Articles

Wet beloningsbeleid financiële ondernemingen

Wet beloningsbeleid financiële ondernemingen

Wet beloningsbeleid financiële ondernemingen

03.07.2015 NL law

Op 7 februari 2015 is de Wet beloningsbeleid financiële ondernemingen (‘Wbfo’) in werking getreden. Met de Wbfo heeft het kabinet een breed pakket aan regels geïntroduceerd dat financiële ondernemingen verplicht tot het voeren van een beheerst beloningsbeleid en dat excessieve variabele beloningen aan banden legt. In deze Update komen het toepassingsbereik van de Wbfo alsmede het overgangsrecht aan de orde.

Meest in het oog springende onderwerp van de Wbfo betreft de introductie van het bonusplafond van 20% voor de variabele beloning van alle personen die werkzaam zijn onder de verantwoordelijkheid van een in Nederland gevestigde financiële onderneming. De Wbfo kent een beperkt aantal uitzonderingen waardoor in bepaalde gevallen een bonusplafond van 100%  of 200% kan worden toegepast. Daarnaast bevat de Wbfo onder meer een verbod op gegarandeerde variabele beloningen, wordt de uitkering van vertrekvergoedingen beperkt en verplicht het financiële ondernemingen bovendien het beheerste beloningsbeleid te publiceren. Op onderdelen gaan de Nederlandse voorschriften verder dan de Europese voorschriften op dit gebied. De Regeling beheerst beloningsbeleid Wft 2014 blijft eveneens van toepassing.

De reikwijdte van de Wbfo:

• Financiële onderneming: de Wbfo is in beginsel van toepassing op alle financiële ondernemingen met zetel in Nederland in de zin van artikel 1:1 Wet op het financieel toezicht (‘Wft’).

• Groepstoepassing: het toepassingsbereik van de Wbfo is breed. Zowel de moederonderneming als dochterondernemingen van een financiële onderneming met zetel in Nederland kunnen geraakt worden door deze beloningsrestricties. Ook indien deze ondernemingen zelf geen financiële onderneming zijn in de zin van de Wft. Indien bijvoorbeeld een financiële onderneming onderdeel uitmaakt van een groep als bedoeld in artikel 2:24b BW én de holding eveneens haar zetel in Nederland heeft, dan moet de holding ervoor zorgen dat de regels uit de Wbfo worden toegepast. De Wbfo voorziet in uitzonderingen op de groepstoepassing indien de 'hoofdactiviteiten' [1] van de groep niet bestaan uit het aanbieden van financiële producten of het verlenen van financiële diensten.

Op grond van het overgangsrecht kunnen in 2015 nog variabele beloningen worden toegekend die hoger zijn dan 20% van de vaste beloning, voor zover deze voortvloeien uit afspraken die voor 1 januari 2015 zijn gemaakt. Deze uitzondering ziet alleen op variabele beloningen die betrekking hebben op het prestatiejaar 2014.

Voor meer informatie over de Wbfo verwijzen wij naar een artikel van onze kantoorgenote Astrid Helstone in het tijdschrift Onderneming & Financiering van 2014. Voor een overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen in de beloningsregelgeving voor de financiële sector in 2014 verwijzen wij naar een artikel van onze kantoorgenote Suzanne Kröner-Rosmalen in het Tijdschrift voor Ondernemingsrechtpraktijk.


[1] De hoofdactiviteiten zijn de belangrijkste activiteiten van de groep, de activiteiten waarop de groep in beginsel gericht is. De doelstelling van de groep als geheel is een belangrijke aanwijzing voor de hoofdactiviteiten, ook kan worden gekeken naar de omzet of het deel van het personeel dat zich richt op activiteiten die geen relatie hebben met de financiële sector (Kamerstukken II 2013/14, 33 964, 3, p. 29).

 

 

Team

Related news

14.10.2019 NL law
Wet Bpf 2000 en verplichtstellingsbesluit zijn bijzonder dwingend recht als bedoeld in artikel 9 Rome I (aantekening)

Articles - In deze aantekening bespreekt Astrid Helstone de uitspraak van de Rechtbank Den Haag op 29 mei 2019. In deze uitspraak ging het over de vraag of de Wet Bpf 2000 en de verplichtstelling van deelneming in de Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor Vlees, Vleeswaren, Gemaksvoeding en Pluimveevlees (VLEP) van toepassing zijn op werknemers die, op basis van een arbeidsovereenkomst met een in Duitsland gevestigde onderneming waarop Duits arbeidsrecht van toepassing is, worden tewerkgesteld bij in Nederland gevestigde vleesverwerkende bedrijven.

Read more

08.10.2019 NL law
De Afdeling herhaalt haar jurisprudentie: bij een 'verdachte' rechtspersoon komt het zwijgrecht in beginsel alleen toe aan de bestuurders van die rechtspersoon

Articles - De uitspraak van 21 augustus 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:2801) betreft werknemers van een asbestverwijderingsbedrijf die bezig zijn met werkzaamheden in een pand. Na een melding van het asbestverwijderingsbedrijf zelf, vindt een inspectie plaats. Na een gesprek met de werknemers constateert de inspecteur dat sloopwerkzaamheden worden verricht, terwijl er in het pand asbesthoudende materialen zijn die nog niet zijn verwijderd. Het bedrijf krijgt om die reden een boete op grond van artikel 4.48a lid 1 Arbobesluit.

Read more

03.10.2019 NL law
De Afdeling herhaalt haar jurisprudentie: bij een ‘verdachte’ rechtspersoon komt het zwijgrecht in beginsel alleen toe aan de bestuurders van die rechtspersoon

Short Reads - De uitspraak van 21 augustus 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:2801) betreft werknemers van een asbestverwijderingsbedrijf die bezig zijn met werkzaamheden in een pand. Na een melding van het asbestverwijderingsbedrijf zelf, vindt een inspectie plaats. Na een gesprek met de werknemers constateert de inspecteur dat sloopwerkzaamheden worden verricht, terwijl er in het pand asbesthoudende materialen zijn die nog niet zijn verwijderd. Het bedrijf krijgt om die reden een boete op grond van artikel 4.48a lid 1 Arbobesluit. 

Read more

08.10.2019 NL law
De Afdeling herhaalt haar jurisprudentie: bij een 'verdachte' rechtspersoon komt het zwijgrecht in beginsel alleen toe aan de bestuurders van die rechtspersoon

Short Reads - De uitspraak van 21 augustus 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:2801) betreft werknemers van een asbestverwijderingsbedrijf die bezig zijn met werkzaamheden in een pand. Na een melding van het asbestverwijderingsbedrijf zelf, vindt een inspectie plaats. Na een gesprek met de werknemers constateert de inspecteur dat sloopwerkzaamheden worden verricht, terwijl er in het pand asbesthoudende materialen zijn die nog niet zijn verwijderd.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring