Short Reads

Termijn voor het indienen vaststellingsaanvraag NOW-1 loopt af op 31 oktober 2021: strategische handreikingen en juridische aanbevelingen

Termijn voor het indienen vaststellingsaanvraag NOW-1 loopt af op 31

Termijn voor het indienen vaststellingsaanvraag NOW-1 loopt af op 31 oktober 2021: strategische handreikingen en juridische aanbevelingen

14.10.2021 NL law

Op 31 oktober 2021 is het de laatste dag waarop de vaststellingsaanvragen van de NOW-1 subsidie kunnen worden ingediend. Veel werkgevers hebben deze aanvraag al ingediend (en al een vaststellingsbesluit ontvangen) maar ook een aanzienlijk deel van de vaststellingsaanvragen moet nog door het UWV worden ontvangen (zie de Kamerbrief van 20 september 2021). 

Met name de grote werkdruk voor accountants bij het vaststellen van de accountantsverklaring – en de discussies en ingewikkelde vraagstukken die hierbij komen kijken – leiden ertoe dat werkgevers met de aanvraag hebben gewacht tot het einde van de termijn (zie de Kamerbrief van 7 september 2021). Deze short read bevat een overzicht van praktische aandachtspunten die relevant zijn voor werkgevers, zowel voor als na indiening van de vaststellingaanvraag.

Wees op tijd

Wellicht ten overvloede is het goed te benadrukken dat de aanvragen op tijd moeten zijn ingediend. De gevolgen bij niet-tijdige indiening zijn verstrekkend. Aanvragen die na 31 oktober 2021 worden ingediend, zijn te laat en zullen leiden tot een subsidievaststelling op nihil. Deze strenge lijn is in het subsidierecht gebruikelijk en is door de minister herhaaldelijk benadrukt. Werkgevers die nog geen vaststellingaanvraag hebben ingediend zullen ervoor moeten zorgen dat alle stukken voor deze datum gereed zijn en dienen – idealiter – de stukken een paar dagen voor het einde van de termijn in, zodat eventuele technische problemen of foutmeldingen bij het online indienen op tijd verholpen kunnen worden. De jurisprudentie binnen het subsidierecht is hierin immers strikt; fouten (bugs) in het elektronische aanvraagsysteem die ertoe leiden dat de subsidieaanvraag niet op tijd is ingediend komen (in de meeste gevallen) voor rekening van de aanvrager (zie CBb 23 juni 2020).

Accountantsverklaring kan binnen 14 weken na de aanvraag worden ingediend

Veel werkgevers hebben gewacht met het indienen van de vaststellingsaanvraag omdat zij nog geen verklaring van de accountant hebben ontvangen. Niet alleen de drukte bij accountantskantoren speelt daarbij een rol, maar ook het feit dat er discussie is over bepaalde begrippen in de NOW en de uitleg van die begrippen in de Q&A's van de Koninklijke Nederlandse Beroepsorganisatie voor Accountants (NBA) enkele keren is gewijzigd. Dit heeft ertoe geleid dat dat accountants in bepaalde gevallen hebben gewacht met het afgeven van de accountantsverklaring. Als er voor 31 oktober 2021 nog geen accountantsverklaring is, hoeft dit echter geen probleem te zijn voor de aanvraag. De NOW-1 biedt werkgevers de mogelijkheid om de accountantsverklaring later in te dienen. Als de accountantsverklaring niet is ingediend bij de aanvraag heeft de werkgever nog 14 weken de tijd om deze aan het UWV toe te sturen (artikel 14 lid 4 NOW-1). Volgens de minister is het in de praktijk zo vormgegeven dat werkgevers bij het indienen van de aanvraag op de UWV-website kunnen aanvinken dat zij nog wachten op een accountantsverklaring. Vanaf dat moment geldt voor hen een termijn van 14 weken, waarbinnen zij de aanvraag opnieuw moeten indienen mét accountantsverklaring. Deze mogelijkheid staat los van het feit dat werkgevers, ook als zij nog geen accountantsverklaring hebben, de aanvraag uiterlijk 31 oktober 2021 moeten indienen. Zoals hiervoor vermeld, geldt er immers een strikte termijn. De minister wil de aanvullende termijn van 14 weken ook mogelijk maken voor de derdenverklaring en is voornemens de NOW-1 hierop aan te passen.

Trek bij een afkeurende accountantsverklaring de subsidieaanvraag niet in

Indien de accountant een afkeurende verklaring afgeeft, is het aan te raden de aanvraag om subsidieverlening niet op eigen initiatief in te trekken, maar alsnog een vaststellingsaanvraag in te dienen. Op de aanvraag zal het UWV een besluit moeten nemen, wat bij een afkeurende verklaring tot een subsidievaststelling op nihil zal leiden. Tegen het vaststellingsbesluit kan de werkgever in bezwaar en beroep (zie hierna). Met het vaststellingsbesluit wordt aldus een rechtsgang mogelijk gemaakt. In de bezwaar- en beroepsfase is het mogelijk om gronden aan te brengen tegen het vaststellingsbesluit en discussie te voeren over bijvoorbeeld de uitleg van bepaalde begrippen in de NOW. Indien de werkgever de aanvraag intrekt, is dit niet meer mogelijk. In het geval de werkgever niets doet – oftewel geen vaststellingsaanvraag indient maar ook de verleningsaanvraag niet intrekt – zal het UWV de subsidie ambtshalve vaststellen. De subsidie wordt in dit geval vastgesteld op nihil. Ook in dit geval is er een besluit waartegen bezwaar- en beroep mogelijk is. Het verschil met de situatie waarbij de vaststellingsaanvraag is ingediend, is dat bij een ontbrekende aanvraag het UWV de subsidie hoe dan ook op nihil vaststelt omdat het geen gegevens heeft om de hoogte van de subsidie te bepalen, terwijl bij een ingediende aanvraag met afkeurende accountantsverklaring het UWV in beginsel nog een eigen beoordeling van de aanvraag moet uitvoeren. Wij verwachten echter dat dit in alle gevallen zal leiden tot een vaststelling op nihil, omdat de minister veel gewicht toekent aan de accountantsverklaring en ook uit de Beleidsregel vaststelling NOW-subsidie volgt dat de accountantsverklaring van doorslaggevend belang is.

