Short Reads

Transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden per 1 augustus 2022 – tips voor de werkgever en modelbepalingen voor in de arbeidsovereenkomst

Transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden per 1 augustus 2022 –

Transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden per 1 augustus 2022 – tips voor de werkgever en modelbepalingen voor in de arbeidsovereenkomst

19.07.2022 NL law

   

Werkgevers moeten per 1 augustus 2022 voldoen aan de verplichtingen uit de Wet implementatie EU-richtlijn transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden (de "wet"). Een mark-up van de wettelijke bepalingen treft u hier aan.

In dit bericht bespreken wij de belangrijkste wijzigingen uit deze wet en vertalen we deze wijzigingen in twee modelbepalingen die werkgevers kunnen opnemen in hun standaard arbeidsovereenkomst.

Uitbreiding informatieverplichting (art. 7:655 BW)

De wet breidt de informatieverplichtingen van de werkgever uit. Per 1 augustus 2022 zijn werkgevers verplicht om schriftelijk of (met instemming van de werknemer) elektronisch informatie te verstrekken over de duur en voorwaarden van de proeftijd, de aanspraak op vakantie of ander betaald verlof. Ook moet de werknemer geïnformeerd worden over het opleidingsbeleid en de procedures bij ontslag, inclusief de opzegtermijnen. Indien het werkpatroon onvoorspelbaar is, moet de werkgever de werknemer informeren over de dagen en uren waarop de werknemer kan worden verplicht om te werken, de termijn voor oproeping en het aantal gewaarborgde betaalde uren.

De sanctie bij niet-nakoming van de informatieverplichting blijft gelijk: de werknemer kan de werkgever aansprakelijk stellen voor de eventueel daardoor veroorzaakte schade (art. 7:655 lid 4 (nieuw) BW). Tot nu toe wordt schadevergoeding op grond van art. 7:655 lid 4 BW zelden gevorderd of toegekend, ook omdat dergelijke schade vaak lastig bepaalbaar is.

Acties voor de werkgever
Als een nieuwe werknemer in dienst treedt, moet de werkgever afhankelijk van de soort informatie uiterlijk een week of een maand na aanvang van de werkzaamheden de in art. 7:655 lid 1 BW genoemde informatie aan deze werknemer verstrekken. De benodigde informatie kan worden verstrekt in de arbeidsovereenkomst, in een toepasselijke cao of een personeelshandboek. Aan werknemers die vóór 1 augustus 2022 in dienst waren, moet de werkgever uiterlijk binnen één maand na een verzoek van de werknemer de in art. 7:655 lid 1 BW bedoelde informatie verstrekken (art. 7:655 lid 10 (nieuw) BW).

Verbod op nevenwerkzaamhedenbeding (art. 7:653a BW (nieuw))

Op dit moment is een nevenwerkzaamhedenbeding, waarin het de werknemer tijdens het dienstverband verboden wordt om zonder toestemming van de werkgever elders werkzaamheden of activiteiten te verrichten, niet wettelijk gereguleerd. De wet verandert dit en bepaalt dat een nevenwerkzaamhedenbeding nietig is, tenzij sprake is van een objectieve rechtvaardigingsgrond (art. 7:653a BW (nieuw)).

De wet bepaalt niet wat onder een objectieve rechtvaardigingsgrond wordt verstaan. De memorie van toelichting  noemt (niet-limitatief) als mogelijke objectieve rechtvaardigingsgronden: gezondheid en veiligheid, vertrouwelijkheid en de bescherming van bedrijfsinformatie, integriteit van overheidsdiensten of het vermijden van belangenconflicten.

Acties voor de werkgever
Het is niet verplicht om de objectieve rechtvaardigingsgrond vooraf in de arbeidsovereenkomst op te nemen. De objectieve rechtvaardigingsgrond kan ook achteraf, op het moment dat de werkgever een beroep doet op het nevenwerkzaamhedenbeding, bij de toetsing door de rechter worden aangevoerd. Bestaande nevenwerkzaamhedenbedingen blijven vanaf 1 augustus 2022 dus van kracht, maar de werkgever moet een beroep hierop objectief rechtvaardigen. Lukt dat dan niet – dit wordt uiteindelijk getoetst door de rechter – dan is dit beding nietig en staat het de werknemer in beginsel vrij om nevenwerkzaamheden te verrichten.

