Short Reads

Te laat ingediend beroep toch ontvankelijk

Te laat ingediend beroep toch ontvankelijk

Te laat ingediend beroep toch ontvankelijk

11.07.2022 NL law

In april en mei van dit jaar hebben de hoogste bestuursrechters hun rechtspraak over de zogenaamde verschoonbare termijnoverschrijding iets versoepeld. Dat betrof de zogenaamde tweewekenregel, die betrekking heeft op de situatie dat een belanghebbende pas na de beroepstermijn bekend raakt met het voor hem nadelige besluit. Al eerder was de rechtbank Limburg nog een behoorlijke stap verder gegaan. Zij toont clementie met een burger die wél op de hoogte was van het besluit, maar toch niet tijdig beroep instelde.

Het is nog geen maand geleden dat ik een nieuwe lijn signaleerde in de rechtspraak over het niet tijdig instellen van beroep. Dat ging over de zogenaamde tweewekenregel. Die houdt in dat als een belanghebbende buiten schuld (geen ‘verzuim’) te laat bezwaar of beroep instelt, hij dat in beginsel alsnog binnen twee weken moet doen zodra hij bekend raakt met besluit en de mogelijkheid om daartegen bezwaar of beroep in te stellen. De hoogste bestuursrechters zijn deze tweewekenregel met wat meer souplesse gaan toepassen.

In een uitspraak die recent de aandacht heeft getrokken is de rechtbank Limburg nog een (behoorlijke) stap verder gegaan. In die zaak ging het niet om de vraag of de belanghebbende burger binnen de genoemde twee weken alsnog beroep had ingesteld, maar of het hem verweten kon worden dat hij dat niet binnen de reguliere termijn van zes weken had gedaan. Wat de uitspraak extra bijzonder maakt, is dat het een uitspraak is op verzet. Dat wil zeggen, de rechtbank had de burger in eerste instantie buiten zitting niet-ontvankelijk verklaard (“kennelijk niet-ontvankelijk”) en komt daar nu op terug. (Ter informatie: bij een kennelijke niet-ontvankelijkheid heeft de burger het recht om alsnog behandeling van zijn zaak ter zitting te verlangen. Dat vloeit voort uit het recht op een eerlijk proces, waarvan het in persoon verschijnen voor de rechter een belangrijk element is).

Kort gezegd ging het om een burger in moeilijke privé-omstandigheden die zijn beroepschrift een dag te laat indiende. Bij nader inzien vindt de rechtbank dat hem die termijnoverschrijding niet verweten kan worden. De rechtbank heeft de uitspraak in ‘klare taal’ geschreven, zodat het niet nodig is deze hier samen te vatten. Ik licht er een paar interessante elementen uit.

De rechtbank constateert allereerst dat de beroepstermijn van 6 weken een harde termijn is, waar niet mee te marchanderen valt. Een dag te laat is dus gewoon te laat.

Vervolgens kijkt de rechtbank naar artikel 6:11 Awb, dat luidt: ‘Ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.’ De rechtbank stelt (terecht) vast dat het wetsartikel beoordelingsruimte biedt. De rechter moet namelijk beoordelen of de indiener in verzuim is geweest. De rechtbank wijst er (eveneens terecht) op dat het wetsartikel geen beleidsruimte biedt. Er is geen plaats voor een belangenafweging. Het argument dat er voor de betrokken burger grote belangen op het spel staan, laat de rechtbank dan ook buiten beschouwing. Wel verdisconteert de rechtbank de op het spel staande belangen (groot bij de burger, laag bij het SVB en geen belangen van derden) bij de bewijsvoering: zij stelt geen hoge eisen aan het bewijs dat de burger levert.

Wat voor de rechtbank uiteindelijk de doorslag geeft is dat deze burger geen rechtsbijstand had, niet bekend was met de mogelijkheid een pro forma in te dienen en in een moeilijke privé situatie verkeerde. Die omstandigheden maken volgens de rechtbank dat het hem niet verweten kan worden het beroepschrift één dag te laat te hebben ingediend. Daarbij verwijst de rechtbank naar het befaamde rapport van de WRR ‘Weten is geen doen’ en – kort samengevat – het sindsdien gewijzigde burgerbeeld.

