Articles

Onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking

Onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking

Onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking

06.01.2017 BE law

Het gebruik van de onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking vereist ook voor opdrachten van geringe waarde een afdoende formele en materiële motivering

In het arrest van 6 juni 2017 herhaalt de Raad van State dat de onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking (in klassieke sectoren) nog steeds als uitzonderingsprocedure moet worden beschouwd.

De aanbestedende overheid moet de keuze van deze gunningsprocedure zowel formeel als materieel afdoende motiveren en dit uiterlijk bij de gunningsbeslissing.

Inzonderheid betreffende de materiële motiveringsplicht, geeft de Raad in onderhavig arrest aan dat niet ‘zonder meer’ gebruik kan worden gemaakt van de onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking voor opdrachten van diensten waarvan de “goed te keuren uitgaven” onder het drempelbedrag van 85.000 euro (excl. btw) liggen (cfr artikel 26, §1, 1°, a), van de wet van 15 juni 2006) louter en alleen omdat voor de betrokken opdracht geen uitgaven worden voorzien door de aanbestedende overheid. Niet alleen de vergoeding ‘in geldsom’ maar ook de vergoeding ‘in natura’ voor de dienstverlener dient bij de beoordeling hiervan in acht te worden genomen.

De gemeente Dilbeek besloot om het gebruik van containers voor de inzameling van textielafval op haar grondgebied vanwege de bvba Vlaams Inzamel Centrum Textiel stop te zetten en een overheidsopdracht uit te schrijven voor ‘de inzameling aan huis van textiel in 2017’. Aangezien voor deze opdracht geen uitgaven vanwege de gemeente Dilbeek werden verwacht, ging de gemeente ervan uit dat de opdracht van geringe waarde was en zodoende op basis van een onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking ex artikel 26, §1, 1° a) van de wet van 15 juni 2006 kon worden gegund.

Bij verzoekschrift van 12 december 2016 betwisten drie ondernemingen die niet voor de opdracht waren uitgenodigd, het rechtmatig gebruik van de onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking voor de gunning van deze opdracht. Inzonderheid roepen zij de schending van de formele en materiële motiveringsplicht in.

In onderhavig arrest merkt de Raad van State op dat de aanbestedende overheid steeds moet kunnen bewijzen dat in voorkomend geval een van de in de wetgeving opgesomde toepassingsgevallen is voldaan. Dit is logisch, aangezien deze gunningsprocedure nog steeds een uitzonderingsprocedure is en de toepassing ervan strikt moeten worden geïnterpreteerd.

Daarbij dient de aanbestedende overheid bovendien te voldoen aan haar formele motiveringsplicht vervat in de formele motiveringswet van 29 juli 1991 en de rechtsbeschermingswet van 17 juni 2013. De formele motieven die het gebruik van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking ondersteunen, moeten wel niet noodzakelijk al opgenomen zijn in de beslissing om van deze gunningsprocedure gebruik te maken. Het volstaat dat de motieven van de beslissing op het ogenblik van deze beslissing bestaan, maar dat zij uiterlijk - en dus a posteriori - in de gunningsbeslissing kunnen worden opgenomen (cfr. artikel 4, tweede lid juncto artikel 5, 2° rechtsbeschermingswet 17 juni 2013). Dit biedt aan de aanbestedende overheden de nodige flexibiliteit.

In deze zaak wijst de Raad van State er ook op dat omzichtig omgesprongen moet worden met het berekenen van het drempelbedrag (waaronder een onderhandelingsprocedure ka n worden gebruikt). Om gebruik te kunnen maken van de onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking voor opdrachten van diensten met geringe waarde is vereist dat de “goed te keuren uitgaven” onder het drempelbedrag van 85.000 euro (excl. btw) liggen (cfr. artikel 26, §1, 1°, a) wet van 15 juni 2006 juncto artikel 105, §1, 2° KB plaatsing). De berekening van dit bedrag gebeurt op het tijdstip van de goedkeuring van de uitgaven (art. 105, §3, eerste lid KB plaatsing) .

