WWetsvoorstel Richtlijn openbaarmaking winstbelasting gepubliceerd, met invoering wettelijke grondslag voor implementatie van de CSRD

Article
NL Law

Op 5 juli 2022 is het voorstel voor de Implementatiewet Richtlijn openbaarmaking winstbelasting (“Wetsvoorstel”)  en bijbehorende memorie van toelichting (“Toelichting”) bij de Tweede Kamer ingediend

Het Wetsvoorstel strekt primair tot invoering van een wettelijke grondslag voor de implementatie van Richtlijn (EU) 2021/2101 tot wijziging van Richtlijn 2013/34/EU wat betreft de openbaarmaking van informatie over de winstbelasting door bepaalde ondernemingen en bijkantoren (“Richtlijn”). Daarnaast is het Wetsvoorstel gebruikt om de in Titel 9 van Boek 2 BW opgenomen wettelijke grondslagen voor algemene maatregelen van bestuur voor de inhoud van het bestuursverslag en andere jaarlijkse verslaggeving te herschikken en uit te breiden. Het Wetsvoorstel bevat hierdoor de wettelijke grondslag om op een later moment de Europese Corporate Sustainability Reporting Directive ("CSRD") te implementeren zonder dat nieuwe aanpassingen van Boek 2 BW benodigd zijn.

Over de inhoud van de CSRD hebben de Europese Raad en het Europees Parlement op 21 juni 2022 overeenstemming bereikt. Zogenoemde grote organisaties van openbaar belang (“OOB's”) zullen vanaf boekjaren startend op of na 1 januari 2024 in hun bestuursverslag duurzaamheidsinformatie moeten opnemen. Voor (andere) grote, niet-beurgenoteerde ondernemingen geldt deze verplichting vanaf boekjaren die starten op of na 1 januari 2025. Beursgenoteerde ondernemingen die niet kwalificeren als grote OOB moeten in boekjaren startend op of na 1 januari 2026 aan deze verplichting voldoen. [Nader hierover: in eerdere alerts hier en hier.]

De Richtlijn strekt ter bevordering van het toezicht op en de transparantie van winstbelasting die wereldwijd betaald wordt door multinationale ondernemingen die actief zijn binnen de Europese Unie. De Richtlijn probeert dat te bereiken door die ondernemingen via nationale wetgeving te verplichten een verslag inzake informatie over de winstbelasting te laten opstellen. Het Wetsvoorstel regelt niet zozeer de implementatie van de Richtlijn, maar anticipeert daarop door een wettelijke grondslag te creëren zodat de implementatie bij algemene maatregel van bestuur kan plaatsvinden. Op grond van die algemene maatregel van bestuur zullen rechtspersonen en vennootschappen waarvan de (geconsolideerde) omzet van de eventuele groep gedurende twee opeenvolgende boekjaren, zonder onderbreking nadien gedurende twee opeenvolgende boekjaren, hoger is dan € 750 miljoen, in beginsel verplicht zijn om een afzonderlijk verslag inzake de winstbelasting op te stellen en openbaar te maken. Dat verslag bevat onder meer het bedrag dat aan winstbelasting is betaald, uitgesplitst per lidstaat en land dat door de Europese Unie ("EU") als fiscaal coöperatief of niet-coöperatief is beschouwd (de grijze en zwarte fiscale lijsten van de EU). Het verslag moet binnen twaalf maanden na afloop van het boekjaar worden openbaargemaakt in het handelsregister en ter beschikking worden gesteld via de website van de onderneming. Als het Wetsvoorstel ongewijzigd wordt aangenomen, zal de verplichting ontstaan vanaf boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2024.

Daarnaast is de gelegenheid van het Wetsvoorstel benut om de wettelijke grondslagen voor de algemene maatregelen van bestuur voor de inhoud van het bestuursverslag en andere jaarlijkse verslaggeving te herschikken en uit te breiden. De algemene maatregelen van bestuur die op dit moment op art. 2:391 BW en art. 2:392a BW zijn gebaseerd, zoals het Besluit inhoud bestuursverslag, het Besluit bekendmaking niet-financiële informatie, het Besluit artikel 10 Overnamerichtlijn, het Besluit instelling Auditcommissie en het Besluit rapportage van betalingen aan overheden, worden in het Voorstel “verhangen”. Deze besluiten komen (mede) te rusten op het nieuwe art. 2:391a BW. Het vijfde en zesde lid van art. 2:391 BW en art. 2:392a BW komen te vervallen in het Voorstel.