Short Reads

Implementatiewet richtlijn en verordening wettelijke controles jaarrekeningen

Implementatiewet richtlijn en verordening wettelijke controles jaarrekeningen

Implementatiewet richtlijn en verordening wettelijke controles jaarrekeningen

13.02.2017 NL law

Vanaf 17 juni 2016 zijn de Europese Audit Verordening (EU) nr. 537/2014 en Audit Richtlijn (2014/56/EU) van toepassing.

De Implementatiewet wijzigingsrichtlijn en verordening wettelijke controles jaarrekeningen (“Implementatiewet”) is op 1 januari 2017 in werking getreden. Hierin zijn wijzigingen opgenomen in de Wet toezicht accountantsorganisaties (“Wta”), de Wet op het accountantsberoep, de Wet tuchtrechtspraak accountants, artikel 2:393 lid 5 BW en de Wet bekostiging financieel toezicht. Het bijbehorende Besluit ter implementatie van de Richtlijn en de Verordening (“Implementatiebesluit”) is eveneens (grotendeels) op 1 januari 2017 in werking getreden. Dit Besluit bevat onder meer wijzigingen van het Besluit toezicht accountantsorganisaties en het Besluit Audit Committee. Voor meer informatie over de Verordening, de Richtlijn en de implementatie daarvan in Nederland verwijzen wij naar onze Corporate Alert van 16 juni 2016. Hierna gaan wij in op de nieuwe regelgeving voor de auditcommissies.

De Audit Richtlijn en de Audit Verordening bevatten een aanscherping van de eisen die worden gesteld aan de inrichting en taken van de auditcommissie. Deze aanscherping moet er voor zorgen dat de onafhankelijkheid en technische competentie van auditcommissies zullen toenemen. Auditcommissies staan niet onder rechtstreeks toezicht van de AFM maar op grond van de Verordening zal de AFM het functioneren van auditcommissies gaan monitoren.

De nieuwe regels ten aanzien van auditcommissies zijn in Nederland opgenomen in het Besluit instelling auditcommissies. Op grond van dit Besluit zijn oob's verplicht om een auditcommissie in te stellen. In het Besluit worden in lijn met de Richtlijn nieuwe eisen gesteld aan de samenstelling van de auditcommissie. Hierbij moet rekening worden gehouden met de benodigde deskundigheid van de leden gezamenlijk die relevant is voor de sector waarin de rechtspersoon actief is. Bovendien geldt dat in plaats van één onafhankelijk lid binnen de auditcommissie, de meerderheid van de leden, waaronder de voorzitter, onafhankelijk van de rechtspersoon moet zijn. Volgens de Nota van toelichting bij het Implementatiebesluit kan voor de bepaling wie onafhankelijk is aansluiting worden gezocht bij de eisen omtrent de onafhankelijkheid van de RvC in de Corporate Governance Code (“Code”). De wetgever verwijst in de toelichting naar de Code uit 2008, zoals aangewezen als gedragscode bij Besluit van 10 december 2009 (best practice bepaling III.2.2). Ten minste één lid moet deskundig zijn op het gebied van financiële verslaggeving of de controle van de jaarrekening. De voorzitter van de auditcommissie wordt benoemd door de RvC of door de leden van het bestuur die niet belast zijn met het uitvoerend bestuur dan wel door de leden van de auditcommissie.

Met betrekking tot het takenpakket van de auditcommissie wordt in het Besluit instelling auditcommissies niet langer verwezen naar de bepalingen in de Code maar zijn de taken in het Besluit instelling auditcommissies opgenomen. Het Besluit instelling auditcommissies bevat onder meer de volgende taken voor de auditcommissie:

  1. zij stelt het bestuursorgaan of de RvC in kennis van het resultaat van de wettelijke controle, waarbij wordt toegelicht op welke wijze de wettelijke controle heeft bijgedragen aan de integriteit van de financiële verslaggeving en welke rol de auditcommissie in dat proces heeft gespeeld;
     
  2. zij doet voorstellen met betrekking tot de integriteit van het financiële verslaggevingsproces; en
     
  3. zij is betrokken bij de selectie van de accountant. Op welke wijze de auditcommissie daaraan invulling dient te geven is uitgewerkt in de Verordening.

De reeds bestaande taak van de auditcommissie ten aanzien van de monitoring van de doeltreffendheid van de interne systemen is in lijn met de Richtlijn beperkt tot monitoring van de doeltreffendheid van deze systemen met gevolgen voor de financiële verslaggeving. In het Besluit instelling auditcommissies is verder toegevoegd dat de auditcommissie bij de reeds bestaande taak ten aanzien van de monitoring van de accountantscontrole van de (geconsolideerde) jaarrekening de beoordeling van de AFM overeenkomstig artikel 26 lid 6 van de Verordening in acht moet nemen. Op grond van deze bepaling van de Verordening toetst de AFM de opzet en werking van de interne kwaliteitssystemen van accountantsorganisaties (artikel 48a Wta).

De mogelijkheid blijft bestaan dat de oob een orgaan aanwijst dat soortgelijke taken uitoefent als de auditcommissie (artikel 39 lid 4 Audit richtlijn). De vereisten ten aanzien van de samenstelling van de auditcommissie gelden ook voor dit orgaan. In het bestuursverslag wordt opgave gedaan van het aangewezen orgaan en de samenstelling daarvan.

Team

Related news

25.06.2019 LU law
The dawn of a new era of cross-border mobility within the EU?

Seminar - François Bernard, Senior Associate at Stibbe Luxembourg, will conduct a seminar in Luxembourg on 25 June in collaboration with Legitech on Directive proposal COM2018 (241 final) amending the cross-border merger regime currently enshrined in Directive (EU) 2017/1132 and introducing a new regime applicable to cross-border conversions and divisions.

Read more

04.06.2019 NL law
Dutch Supreme Court clarifies evidentiary rules concerning signatures and signed documents

Short Reads - In two recent decisions, the Dutch Supreme Court has clarified the evidentiary power of signed documents. If the signatory unambiguously denies that the signature on the document is his or hers or claims that another party has tampered with the signature (for instance, through forgery or copying a signature from one document and pasting it in another), it is up to the party invoking the signed document to prove the signature's authenticity (ECLI:NL:HR:2019:572).

Read more

03.06.2019 NL law
Toerekening van kennis van groepsvennootschappen

Articles - In de praktijk doet zich vaak de vraag voor of kennis die aanwezig is binnen de ene vennootschap kan worden toegerekend aan een andere vennootschap binnen hetzelfde concern. In dit artikel verkent Branda Katan zowel de dogmatische grondslag als de praktische toepassing van een dergelijke toerekening. Zij concludeert dat het ‘Babbel-criterium’ (heeft in de gegeven omstandigheden de kennis X in het maatschappelijk verkeer te gelden als kennis van Y?) geschikt is voor het toerekenen van kennis in concernverband.

Read more

28.05.2019 NL law
Dutch court: insufficient substantiation? No follow-on cartel damages action

Short Reads - Dutch courts are forcing claimants (including claims vehicles) to be well-prepared before initiating follow-on actions. The Amsterdam District Court in the Dutch trucks cartel follow-on proceedings recently ruled that claimants – specifically CDC, STCC, Chapelton, K&D c.s. and STEF c.s. – had insufficiently substantiated their claims. These claimants now have until 18 September 2019 to provide sufficient facts regarding transactions that – according to them – were affected by the cartel. Preparation should thus be key for cartel damages actions.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring