Neodyum Miknatis
maderba.com
implant
olabahis
Casino Siteleri
canli poker siteleri meritslot
escort antalya
istanbul escort
sirinevler escort
antalya eskort bayan
brazzers
Short Reads

Minister kondigt wijzigingen NOW-1 aan om werkgevers te helpen die nu worden benadeeld door voorwaarden in de regeling

Minister kondigt wijzigingen NOW-1 aan om werkgevers te helpen die nu

Minister kondigt wijzigingen NOW-1 aan om werkgevers te helpen die nu worden benadeeld door voorwaarden in de regeling

15.09.2020 NL law

De NOW-1 zal worden gewijzigd om bepaalde knelpunten in de regeling, die nu leiden tot benadeling van werkgevers, weg te nemen.

Dit schrijft Minister Koolmees in een Kamerbrief van 7 september 2020. In de brief bespreekt de Minister het gebruik van de NOW-1 en de NOW-2. Aanvullend gaat de Minister in op knelpunten in de NOW die leiden tot afwijzingen om ‘administratieve redenen’ en mogelijk aanleiding geven tot aanpassing van de regeling.

De knelpunten die de Minister bespreekt hebben beide te maken met het feit dat aanvragers, die onderdeel van een groep zijn, een aanvraag moeten doen conform de groepsomzetdaling en de referentieperiode waarover de groep die omzetdaling heeft geleden. Een probleem waar bedrijven tegenaan kunnen lopen is dat zij op grond van de groepsomzetdaling niet over de drempel van 20% komen, maar als losse werkmaatschappij of als groepsdeel wel. De NOW-1 is inmiddels gewijzigd op dit punt, en bevat nu voor die situaties een uitzonderingsbepaling waarmee werkmaatschappijen of groepsdelen alsnog een subsidie kunnen ontvangen. Het probleem is echter dat in de uitzonderingsbepaling de voorwaarde is opgenomen dat de subsidieaanvraag na inwerkingtreding van die bepaling moet zijn gedaan (artikel 6a lid 1 onder a NOW-1). Bedrijven die al eerder een subsidieaanvraag hebben ingediend kunnen hier aldus geen beroep op doen. Uit de toelichting bij de uitzonderingsbepaling volgt dat de Minister overweegt dat bedrijven die eerder een aanvraag hadden ingediend conform groepsomzetdaling toch niet in aanmerking komen voor de uitzondering, omdat ze immers al voldeden aan de 20% omzetdaling. De Minister miskent hier echter mee dat het behalen van de 20% drempel voor veel groepen onzeker is. Voor bedrijven die al in maart of april een aanvraag hadden ingediend en uiteindelijk met de groep de 20% niet halen, maar individueel wel, werkte de voorwaarde aldus zeer benadelend.

De Minister lijkt dit nu ook in te zien. In de Kamerbrief kondigt hij aan dat de voorwaarde dat de subsidieaanvraag na 5 mei 2020 is gedaan, het moment van inwerkingtreding van de uitzonderingsbepaling, vervalt. Daarnaast zijn er twee voorwaarden waaraan na de wijziging pas bij de vaststellingsaanvraag in plaats van de verleningsaanvraag hoeft te worden voldaan. Het betreft de verklaring dat de groep geen dividend en bonussen uit zal keren of eigen aandelen in zal kopen (artikel 6a lid 1 onder d NOW-1) en de overeenkomst met de vakbonden of werknemersvertegenwoordiging over werkbehoud (artikel 6a lid 1 onder c NOW-1). Wanneer deze wijzigingen inderdaad op de door de Minister voorgenomen wijze worden doorgevoerd kunnen werkgevers straks, ongeacht het moment van subsidieaanvraag, bij de vaststellingsaanvraag een beroep doen op de uitzonderingsbepaling voor werkmaatschappijen. De regeling is echter nog niet aangepast, dus het is afwachten hoe het voornemen uit de Kamerbrief wordt uitgewerkt.

Een ander probleem dat de Minister wil aanpakken, is dat bedrijven zich bij de subsidieaanvraag niet altijd bewust waren van het feit dat zij tot een groep behoren. Hierdoor zijn er bedrijven die bij de aanvraag niet dezelfde referentieperiode voor de omzetdaling hebben aangegeven als de andere bedrijven binnen de groep. Dit is een verplichting onder de NOW en van belang voor de vaststelling. De subsidievaststelling zal immers ten aanzien van de omzetdaling voor de hele groep gebeuren, maar dit is lastig als binnen de groep verschillende periodes zijn opgegeven. De Minister vermeldt dat hij de “uitvoeringstechnische consequenties van herstelmogelijkheden” in kaart brengt. Een oplossing zou onzes inziens zijn dat de werkgever bij de vaststellingsaanvraag alsnog kan aansluiten bij de groepsomzetdaling en de juiste referentieperiode. Daarvoor zal een wijziging van de NOW-1 nodig zijn, deze schrijft namelijk voor dat de vaststellingsaanvraag op dat punt moet aansluiten bij de verleningsaanvraag (artikel 14 lid 2 onder a NOW-1).

Het is nog afwachten hoe de Minister de regeling aan zal passen. Pas nadat de wijzigingen in de regeling zijn verankerd is duidelijk of en hoe de wijzigingen tot voordelen leiden voor de benadeelde werkgevers. De eerste tekenen zijn echter hoopvol.

> Ga voor meer informatie naar onze website over de NOW: www.stibbe-now.nl.

Team

Related news

18.01.2021 BE law
Het Hof verduidelijkt het materieel toepassingsgebied van de regels inzake overheidsopdrachten die specifiek gelden voor de speciale sectoren

Articles - Door het Arrest Pegaso et Sistemi di Sicurezza van 28 oktober 2020 kon het Hof van justitie de intensiteit van het vereiste verband tussen de activiteiten van de aanbestedende entiteiten die actief zijn in speciale sectoren en het voorwerp van een bepaalde opdracht om de gunning ervan te rechtvaardigen in overeenstemming met de specifieke aanbestedingsregeling op grond van Richtlijn 2014/25 verduidelijken.

Read more

18.01.2021 BE law
La Cour de justice précise le champ d’application matériel des règles de passation de marchés publics propres aux secteurs spéciaux

Articles - L’arrêt Pegaso et Sistemi di Sicurezza du 28 octobre 2020 a permis à la Cour de justice de préciser l’intensité du lien exigé entre les activités des entités adjudicatrices actives dans les secteurs spéciaux et l’objet d’un marché identifié afin de justifier son attribution conformément au régime de passation particulier découlant de la directive 2014/25.

Read more

15.01.2021 NL law
Hof van Justitie: Nederlands bestuursprocesrecht is op onderdelen in strijd met het Verdrag van Aarhus

Short Reads - Het hoge woord is eruit. Het niet indienen van een zienswijze mag niet aan de toegang tot de rechter in de weg staan van een belanghebbende als het Verdrag van Aarhus van toepassing is. Bovendien moeten ook niet-belanghebbenden hun inspraakrechten uit dat verdrag kunnen afdwingen bij de rechter. Dat oordeelt het Hof van Justitie van de Europese Unie (“Hof”) in het arrest van 14 januari 2020.

Read more