Signaleringsblog week 14: actuele jurisprudentie en ontwikkelingen bestuursrecht en omgevingsrecht
In deze blog signaleren wij kort enkele belangwekkende bestuursrechtelijke en omgevingsrechtelijke uitspraken en ontwikkelingen van de afgelopen periode.
I- Jurisprudentie
Maatstaf voor exceptieve toetsing detailhandelsbeleid: wel of geen evidente strijd met Dienstenrichtlijn?
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (“Afdeling”) oordeelt in haar uitspraak van 25 maart 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:1745), exceptief toetsend, dat het aan de geweigerde planologische medewerking aan het in afwijking van het bestemmingsplan vernieuwen en uitbreiden van een bouwmarkt ten grondslag gelegde detailhandelsbeleid niet evident in strijd is met de Europese Dienstenrichtlijn. In hoger beroep betoogt de initiatiefnemer dat dit beleid de winkelvloeroppervlakte (“wvo”) in strijd met art. 15, derde lid, Dienstenrichtlijn maximeert, zodat het college van burgemeester en wethouders (“college”) dit beleid niet mocht toepassen bij de afwijzende beslissing op de ingediende aanvraag omgevingsvergunning. De Afdeling overweegt dat de Dienstenrichtlijn in dit geval van toepassing is op het detailhandelsbeleid, omdat dit beleid een territoriale beperking bevat voor de vestiging van bouwmarkten met een wvo van 6.500 m2 of meer. Dat betekent volgens de Afdeling dat de eisen, waarvan de toegang tot of de uitoefening van een dienstenactiviteit afhankelijk wordt gesteld, onder meer moeten voldoen aan de voorwaarden van noodzakelijkheid en evenredigheid. Van noodzakelijkheid is sprake, indien de eisen zijn gerechtvaardigd om een dwingende reden van algemeen belang; aan het vereiste van evenredigheid is voldaan als (i) de eisen geschikt zijn om het nagestreefde doel te bereiken, (ii) deze niet verder gaan dan nodig om dat doel te bereiken en (iii) dat doel niet met andere, minder beperkende maatregelen kan worden bereikt. Omdat het met de aangevraagde omgevingsvergunning beoogde gebruik niet kan plaatsvinden wegens strijd met een vastgesteld en onherroepelijk bestemmingsplan, is het aan de bestuursrechter om aan de hand van de aangevoerde beroepsgronden exceptief te toetsen of de toepasselijke bestemmingsplanregeling in strijd is met de Dienstenrichtlijn; voor een volle toets of het weigeringsbesluit in strijd is met de Dienstenrichtlijn is in dit geval geen plaats. Volgens de bij de exceptieve toetsing aan te leggen maatstaf beoordeelt de bestuursrechter of sprake is van evidente strijd met de Dienstenrichtlijn. Daarbij is het volgens de Afdeling aan het college om te onderbouwen waarom de in het bestemmingsplan neergelegde beperkingen gerechtvaardigd zijn in het licht van de eisen die Dienstenrichtlijn hieraan stelt. Daarbij kan het college verwijzen naar de toelichting bij een bestemmingsplan, maar mag hiervoor ook, indien - zoals in casu - een dergelijke toelichting ontbreekt, een nadere onderbouwing voor die beperkingen geven (vgl. de Afdelingsuitspraak van 26 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:616). Exceptief toetsend concludeert de Afdeling dat in dit geval geen aanleiding bestaat om het detailhandelsbeleid wegens evidente strijd met de Dienstenrichtlijn buiten toepassing te laten.
Actualisatie omgevingsvergunning milieu: eens bevoegd gezag…
In zijn uitspraak van 24 maart 2026 (ECLI:NL:RBNHO:2026:2942) oordeelt de Rechtbank Noord-Holland dat alleen het bevoegd gezag dat een omgevingsvergunning milieu (in casu een revisievergunning) heeft verleend bevoegd is om die vergunning en de daaraan verbonden voorschriften daarna (ambtshalve) aan te passen of in te trekken. Om die reden mocht het college van burgemeester en wethouders (“college”) niet ambtshalve overgaan tot actualisatie van de door Gedeputeerde Staten (‘GS”) verleende omgevingsvergunning milieu en de nadien genomen wijzigingsbesluiten. De wens om de eerder verleende vergunningen voor een racecircuit ambtshalve te actualiseren was volgens het college ingegeven door de behoefte om de vergunningssituatie overzichtelijker te maken en de mogelijkheid om daarbij gewijzigde inzichten ten opzichte van de normstellingen in de voorschriften een plek te geven. De rechtbank overweegt dat art. 2.4 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (“Wabo”) in geval van een ambtshalve actualisatie van een reeds verleende omgevingsvergunning milieu toepassing mist. Het actualiseren van een verleende omgevingsvergunning milieu op grond van art. 2.30 en 2.31 Wabo betreft volgens de rechtbank een complementaire (aanvullende) bevoegdheid ten opzichte van de verlening van die vergunning, zodat alleen het bevoegd gezag dat de omgevingsvergunning milieu (de revisievergunning) heeft verleend die vergunning en de daaraan verbonden voorschriften daarna (ambtshalve) kan aanpassen of intrekken. Onder de Omgevingswet is dit niet veranderd, aldus de rechtbank. Omdat die bevoegdheid in dit geval aan GS toekomt, concludeert de rechtbank dat het college in dit geval niet bevoegd was om ambtshalve een actualiserend besluit te nemen.