De uitspraak is duidelijk als een nieuwe standaard bedoeld. Dat blijkt uit overweging 2, die ik citeer:

“In deze uitspraak legt de rechtbank uit waarom zij er nu anders tegenaan kijkt dan in de eerdere uitspraak waarin het beroep niet-ontvankelijk is verklaard. Deze uitleg is tamelijk uitgebreid en in juridische taal, omdat die ook van belang is voor andere zaken waarin te laat beroep wordt ingesteld of te laat bezwaar wordt gemaakt. Dat is voor de rechtbank ook reden om deze uitspraak te publiceren. Belanghebbenden bij toekomstige zaken weten dan hoe de rechtbank dit soort gevallen voortaan gaat beoordelen.”

Zodoende heeft de rechtbank een flinke steen in de juridische vijver gegooid. Het is nu afwachten of andere rechtbanken gaan volgen en wat onze hoogste bestuursrechters uiteindelijk zullen doen. Uiteindelijk overigens, ligt ingrijpen van de wetgever voor de hand. Bij de wetgever ligt al vele jaren de – van diverse zijden gedane – aanbeveling om in zuivere tweepartijengeschillen de beroepstermijn op te rekken. Ik ondersteun die aanbeveling. Het doet wellicht wat afbreuk aan de uniformiteit van de zeswekentermijn, maar volgens mij kunnen wij prima uit de voeten met twee uniforme termijnen: een korte voor meerpartijengeschillen, zoals over omgevingsvergunningen, en een lange voor tweepartijengeschillen, zoals over belastingen en uitkeringen. Tenslotte is het bestuursorgaan ook verplicht om in het besluit aan te geven binnen welke termijn beroep kan worden ingesteld. Bovendien is de winst groot: adequate rechtsbescherming voor burgers die wat minder alert of kundig zijn en minder procedures over procedureregels. Werk aan de winkel voor mevrouw Yeşilgöz-Zegerius!

Team

Related news

09.08.2022 NL law
Het initiatiefvoorstel Wet verantwoord en duurzaam internationaal ondernemen in internationale context

Articles - Internationaal maatschappelijk ondernemen, in het bijzonder door corporate sustainability due diligence, staat hoog op de (internationale) agenda. In het voetspoor van enkele andere landen in Europa is in Nederland een voorstel gedaan voor een wettelijk raamwerk dat niet op specifieke hoogrisicosectoren van toepassing is, maar op een veel grotere groep ondernemingen.

Read more

12.08.2022 NL law
Reactie op ‘De lucht geklaard … Aan de slag met resultaatgerichte grenswaarden voor industriële emissies om 50% reductie te bereiken in 2030’

Articles - Met veel belangstelling hebben Anna Collignon en Jelmer Ypinga  de bijdrage van Borgers en Molendijk in dit nummer van TO gelezen. Hierin borduren zij voort op het eerder verschenen advies dat zij als adviseurs van KokxDeVoogd schreven in opdracht van Rijkswaterstaat. Het advies bevat een mooi overzicht van de huidige en toekomstige juridische instrumenten die van belang (zullen) zijn bij het stellen van emissiegrenswaarden.

Read more

04.08.2022 NL law
Meer maatwerk bij ontvankelijkheidsbeslissingen

Short Reads - Na een blog uit 2020 heb ik de afgelopen periode enkele uitspraken gesignaleerd die lijken te wijzen op een soepelere omgang van de bestuursrechter met termijnoverschrijdingen. Zo besteedde ik aandacht aan een uitspraak van de rechtbank Limburg, waarin persoonlijke (privé) omstandigheden een doorslaggevende rol speelden. Recent is er een tweetal verzetuitspraken van de Afdeling verschenen waarin persoonlijke omstandigheden ook beslissend waren. Waait er sinds de reflectierapporten inderdaad een nieuwe wind door de ontvankelijkheidsrechtspraak?

Read more

09.08.2022 NL law
Bouwen en stikstofdepositie anno 2022: een (on)mogelijke opgave?

Articles - De stikstofproblematiek houdt de gemoederen sinds de PAS-uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (“Afdeling”) al geruime tijd bezig. In onze eerdere artikelen in voorgaande jaren schetsten wij de stand van zaken op dat moment. Omdat de ontwikkelingen sindsdien niet zijn uitgebleven – integendeel – bestaat alle aanleiding voor een update.

Read more

27.07.2022 NL law
Actualiteiten Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO) 

Short Reads - De aandacht voor (Internationaal) Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (“(I)MVO”) en Environmental, Social and Governance factoren (“ESG”) en verantwoording daarover blijft onverminderd groot. Wij zien op nationaal en Europees niveau tal van ontwikkelingen, zoals de publicatie van het voorstel voor een Europese Corporate Sustainability Due Diligence richtlijn. Wij stippen enkele Europese en nationale initiatieven aan. 

Read more