Kosteloze opleiding (art. 7:611a leden 2 – 5 BW (nieuw))

Per 1 augustus 2022 moet een verplichte opleiding voor de eigen functie kosteloos zijn voor de werknemer en indien mogelijk tijdens werktijd gevolgd worden. In de memorie van toelichting is duidelijk aangegeven dat niet iedere opleiding kwalificeert als een verplichte opleiding. Een verplichte opleiding is een opleiding die de werkgever op grond van het Europees recht, nationale recht, cao of een regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan verplicht is aan te bieden. Uitgezonderd zijn opleidingen die een werknemer op grond van de beroepskwalificatierichtlijn (Richtlijn 2005/36/EG) voor het behouden van de beroepskwalificatie verplicht is te volgen; die beroepen zijn vastgelegd in de bijlage bij de Regeling vaststelling lijst gereglementeerde beroepen. Bovendien is een uitzondering gemaakt voor huishoudelijk personeel.

Het gaat dus om de aan een werkgever opgelegde verplichting tot het aanbieden van een opleiding. Dat kan zijn een opleiding die nodig is voor de goede vervulling van de eigen functie, op basis van de algemene scholingsplicht van art. 7:611a lid 1 BW. Het kan ook gaan om specifieke, andere wetgeving, zoals de Wet op het financieel toezicht die opleidingsverplichtingen voor financiële dienstverleners bevat.

De kosten voor deze verplichte opleiding mogen niet op de werknemer worden verhaald. Een studiekostenbeding dat hiermee strijdig is, is nietig.

Ten slotte geldt dat de tijd die de werknemer besteedt aan de verplichte opleiding als arbeidstijd kwalificeert. Deze tijd telt dus mee voor de regels rondom werk- en rusttijden in de zin van de Arbeidstijdenwet. Dat wil niet zeggen dat ook altijd loon verschuldigd is over dergelijke (extra) arbeidstijd. Dat hangt af van de tussen de werkgever en de werknemer gemaakte afspraken. 

Acties voor de werkgever
Werkgevers moeten, zoals gezegd, per 1 augustus 2022 rekening houden met de nieuwe verplichtingen die zijn opgenomen in art. 7:611a BW: (1) verplichte opleidingen moeten (2) kosteloos en (3) in beginsel tijdens werktijd gevolgd worden. Studiekostenbedingen die zijn overeengekomen vóór inwerkingtreding van de wet voor opleidingen die onder het bereik van art. 7:611a BW vallen, zijn per 1 augustus 2022 nietig.

Hieronder staat een stappenplan om na te gaan of een studiekostenbeding is toegestaan per 1 augustus 2022.

Check studiekostenbeding

Het volgende stappenplan kan worden gevolgd om vast te stellen of de werkgever een opleiding kosteloos moet aanbieden en moet voldoen aan de overige verplichtingen uit art. 7:611a BW.

agbeeldin005@200x-50

Benadelingsverbod en opzegverbod (art. 7:670 lid 9 BW (aangepast))

De wet bevat een algemeen benadelingsverbod jegens werknemers: werknemers mogen niet worden benadeeld omdat zij de toegekende rechten uit de wet geldend maken, een klacht indienen of zich laten bijstaan in dat kader.

Art. 7:670 lid 9 (aangepast) BW bevat daarnaast een nieuw opzegverbod: een werkgever kan de arbeidsovereenkomst niet opzeggen wegens de omstandigheid dat de werknemer de door deze wet toegekende rechten geldend maakt.

Nieuwe modelbepalingen voor in de arbeidsovereenkomst 

Hieronder geven we een aantal modelbepalingen weer die in het algemeen conform de nieuwe wet zullen zijn.

Modelbepaling Nevenwerkzaamheden

“Werknemer zal Werkgever vooraf schriftelijk informeren indien hij voornemens is om, naast zijn werk voor Werkgever, al dan niet gehonoreerde werkzaamheden te gaan verrichten ten behoeve van of in dienst van derden (de “Nevenwerkzaamheden”).

Werknemer zal hierbij vooraf opgave doen van de partij voor wie hij de Nevenwerkzaamheden wil verrichten en van de omvang en aard daarvan. Werknemer zal de Nevenwerkzaamheden niet verrichten zonder voorafgaande toestemming van Werkgever. Werkgever zal deze toestemming in beginsel verlenen, tenzij Werkgever een objectieve reden heeft om deze te weigeren, zoals de gezondheid en veiligheid van de werknemer, de bescherming van vertrouwelijkheid van bedrijfsinformatie, het voorkomen van belangenconflicten, de bescherming van de goede naam en reputatie van Werkgever of andere objectieve redenen.”

