Short Reads

De Amsterdamse milieuzone voor brom- en snorfietsen: voertuigen van een bepaald jaar weren is mogelijk bij ontbreken van een redelijk alternatief

De Amsterdamse milieuzone voor brom- en snorfietsen: voertuigen van e

De Amsterdamse milieuzone voor brom- en snorfietsen: voertuigen van een bepaald jaar weren is mogelijk bij ontbreken van een redelijk alternatief

16.01.2020 NL law

ABRvS 20 november 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3865

Deze blog is het vierde deel in een reeks Stibbeblogs over gemeentelijke milieuzones. In 2017 oordeelde de Afdeling over de milieuzone voor personen- en bestelauto’s met dieselmotoren in Utrecht. In 2018 presenteerde de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat haar beleid voor harmonisatie van uiteenlopende gemeentelijke milieuzones. Een jaar geleden maakten wij in een FAQ de balans op over de harmonisatie van milieuzones.

Tot nu toe bespraken we steeds milieuzones voor personen- en vrachtauto’s. In deze blog bespreken wij het oordeel van de Afdeling over de “Milieuzone Brom- en snorfietsen Amsterdam”.

Verkeersbesluit “Milieuzone Brom- en snorfietsen Amsterdam”

Een milieuzone is een gebied waar specifiek aangegeven voertuigen met een bepaalde leeftijd of emissiestandaard niet welkom zijn. Het doel van het instellen van een milieuzone is het verbeteren van de luchtkwaliteit. Met het verkeersbesluit “Milieuzone brom- en snorfietsen Amsterdam” (“verkeersbesluit”) wordt de toegang tot Amsterdam van brom- en snorfietsen met een Datum Eerste Toelating (“DET”) van 2010 en ouder beperkt. Tegen het verkeersbesluit heeft onder meer de Federatie Historische Automobiel- en Motorfietsclubs (“FEHAC”) bezwaar gemaakt en vervolgens beroep ingesteld bij de rechtbank Amsterdam. Dit beroep is in november 2018 ongegrond verklaard. De Afdeling oordeelde onlangs in hoger beroep.

Het oordeel van de Afdeling

Het betoog van FEHAC valt in twee delen uiteen. Het eerste deel richt zich op de bevoegdheid van het college om een milieuzone in te stellen, welke wordt betwist, en daarmee samenhangend op het feit dat er een “lappendeken” van beperkingen voor (motor-)voertuigen ontstaat wanneer gemeentelijke colleges afzonderlijk milieuzones gaan bepalen. Met dit argument maakt de Afdeling echter korte metten. Het college is op grond van de Wegenverkeerswet (“Wvw 1994”) en het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (“Babw”) bevoegd om door middel van verkeersborden de toegang tot de milieuzone te beperken. Er is in de Wet milieubeheer (“Wm”) wel een reservering gemaakt voor een regeling voor milieuzones, maar die reservering doet niets af aan de bevoegdheid van het college. Ook het internationaal Verdrag inzake het wegverkeer staat aan deze beperking niet in de weg aangezien deze gelijkelijk geldt voor bromfietsen afkomstig uit het buitenland.

Het juridische debat concentreert zich op het volgens FEHAC ontbreken van een zorgvuldige belangenafweging bij de voorbereiding van het verkeersbesluit. De FEHAC voert namelijk aan dat mobiel erfgoed een minimale invloed heeft op de Amsterdamse luchtkwaliteit en daarnaast dat de DET niet het juiste criterium is om te bepalen welk voertuig toegang heeft tot de milieuzone. FEHAC heeft toegelicht dat aan bromfietsen van 30 à 40 jaar en ouder (hierna: oldtimers) de status van mobiel erfgoed kan toekomen. De FEHAC stelt dat om de luchtkwaliteit te verbeteren het efficiënter is brom- en snorfietsen met tweetaktmotoren te weren, als onderscheiden van schonere viertaktmotoren, ongeacht de DET van het betreffende voertuig.

Bij de beoordeling van dit betoog haalt de Afdeling eerdere rechtspraak aan waarin zij heeft bepaald dat een bestuursorgaan beoordelingsruimte toekomt bij de uitleg van artikel 2, eerste en tweede lid, Wvw 1994. Dat wil zeggen dat het college van B en W ruimte heeft om bij het nemen van een verkeersbesluit te bepalen welke belangen meewegen. De rechter toetst slechts of het bestuursorgaan van die ruimte geen onredelijk gebruik heeft gemaakt. Vervolgens heeft het bestuursorgaan beleidsruimte bij het afwegen van deze belangen. De rechter toetst alleen of de nadelige gevolgen voor een of meerdere belanghebbenden niet onevenredig zijn aan het doel dat met het verkeersbesluit wordt nagestreefd. In beide gevallen wordt dus terughoudend getoetst.