Verplichtingen waaraan moet zijn voldaan vóór de vaststellingsaanvraag

Het is van belang om volledig scherp te hebben aan welke (formele) subsidieverplichtingen moet zijn voldaan vóór de vaststellingsaanvraag is ingediend. Voor de aanvraag onder de concernuitzondering (artikel 6a NOW-1) gelden aanvullende verplichtingen ten opzichte van de reguliere aanvraag. Zo zal de werkgever die een beroep doet op de concernuitzondering vóór de vaststellingsaanvraag een overeenkomst moeten sluiten met een vakbond of – wanneer die er niet is – met een andere werknemersvertegenwoordiging.

Termijnen bezwaar en beroep

Wanneer de vaststellingsaanvraag is ingediend, heeft het UWV in beginsel een beslistermijn van 52 weken om de subsidie vast te stellen (artikel 14 lid 6 NOW-1). Uit de praktijk volgt dat het UWV die termijn niet volledig benut en de vaststellingsbesluiten binnen een aantal maanden na de aanvraag worden genomen. Dit zal echter sterk afhangen van de achtergrond van de aanvraag, de omvang van het concern en de mate van complexiteit van de vaststellingsaanvraag. Vanaf het tijdstip dat het vaststellingsbesluit door de werkgever is ontvangen en de werkgever het hier niet mee eens is, kan hiertegen bezwaar worden ingediend. De bezwaartermijn is zes weken en begint te lopen op de dag nadat het vaststellingsbesluit door het UWV is verzonden. Het bezwaar is gericht aan het UWV, waarna het UWV het besluit moet heroverwegen en een beslissing op bezwaar moet nemen. Werkgevers die het niet eens zijn met de beslissing op bezwaar kunnen hiertegen in beroep bij de rechtbank en ten slotte tegen de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. Zie over de bezwaar- en beroepsmogelijkheden ook onze eerste short-read over de NOW-1.

Stibbe website over de NOW

De ontwikkelingen rondom de NOW-subsidie volgen elkaar in een snel tempo op en blijven door de aanhoudende coronacrisis zeer actueel. Daarom heeft het Stibbe NOW-team een speciale website over de NOW opgezet. Op deze website houdt dit team onder andere literatuur, rechtspraak, regelgeving en nieuwsberichten over de NOW bij. Daarnaast vindt u hier de belangrijkste parlementaire documentatie inzake de NOW. Ook staan op deze website onze short reads met een juridische duiding van de NOW-ontwikkelingen. Kortom, met onze website biedt het Stibbe NOW team u een up-to-date overzicht van de ontwikkelingen en inzicht in de juridische betekenis hiervan.

Related news

09.08.2022 NL law
Bouwen en stikstofdepositie anno 2022: een (on)mogelijke opgave?

Articles - De stikstofproblematiek houdt de gemoederen sinds de PAS-uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (“Afdeling”) al geruime tijd bezig. In onze eerdere artikelen in voorgaande jaren schetsten wij de stand van zaken op dat moment. Omdat de ontwikkelingen sindsdien niet zijn uitgebleven – integendeel – bestaat alle aanleiding voor een update.

Read more

12.08.2022 NL law
Reactie op ‘De lucht geklaard … Aan de slag met resultaatgerichte grenswaarden voor industriële emissies om 50% reductie te bereiken in 2030’

Articles - Met veel belangstelling hebben Anna Collignon en Jelmer Ypinga  de bijdrage van Borgers en Molendijk in dit nummer van TO gelezen. Hierin borduren zij voort op het eerder verschenen advies dat zij als adviseurs van KokxDeVoogd schreven in opdracht van Rijkswaterstaat. Het advies bevat een mooi overzicht van de huidige en toekomstige juridische instrumenten die van belang (zullen) zijn bij het stellen van emissiegrenswaarden.

Read more

04.08.2022 NL law
Meer maatwerk bij ontvankelijkheidsbeslissingen

Short Reads - Na een blog uit 2020 heb ik de afgelopen periode enkele uitspraken gesignaleerd die lijken te wijzen op een soepelere omgang van de bestuursrechter met termijnoverschrijdingen. Zo besteedde ik aandacht aan een uitspraak van de rechtbank Limburg, waarin persoonlijke (privé) omstandigheden een doorslaggevende rol speelden. Recent is er een tweetal verzetuitspraken van de Afdeling verschenen waarin persoonlijke omstandigheden ook beslissend waren. Waait er sinds de reflectierapporten inderdaad een nieuwe wind door de ontvankelijkheidsrechtspraak?

Read more

09.08.2022 NL law
Het initiatiefvoorstel Wet verantwoord en duurzaam internationaal ondernemen in internationale context

Articles - Internationaal maatschappelijk ondernemen, in het bijzonder door corporate sustainability due diligence, staat hoog op de (internationale) agenda. In het voetspoor van enkele andere landen in Europa is in Nederland een voorstel gedaan voor een wettelijk raamwerk dat niet op specifieke hoogrisicosectoren van toepassing is, maar op een veel grotere groep ondernemingen.

Read more