Cruciaal daarbij is moet worden gekeken naar de “totale” vergoeding van de dienstverlener voor de totale opdracht incl. alle verlengingen (art. 24 juncto art. 27 KB plaatsing). Het begrip “totale vergoeding” moet daarbij – aldus de Raad - ruim worden begrepen, waarbij “de kostprijs in geld van de dienstverlening voor de aanbestedende overheid op zich niet allesbepalend is voor wat als de totale vergoeding van de dienstverlener dient te worden beschouwd”. De “totale vergoeding” omvat immers niet alleen de kostprijs in geld, maar ook de vergoeding in natura die met de dienstverlening gepaard gaat.

Aanbestedende overheden moeten er dus goed over waken dat zij bij het bepalen of de betrokken opdracht onder het drempelbedrag ligt en zodoende bij onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking kan worden gegund, niet alleen met de vergoeding in geldsom, maar ook met de vergoeding in natura rekening houden. Aangezien de vergoeding in natura voor de betrokken dienstverlener van aanzienlijke aard kan zijn (i.t.t. de vergoeding in geldsom), kan deze vaststelling volstaan om het geringe karakter van de waarde van de opdracht te ontnemen en het gebruik van de onderhandelingsprocedure (op die grond) uit te sluiten.

Link: RvS, nr. 236.968 van 06/01/2017

Team

Related news

20.10.2021 NL law
FAQ: What will change with the entry into force of the Woo compared to the Wob? An update

Short Reads - The Open Government Act (“Woo”) is to replace the Government Information (Public Access) Act (“Wob”). The Woo initiative proposal was passed in the Dutch House of Representatives in 2016; see our earlier Stibbeblog. However, the impact analysis that followed showed that the Woo as proposed was potentially impracticable for local governments. This led to amendments to the bill, which was passed by the House of Representatives on 26 January 2021. 

Read more

13.10.2021 NL law
FAQ: Hoe een begrip uit te leggen als een definitie of andere uitleg ervan in de wettelijke regeling ontbreekt?

Short Reads - Hoe een begrip uit te leggen als een definitie of andere uitleg ervan in de wettelijke regeling ontbreekt? Deze vraag komt meer dan eens aan de orde in geschillen en procedures. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beantwoordt deze vraag onder meer in een uitspraak over pleziervaartuigen en woonschepen in de jachthaven te Kaag (25 augustus 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1897).

Read more

20.10.2021 NL law
FAQ: Wat verandert er met de inwerkingtreding van de Woo ten opzichte van de Wob? Een update

Short Reads - De wet open overheid (“Woo”) moet de Wet openbaarheid van bestuur (“Wob”) vervangen. Al in 2016 is het initiatiefvoorstel van de Woo aangenomen in de Tweede Kamer. Hierover kon u eerder een Stibbeblog lezen. De impactanalyse die volgde toonde echter aan dat de Woo zoals voorgesteld mogelijk onuitvoerbaar was voor decentrale overheden. Dit heeft geleid tot wijzigingen in het wetsvoorstel dat op 26 januari 2021 door de Tweede Kamer is aangenomen. 

Read more

13.10.2021 NL law
De hardheidsclausule en ander maatwerk in het licht van de NOW

Short Reads - Uitzonderingen op de NOW zijn volgens de bestuursrechter niet mogelijk door het bewust ontbreken van een hardheidsclausule, maar worden door de minister in bepaalde gevallen wel toegestaan. In dit artikel bespreekt Sandra Putting welke mogelijkheden bestuursorganen en de bestuursrechter hebben om maatwerk te bieden en wordt aan de hand van drie geschilpunten over de NOW beoordeeld hoe die mogelijkheden zijn ingezet of beter hadden kunnen worden ingezet.

Read more

14.10.2021 NL law
Termijn voor het indienen vaststellingsaanvraag NOW-1 loopt af op 31 oktober 2021: strategische handreikingen en juridische aanbevelingen

Short Reads - Op 31 oktober 2021 is het de laatste dag waarop de vaststellingsaanvragen van de NOW-1 subsidie kunnen worden ingediend. Veel werkgevers hebben deze aanvraag al ingediend (en al een vaststellingsbesluit ontvangen) maar ook een aanzienlijk deel van de vaststellingsaanvragen moet nog door het UWV worden ontvangen (zie de Kamerbrief van 20 september 2021). 

Read more