Modelbepaling Informatieverplichting

“In deze Arbeidsovereenkomst zijn verschillende bepalingen opgenomen met informatie die Werkgever aan Werknemer moet verstrekken conform art. 7:655 BW. In aanvulling hierop informeert Werkgever Werknemer over het volgende.[1]

Naast vakantiedagen heeft Werknemer mogelijk ook recht op andere vormen van betaald verlof, zoals: ouderschapsverlof, zwangerschapsverlof, bevallingsverlof, adoptieverlof, calamiteitenverlof, (aanvullend) geboorteverlof, kortdurend zorgverlof en langdurend zorgverlof, een en ander conform de Wet arbeid en zorg. [Aanvullende optie, indien van toepassing: Werkgever biedt daarnaast de volgende vormen van betaald verlof aan: [opsomming van de door de werkgever betaalde vormen van verlof]].[2]

[Alternatief: Naast vakantiedagen heeft Werknemer recht op andere vormen van betaald verlof, zoals vermeld in de artikelen [@] van de [naam] cao [en/of, zoals vermeld in het in de arbeidsovereenkomst geïncorporeerde handboek]. 

Indien Werkgever de Arbeidsovereenkomst (tussentijds) wil beëindigen, gelden daarvoor de verschillende wettelijke mogelijkheden, zoals beschreven in titel 7.10 BW.”

[1] In deze modelbepaling gaan we uit van een arbeidsovereenkomst (a) met voorspelbare arbeidstijd, (b) geen uitzending, (c) geen oproepovereenkomst en (d) geen scholingsregeling. Daarnaast wordt verondersteld dat de arbeidsovereenkomst (of cao, of in de arbeidsovereenkomst geïncorporeerde handboek) reeds  informatie bevat over de volgende onderwerpen: (i) naam en woonplaats van partijen, (ii) plaats van de arbeid, (iii) de functie van de werknemer of aard van de arbeid, (iv) de datum indiensttreding, (v) de einddatum, bij een bepaalde tijd contract, of anders de onbepaalde duur (vi) de opzegtermijn, (vii) het loon, de afzonderlijke bestanddelen daarvan en de wijze/frequentie van uitbetaling, (viii) de duur van de dagelijkse/wekelijkse arbeidstijd, (ix) de duur en de voorwaarden van de proeftijd, en (x) of de werknemer deelneemt aan een pensioenregeling en, zo ja, de naam van de pensioenuitvoerder.

[2] Deze modelbepaling gaat ervanuit dat de volgende verloven al elders in de arbeidsovereenkomst zijn geregeld: vakantieverlof en ziekteverlof.

De inhoud van dit bericht strekt uitsluitend ter voorlichting en beoogt geen juridisch advies te geven over concrete onderwerpen. Aan de inhoud van dit bericht (en de modelbepalingen daarin) kunnen geen rechten worden ontleend, noch kan aansprakelijkheid worden aanvaard voor eventuele onvolledigheden of onjuistheden.

Team

Related news

11.05.2022 NL law
De afweging van grondrechten in het kader van corona

Articles - COVID-19 heeft de maatschappij voor dilemma’s geplaatst bij de afweging van volksgezondheid en bescherming van kwetsbaren tegenover vrijheden van het individu. In Tijdschrift voor Arbeidsrecht in Context schetsen Frederiek Fernhout en Judica Krikke de onderliggende rechten en vrijheden die vastgelegd zijn in het Europese grondrechtenkader, de AVG en nationale arbeidswetgeving en bespreken zij hoe deze tegen elkaar moeten worden afgewogen in de context van coronamaatregelen.

Read more

26.07.2022 NL law
Verplichte cao en pensioen: niet perse voor alle werkgevers in de groep

Short Reads - Als één groepsvennootschap verplicht onder een cao of bedrijfstakpensioenregeling valt, geldt dit dan ook voor andere vennootschappen/werkgevers in de groep? Hoe werkt dit indien de ondernemingsactiviteiten (bijv. verkoop, logistiek, vervoer) verdeeld zijn over verschillende BV’s, maar elkaar wel aanvullen? Recente rechtspraak over reisbemiddelaar Prijsvrij.nl en (eerder) online supermarkt Picnic biedt meer duidelijkheid.

Read more

27.06.2022 NL law
Kabinet wil schijnzelfstandigheid aanpakken door intensivering handhaving door Belastingdienst en uiterlijk per 1 januari 2025 opheffing van het handhavingsmoratorium

Articles - Op vrijdag 24 juni jl. hebben de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en de Staatssecretaris van Fiscaliteit en Belastingdienst een schriftelijke kabinetsreactie gegeven op de rapporten van de Algemene Rekenkamer (ARK) en de Auditdienst Rijk (ADR) over de handhaving op schijnzelfstandigheid door de Belastingdienst. Johan Vrolijk bespreekt in dit blogbericht de kabinetsreactie nadat eerst kort is ingegaan op de achtergrond, het geldende handhavingsmoratorium en de rapporten van de ARK en ADR.

Read more