Short Reads

Wetsvoorstel verruiming mogelijkheden verbieden van rechtspersonen

Wetsvoorstel verruiming mogelijkheden verbieden van rechtspersonen

Wetsvoorstel verruiming mogelijkheden verbieden van rechtspersonen

06.02.2020 NL law

Op 18 december 2019 is het wetsvoorstel tot wijziging van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek ter verruiming van de mogelijkheden tot het verbieden van rechtspersonen aan de Tweede Kamer aangeboden. Het wetsvoorstel beoogt de mogelijkheden uit te breiden om in te grijpen bij rechtspersonen die de samenleving ernstig bedreigen.

Hoe is het nu geregeld?

Op grond van het huidige artikel 2:20 BW kan de rechtbank op verzoek van het Openbaar Ministerie (i) een rechtspersoon waarvan de werkzaamheid in strijd is met de openbare orde, verbieden en ontbinden, en (ii) een rechtspersoon waarvan het doel in strijd is met de openbare orde ontbinden.

Wat bepaalt het wetsvoorstel?

Het wetsvoorstel voegt hier aan toe dat een rechtspersoon niet alleen verboden kan worden verklaard en kan worden ontbonden indien de werkzaamheid van een rechtspersoon in strijd is met de openbare orde, maar ook als het doel daarvan daarmee in strijd is. De regeling is op grond van artikel 10:122 BW van overeenkomstige toepassing op buitenlandse corporaties.

Begrip “openbare orde”

Het begrip openbare orde wordt nader inhoudelijk genormeerd. Het wetsvoorstel bepaalt dat in ieder geval in strijd met de openbare orde is het doel dat of de werkzaamheid die leidt of klaarblijkelijk dreigt te leiden tot een bedreiging van de nationale veiligheid of de internationale rechtsorde of tot de ontwrichting van de democratische rechtsstaat of het openbaar gezag. In strijd met de openbare orde wordt vermoed te zijn het doel dat of de werkzaamheid die leidt of klaarblijkelijk dreigt te leiden tot aantasting van de menselijke waardigheid, geweld of het aanzetten tot haat of discriminatie. Deze normering maakt het makkelijker om rechtspersonen te verbieden en te ontbinden. De bewijspositie van het OM wordt hiermee verlicht.

Door de rechter op te leggen maatregelen

De rechter die over het verbod oordeelt kan de betrokken rechtspersoon en degenen die krachtens de wet en de statuten bij zijn organisatie zijn betrokken in het belang van de openbare orde bevelen om bepaalde maatregelen te nemen of gedragingen na te laten, uiterlijk totdat over de verboden verklaring onherroepelijk is beslist. De verbodenverklaring en de daarbij gegeven bevelen hebben onmiddellijke werking.

Een andere maatregel is dat de rechter het batig saldo na vereffening van de verboden verklaarde rechtspersoon kan toekennen aan de Staat.

Bestuursverbod

Aan de reeds bestaande elders geregelde bestuursverboden wordt een nieuwe grond toegevoegd. Bestuurders (en feitelijk bestuurders) van een verboden verklaarde rechtspersoon krijgen een bestuursverbod van minimaal 3 jaar, tenzij hem of haar in de gegeven omstandigheden geen ernstig verwijt kan worden gemaakt. Het bestuursverbod wordt geregistreerd bij het handelsregister.

Sancties?

Er kunnen strafrechtelijke sancties worden opgelegd. Deze sancties worden door het wetsvoorstel verhoogd: wie na een definitief verbod doorgaat, riskeert na ongewijzigde inwerkingtreding van de wet een gevangenisstraf van twee jaar of een geldboete van de vierde categorie. Nu is dat nog één jaar en een geldboete van de derde categorie.

Overgangsrecht

Procedures op grond van artikel 2:20 BW die ten tijde van de inwerkingtreding van de wet aanhangig zijn worden door de nieuwe regeling niet geraakt. Met betrekking tot de strafrechtelijke sancties geldt dat bij verandering in wetgeving na het tijdstip waarop het feit is begaan, de voor de verdachte gunstigste bepalingen worden toegepast.

Initiatiefwetsvoorstel

Eind 2018 dienden een aantal Tweede Kamerleden een initiatiefwetsvoorstel Wet bestuurlijk verbod ondermijnende organisaties in. Het initiatiefwetsvoorstel geeft de Minister voor Rechtsbescherming de bevoegdheid om zogenoemde Outlaw Motorcycle Gangs (criminele motorbendes) en andere organisaties met een cultuur van wetteloosheid te verbieden wanneer dat noodzakelijk is vanuit het oogpunt van de openbare orde als bedoeld in art. 8 van de Grondwet. De initiatiefnemers zien het door hen voorgestelde bestuurlijke verbod als een aanvulling op de reeds bestaande civielrechtelijke regeling van artikel 2:20 BW. De Minister voor rechtsbescherming heeft kort gezegd laten weten het daarmee eens te zijn.

Wij schreven eerder een Corporate Update over het concept initiatiefwetsvoorstel.

Team

Related news

06.02.2020 NL law
Wet wijziging van de Handelsregisterwet 2007 in werking getreden

Short Reads - Op 1 januari 2020 is de Wet tot wijziging van de Handelsregisterwet 2007 in werking getreden. In deze wet worden naast wijzigingen in de Handelsregisterwet 2007, ook wijzigingen doorgevoerd in Boek 2 BW. Enkele onderdelen van deze wet, onder meer het wettelijk kader voor het registreren van civielrechtelijke bestuursverboden, treden later in werking.

Read more

21.02.2020 NL law
Mark up wetteksten Boek 2 BW

Short Reads - Sinds enkele jaren stelt Stibbe een uitgave beschikbaar waarin een mark up is opgenomen van Boek 2 BW, zoals dat luidt na (ongewijzigde) implementatie van recent in werking getreden wetten en lopende wetsvoorstellen. Stibbe verzorgt elk jaar een update van deze mark up.

Read more

07.02.2020 NL law
Actualiteiten diversiteit in de top van het bedrijfsleven

Short Reads - Op 1 januari 2020 is de wettelijke streefcijferregeling vervallen. Diversiteit in de top van het bedrijfsleven staat echter onverminderd in de belangstelling. Op 7 februari 2020 is bekend geworden dat het kabinet nog dit voorjaar komt met een wetsvoorstel voor een wettelijk diversiteitsquotum voor de raden van commissarissen van beursvennootschappen.

Read more

06.02.2020 BE law
“Eindelijk” een modernisering van het goederenrecht: de praktische impact op de juridische structurering van vastgoedprojecten

Articles - De juridische structurering van vastgoedprojecten verloopt vandaag nog steeds langs de krijtlijnen zoals in 1804 uiteengezet door de Napoleontische wetgever in het Burgerlijk Wetboek, aangevuld met bijzondere wetten (waarvan best gekend de wetten van 10 januari 1824 over het recht van opstal en het recht van erfpacht, resp. “Opstalwet” en “Erfpachtwet”). Thans – bijna 200 jaar later –  is een nieuw Burgerlijk Wetboek in opmaak.

Read more

This website uses cookies. Some of these cookies are essential for the technical functioning of our website and you cannot disable these cookies if you want to read our website. We also use functional cookies to ensure the website functions properly and analytical cookies to personalise content and to analyse our traffic. You can either accept or refuse these functional and analytical cookies.

Privacy – en cookieverklaring