht

Ontzegelde matras en het herroepingsrecht

30.07.2019 BE law

In een arrest van 27 maart 2019 concludeerde het Hof van Justitie dat een matras, waarvan de beschermfolie door de consument na ontvangst werd verwijderd en die mogelijk in contact is geweest met een menselijk lichaam, geen uitzondering uitmaakt op het herroepingsrecht[1] (om redenen van gezondheidsbescherming of hygiëne) zoals bedoeld in artikel 16, onder e), van Richtlijn 2011/83 betreffende consumentenrechten[2] (dwz artikel VI. 53 WER).

Mr. Ledowski had een matras gekocht via de website van slewo. Bij ontvangst van het goed heeft hij de beschermfolie rond de matras verwijderd. Vervolgens oefende hij zijn herroepingsrecht uit en stelde hij Slewo op de hoogte van zijn beslissing om de matras terug te zenden, maar moest daarbij zelf de transportkosten op zich nemen omdat de onlineverkooporganisatie het vervoer niet had georganiseerd zoals Mr. Ledowski het had gevraagd. Deze laatste eiste de terugbetaling van de aankoopprijs en de kosten van de terugzending van de matras door slewo.

De verwijzende rechter vroeg het Hof van Justitie of artikel 16, lid e), van Richtlijn 2011/83 (= artikel VI.53 WER) moet worden geïnterpreteerd in de zin dat goederen (zoals matrassen) die, bij gebruik voor het beoogde doel, rechtstreeks in contact kunnen komen met het menselijk lichaam maar die de handelaar opnieuw geschikt kan maken voor commercialisering met behulp van passende (schoonmaak)maatregelen, deel uitmaken van goederen die niet geschikt zijn om te worden teruggezonden om redenen van gezondheidsbescherming of hygiëne zoals bedoeld in voormelde bepaling. Volgens het Hof van Justitie is de uitzondering op het herroepingsrecht “slechts van toepassing indien een goed, nadat de verzegeling van de verpakking ervan is verbroken, definitief niet meer kan worden verkocht om redenen van gezondheidsbescherming of hygiëne, omdat de aard van dit goed het voor de handelaar onmogelijk of uiterst moeilijk maakt om maatregelen te treffen waarmee hij het opnieuw kan aanbieden zonder af te doen aan één van beide eisen”. In dit opzicht heeft het Hof geoordeeld dat een matras, ook al werd die mogelijk gebruikt, “door dit loutere feit niet definitief ongeschikt lijkt te zijn voor een nieuw gebruik door een derde of voor een nieuwe verkoop” en kan “wat het herroepingsrecht betreft, worden gelijkgesteld met een kledingstuk”.

 

Voetnoten
  1. HvJ-EU, 27 maart 2019, slewo, Zaak C-681/17.
  2. Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende consumentenrechten, tot wijziging van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad en van Richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 85/577/EEG en van Richtlijn 97/7/EG van het Europees Parlement en de Raad

Related news

26.04.2021 BE law
L’appropriation frauduleuse de listes de clients à des fins de détournement de clientèle constitue une pratique commerciale déloyale et une violation du secret d’affaires

Articles - La Cour d’appel de Gand a jugé que l’appropriation frauduleuse de listes de clients ainsi que l’utilisation de celle-ci constituent un détournement illicite de clients ainsi qu’une violation de l’article XI. 332/4 CDE (secret d’affaires).[1]

Read more

26.04.2021 BE law
L'utilisation illégale de secrets d'affaires obtenus de façon illicite conduit à une injonction temporaire de cesser une activité économique spécifique

Articles - Le président du tribunal d’entreprise de Gand a jugé que l'utilisation de secrets d’affaires obtenus de façon illicite, tels que des informations techniques sur les produits, lorsqu’une personne morale ou physique savait ou aurait dû savoir que ces derniers avaient été obtenus de façon illicite, viole l'article XI.332/4 du Code de droit économique (CDE) et est contraire à la concurrence loyale (article VI.104 CDE).

Read more

26.04.2021 BE law
Openbaarmaking en bedrijfsgeheimen, waar ligt de grens?

Articles - De Voorzitter van de Ondernemingsrechtbank te Brussel, zetelend zoals in kortgeding, heeft geoordeeld dat de openbaarmaking van een geheim productieproces door een ex-werknemer aan een concurrerende onderneming een oneerlijke handelspraktijk uitmaakt (schending van artikel XI.332 van het Wetboek Economisch Recht).[1] 

Read more

26.04.2021 BE law
Violation d’obligation contractuelle et tierce complicité – le juge des cessations peut établir l’existence d’une rupture de contrat

Articles - La Cour de Cassation a confirmé que même si les infractions liées aux pratiques de marché loyales relèvent de la responsabilité extracontractuelle, le juge des cessations, afin d’établir une éventuelle tierce complicité de la violation contractuelle, est compétent pour se prononcer sur l’existence d’une rupture de contrat à laquelle la société tierce a participé.

Read more