Handhaving omgevingsplan door middel van (toepassen) bestuursdwang is in beginsel niet onevenredig
Uit de uitspraak van de Rechtbank Amsterdam van 23 februari 2026 (ECLI:NL:RBAMS:2026:1950) volgt dat het college ervoor mocht kiezen om de geconstateerde overtreding van de gebruiksregels van het tijdelijke omgevingsplan te sanctioneren met een last onder bestuursdwang. Het college had de exploitant van twee winkels daarmee gelast om het gebruik van diens panden als headshop binnen zes weken te staken en gestaakt te houden, op straffe van sluiting van het betreffende pand. Omdat bij een hercontrole na ommekomst van de begunstigingstermijn bleek dat in één van beide panden nog headshopproducten aanwezig waren, heeft het college het winkelpand daags erop alsnog gesloten. In beroep betwist de exploitant de evenredigheid van de opgelegde en geëffectueerde sanctie: niet alleen heeft de feitelijke sluiting van de winkel voor hem vergaande (financiële) gevolgen; ook zou een last onder dwangsom passender zijn geweest en veel minder verstrekkende gevolgen hebben. De rechtbank stelt voorop dat in deze procedure de oplegging van de last onder bestuursdwang ter beoordeling voorligt en niet de uitvoering van die last. De rechtbank overweegt dat een bestuursorgaan een ruime mate van vrijheid heeft om te kiezen voor een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang (vgl. de Afdelingsuitspraak van 8 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4142). Uit vaste rechtspraak volgt bovendien dat de keuze van het bestuursorgaan voor een last onder bestuursdwang in plaats van een last onder dwangsom in beginsel niet afzonderlijk hoeft te worden gemotiveerd (vgl. de Afdelingsuitspraak van 5 augustus 2009, ECLI:NL:2009:BJ4622), al volgt de rechtbank het door het college ingenomen standpunt dat het handhaven van een overtreding als deze vanwege de ruimtelijke impact ervan een hoge prioriteit heeft en bestuursdwang effectiever is. Naar het oordeel van de rechtbank vormt de omstandigheid dat handhavend optreden mogelijk ernstige financiële gevolgen heeft voor de overtreder in beginsel geen grond voor het oordeel dat dit optreden zodanig onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen, dat het bestuursorgaan daarvan om die reden behoorde af te zien (vgl. de Afdelingsuitspraken van 6 juni 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BM7708 en 27 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4249). Dat de exploitant van de last onder bestuursdwang financiële schade ondervindt en een last onder dwangsom minder ingrijpend zou zijn is maakt dit volgens de rechtbank niet anders.
II – Ontwikkelingen in wet- en regelgeving
Internetconsultatie Wijzigingsbesluit energieopslagsystemen voor elektrische energie en opslag van energiedragers voor elektrische energie
In de periode van 27 maart 2026 tot en met 28 april 2026 doorloopt het concept Wijzigingsbesluit energieopslagsystemen voor elektrische energie en opslag van energiedragers voor elektrische energie een internetconsultatieronde. Dit besluit wijzigt het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en het Omgevingsbesluit (Ob) in verband met het vastleggen van rijksregels voor, kort gezegd, het opslaan van elektriciteit. Het introduceren van rijksregels draagt volgens de besluitgever bij aan het bereiken van omgevingsveiligheid met een landelijk level playing field. Gedurende de consultatieperiode kan een ieder reageren op het conceptwijzigingsbesluit.
Kamerbrief over onderzoek uitbreiding Awgb met eenzijdig overheidshandelen
Met de uitgebreide Kamerbrief van 27 maart 2026 kondigt de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het voornemen aan om de Algemene wet gelijke behandeling (“Awgb”) uit te breiden met een discriminatieverbod voor zogenoemd ‘eenzijdig overheidshandelen’. Daaronder verstaat de minister het handelen van de overheid jegens burgers in juridische zin (bij het uitvoeren van regels, waaronder begrepen het nemen van besluiten) of feitelijke zin (zoals het innen van belastingen en het verrichten van staandehoudingen). Volgens de minister is uitbreiding van de Awgb met eenzijdig overheidshandelen van toegevoegde waarde is, omdat dit niet alleen een helder signaal afgeeft maar ook het College voor de Rechten van de Mens (CRM) en de anti-discriminatievoorzieningen (ADV’s) de bevoegdheid geeft om meldingen over overheidshandelen te behandelen. De minister streeft ernaar om na de zomer van 2026 een conceptwetsvoorstel gereed te hebben dat kan worden vrijgegeven voor internetconsultatie en dat aan diverse adviesorganen ter consultatie kan worden voorgelegd.
Voorjaarsbrief klimaat en energie
Met de Kamerbrief van 27 maart 2026 informeert de minister van Klimaat en Groene Groei, mede namens de staatssecretarissen van Klimaat en Groene Groei, Fiscaliteit en Belastingdienst, Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en Infrastructuur en Waterstaat, de Tweede Kamer over de belangrijkste onderdelen van de klimaat- en energietransitie waarmee het kabinet komend jaar aan de slag gaat. In deze eerste kabinetsbrief over klimaat en energie brief reflecteert de minister onder meer op de financiële middelen die het kabinet op dit moment hiervoor vrijmaakt. Ook benoemt zij op hoofdlijnen hoe het kabinet in de komende periode onder meer het streven naar klimaatneutraliteit en een circulaire economie nader zal uitwerken.
Op de hoogte blijven van nieuwe ontwikkelingen?
Met onze Stibbeblogs blijft u op de hoogte van ontwikkelingen op het terrein van het bestuursrecht en omgevingsrecht. Wilt u graag automatisch via e-mail op de hoogte worden gehouden over een blogupdate? Meld u zich dan op onze website aan voor het ontvangen van een e-mail attendering bij het verschijnen van nieuwe bestuursrechtelijke en omgevingsrechtelijke Stibbeblogs. Eerder verschenen Signaleringsblogs kun u hier raadplegen.