Het verschoningsrecht in het digitale tijdperk
Tijdens een doorzoeking nam de FIOD een laptop in beslag met vertrouwelijke advocaat-cliëntcorrespondentie. In het kader van de filterprocedure wezen de betrokken advocaten op documenten die hun cliënt in het kader van hun advisering had opgesteld, maar nog niet aan hen had toevertrouwd. Hoe wordt het verschoningsrecht in dat geval gewaarborgd? Hierover ging de zaak die leidde tot de beslissing van de raadkamer van de rechtbank Amsterdam van 27 januari 2026.
Een verdachte werd door twee advocaten bijgestaan in een conflict met de Belastingdienst. Tijdens een woningdoorzoeking werden digitale gegevensdragers in beslag genomen, waaronder een laptop. De verdachte liet de rechter-commissaris weten dat de laptop geheimhoudersinformatie bevat. Deze geheimhoudersinformatie viel volgens de betrokken advocaten onder het verschoningsrecht. De advocaten leverden vervolgens een lijst met zoektermen aan bij de rechter-commissaris alsmede de locatie van een map waarin verschoningsgerechtigde bestanden stonden.
Aan de hand van de aangeleverde zoektermen werd de geheimhoudersinformatie van de digitale gegevensdragers gefilterd. Als extra controle onderzocht de geheimhoudersfunctionaris van de FIOD of de door de advocaten genoemde bestanden in bijlagen van geraakte e-mails voorkwamen of in andere vorm door de zoektermen werden geraakt. Daarnaast vroeg de rechter-commissaris de advocaten om hun zienswijze met betrekking tot de wijze waarop de documenten zijn gefilterd. De advocaten hadden hier geen gebruik van gemaakt.
De gehanteerde filterprocedure is echter onjuist en daarmee direct de kern van het probleem. De filterprocedure vond namelijk onder meer plaats binnen een map waarvan de advocaten expliciet hadden aangegeven dat deze geheimhoudersinformatie bevat. Deze map had niet in beslag genomen mogen worden of had in ieder geval na inbeslagname vernietigd moeten worden. De map werd daarentegen in het onderzoek betrokken en (uitsluitend) aan de hand van de zoektermen gefilterd. Alleen documenten die door een zoekterm werden geraakt, werden als geheimhoudersinformatie aangemerkt.
De advocaten stelden - mijn inziens terecht - dat het verschoningsrecht niet kan worden gereduceerd tot zoektermlijsten. Vertrouwelijke stukken kunnen immers eenvoudig buiten de zoektermlijst vallen.1 Het betrof in dit geval een map met documenten waarin de cliënt zijn gedachten ordende en die hij op een later moment aan zijn advocaten had willen toezenden ten behoeve van vertrouwelijk advocaat-cliëntoverleg
Ook dergelijke voorbereidende documenten vallen onder het verschoningsrecht indien aannemelijk is dat de inhoud daadwerkelijk bestemd was om aan de advocaten te worden toevertrouwd. Of hiervan sprake is, is in de eerste plaats aan de advocaten. In dit geval hadden de advocaten met onder meer screenshots aangegeven waar de map met geheimhoudersinformatie stond. Met die informatie had de rechter-commissaris evenwel niets gedaan. Er werd niet gefilterd op basis van de locatie van de bestanden, maar uitsluitend op basis van zoektermen. Dit maakt het een uiterst onzorgvuldige procedure.
De rechtbank verklaarde het beklag van de advocaten echter ongegrond. De filtering had volgens de rechtbank plaatsgevonden conform de recente jurisprudentie van de Hoge Raad. Daarmee zou voldoende zijn gewaarborgd dat het verschoningsrecht niet werd geschonden en bestond geen grond voor een nadere filtering. De rechtbank woog daarbij mee dat de advocaten onvoldoende concreet maakten welke bestanden volgens hen ten onrechte niet waren gefilterd. Hun cliënt had zijn laptop teruggekregen en daardoor beschikten de advocaten over de documenten. Volgens de rechtbank lag het daarom op de weg van de advocaten om concreet te maken welke stukken onder het verschoningsrecht vielen en niet zouden zijn geraakt door de zoektermlijsten.
Hoewel mijns inziens de enige juiste uitkomst was geweest dat de map met geheimhouderinformatie werd vernietigd en daarmee integraal werd uitgezonderd van de filterprocedure, toont deze beslissing eens te meer aan dat het raadzaam is om bij documenten met (mogelijke) geheimhoudersinformatie consequent gebruik te maken van aanduidingen als "advocaat-cliënt correspondentie", "aantekeningen ten behoeve van overleg met advocaat" of "priviliged and confidential". Dit is geen waarborg dat documenten met geheimhoudersinformatie nooit in beslag worden genomen, maar biedt wel concrete aanknopingspunten bij een filterprocedure. Ook laat deze beslissing zien dat een actieve houding bij advocaten vereist is en blijft: wie meent dat geheimhouderstukken zijn gemist bij de filterprocedure, zal dat met een (zeer) concrete onderbouwing moeten aantonen.
- 1
Hierbij kan men denken aan onder meer vertrouwelijke informatie in interne notities, concepten of documenten zonder expliciete vermelding van de naam van de advocaten of hun kantoor.