De Afdeling constateert in het bijzonder dat uit rapporten van TNO en de GGD blijkt dat vooral tweetaktmotoren vervuilend zijn, zoals ook FEHAC betoogt. Het weren van tweetaktmotoren is echter niet handhaafbaar aangezien de RDW niet registreert wat voor type motor er in een bromfiets zit. Hierdoor is het college feitelijk genoodzaakt om voor het weren van vervuilende brom- en snorfietsen genoodzaakt om aan te haken bij de DET. De voornoemde rapporten bevestigen dat het weren van voertuigen met een DET van 2010 en ouder een positief gevolg voor de luchtkwaliteit heeft. In deze omstandigheden is het college volgens de Afdeling terecht tot het oordeel gekomen dat het uitsluiten van brom- en snorfietsen met een DET van 2010 en ouder een positief effect op de luchtkwaliteit kan hebben. Bovendien hoeft niet elke maatregel op zichzelf te leiden tot een significant groot effect op de luchtkwaliteit wanneer het verkeersbesluit onderdeel is van een groter pakket aan maatregelen. Daarom hoeft niet te worden aangetoond door het college dat het effect van het verkeersbesluit een significant effect heeft op de luchtkwaliteit. Het gaat om het “totaaleffect” van het pakket aan milieumaatregelen vastgesteld door de gemeenteraad.

Ten slotte stelt FEHAC nog dat de belangen van eigenaren van mobiel erfgoed onvoldoende zijn meegenomen in de besluitvorming. De Afdeling gaat daar niet in mee, de milieuzone was ruim van tevoren aangekondigd en bovendien is er een subsidieregeling in het leven geroepen voor de aanschaf van alternatief schoner vervoer of een ov-tegoed, waarbij ook nog een mogelijkheid bestaat om een ontheffing te krijgen van de milieuzone.

Conclusie

Door een samenstel van omstandigheden kon het college de betreffende milieuzone rechtmatig instellen:

  • Er is geen alternatieve maatregel om het milieubelang te dienen. Het is immers niet mogelijk om alleen tweetaktmotoren te weren;
  • Het is mogelijk om een ontheffing te krijgen van de milieuzone en er is – voor wie dat nodig heeft – een subsidieregeling om een nieuw vervoermiddel te kopen;
  • De FEHAC heeft geen zwaarwegende negatieve gevolgen aangetoond die niet door de ontheffingsmogelijk en evenmin door de subsidieregeling voldoende opgelost worden; en
  • De Wvw 1994 geeft het college een beoordelingsruimte en beleidsvrijheid waardoor de rechter hoe dan ook terughoudend dient te toetsen.

Team

Related news

14.10.2021 NL law
Termijn voor het indienen vaststellingsaanvraag NOW-1 loopt af op 31 oktober 2021: strategische handreikingen en juridische aanbevelingen

Short Reads - Op 31 oktober 2021 is het de laatste dag waarop de vaststellingsaanvragen van de NOW-1 subsidie kunnen worden ingediend. Veel werkgevers hebben deze aanvraag al ingediend (en al een vaststellingsbesluit ontvangen) maar ook een aanzienlijk deel van de vaststellingsaanvragen moet nog door het UWV worden ontvangen (zie de Kamerbrief van 20 september 2021). 

Read more

07.10.2021 NL law
Commission’s record fine for gun jumping upheld

Short Reads - Pre-closing covenants protecting the target’s value or commercial integrity pending merger clearance from the European Commission must be drafted carefully. The General Court confirmed the Commission’s record-breaking fines on Altice for violating the EU Merger Regulation’s notification and standstill obligations. According to the General Court, the mere possibility of exercising decisive influence over the target can result in a gun jumping breach.

Read more

13.10.2021 NL law
FAQ: Hoe een begrip uit te leggen als een definitie of andere uitleg ervan in de wettelijke regeling ontbreekt?

Short Reads - Hoe een begrip uit te leggen als een definitie of andere uitleg ervan in de wettelijke regeling ontbreekt? Deze vraag komt meer dan eens aan de orde in geschillen en procedures. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beantwoordt deze vraag onder meer in een uitspraak over pleziervaartuigen en woonschepen in de jachthaven te Kaag (25 augustus 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1897).

Read more

07.10.2021 NL law
Commission reveals first piece of antitrust sustainability puzzle

Short Reads - The European Commission has published a Policy Brief setting out its preliminary views on how to fit the European Green Deal’s sustainability goals into the EU competition rules. Companies keen to be green may be left in limbo by a looming clash with more far-reaching proposals from national competition authorities. More pieces of the antitrust sustainability puzzle will fall into place as soon as the ongoing review of the guidelines on horizontal cooperation is finalised.

Read more

13.10.2021 NL law
De hardheidsclausule en ander maatwerk in het licht van de NOW

Short Reads - Uitzonderingen op de NOW zijn volgens de bestuursrechter niet mogelijk door het bewust ontbreken van een hardheidsclausule, maar worden door de minister in bepaalde gevallen wel toegestaan. In dit artikel bespreekt Sandra Putting welke mogelijkheden bestuursorganen en de bestuursrechter hebben om maatwerk te bieden en wordt aan de hand van drie geschilpunten over de NOW beoordeeld hoe die mogelijkheden zijn ingezet of beter hadden kunnen worden ingezet.

Read more

07.10.2021 NL law
Court of Appeal provides guidance for further course of proceedings in prestressing steel litigation

Short Reads - On 27 July 2021, the Court of Appeal of Den Bosch issued an interim judgment in the Dutch prestressing steel litigation, ruling on three issues: (i) the obligation of claimant to furnish facts; (ii) the assignment of claims; and (iii) the liability of the parent companies. In short, the Court of Appeal allowed the claimant Deutsche Bahn another opportunity to supplement the facts needed to substantiate its claims in the next phase of the proceedings.

Read more