Short Reads

De wetgever sanctioneert onredelijk procesgedrag van de overheid

De wetgever sanctioneert onredelijk procesgedrag van de overheid

De wetgever sanctioneert onredelijk procesgedrag van de overheid

08.10.2019 NL law

Is onnodig procederen tegen de overheid straks verleden tijd? De regering stelt voor dat de bestuursrechter een hogere proceskostenvergoeding aan burgers kan toekennen bij kennelijk onredelijk handelen van een bestuursorgaan. Dat blijkt uit een recent consultatievoorstel tot wijziging van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bbp). 

Daarmee introduceert de wetgever een prikkel voor bestuursorganen om onredelijk procesgedrag achterwege te laten waardoor burgers onnodig proceskosten maken. Daarnaast voorziet het voorstel in een verhoging van de forfaitere proceskostenvergoeding in beroep en hoger beroep.

Kennelijk onredelijk handelen

Het komt geregeld voor dat bestuursorganen kennelijk onredelijk procesgedrag vertonen. Het gaat om gedragingen die de burger nodeloos lang in onzekerheid laten, onnodige procedures veroorzaken of al lopende procedures nodeloos verlengen. Daardoor maakt de burger onnodig proceskosten. Voorbeelden die de toelichting op het consultatievoorstel noemt zijn:

  • het bestuursorgaan geeft weinig informatie waardoor de burger veel kosten moet maken voor het verzamelen van het benodigde feitenmateriaal;
  • het bestuursorgaan wacht nodeloos lang met het nemen van een rechtmatig besluit en de burger heeft daardoor veel kosten gemaakt;
  • het bestuursorgaan neemt tegen beter weten in een onrechtmatig besluit;
  • het bestuursorgaan heeft misbruik gemaakt van zijn bevoegdheid;
  • het bestuursorgaan wil niet wachten op het oordeel van de voorzieningenrechter.

Financiële prikkel tegen onnodige procedures

Wanneer de burger gelijk krijgt bij de bestuursrechter, heeft hij in beginsel recht op een proceskostenvergoeding. Dit is een forfaitaire vergoeding neergelegd in het Bbp. Het Bbp kent nu al de mogelijkheid voor de bestuursrechter om "in bijzondere omstandigheden" een andere, hogere, proceskostenvergoeding toe te kennen dan de forfaitaire vergoeding (art. 2 lid 3). De rechter maakt terughoudend gebruik van deze bevoegdheid. Daarnaast past de rechter deze bevoegdheid meestal niet uit eigen beweging toe. Dat gebeurt vaak alleen op verzoek van de burger.

Het consultatievoorstel spitst de bevoegdheid tot toekenning van een bovenforfaitaire vergoeding toe naar de situatie waarin sprake is van "kennelijk onredelijk handelen van het bestuursorgaan." Deze concretisering beoogt een financiële prikkel voor bestuursorganen om onnodige procedures te voorkomen. Volgens de regering kunnen bestuursorganen zich hierdoor (nog meer) bewust worden van de gevolgen van hun handelen voor de burger en voor de kosten van de rechtspraak en de gefinancierde rechtsbijstand voor de belastingbetaler. Daarnaast is de bepaling een signaal aan de rechter om zijn bevoegdheid minder terughoudend en vaker uit eigen beweging toe te passen. De proceskostenvergoeding mag niet hoger zijn dan de feitelijk gemaakte kosten.

Verhoging forfaitaire vergoeding

Verder verhoogt het consultatievoorstel de zogenoemde puntwaarde van de forfaitaire vergoeding in beroep en hoger beroep van € 512,- naar € 717,-. De reden daarvoor is dat de huidige forfaitaire vergoeding lager is dan de som van de door de raad voor rechtsbijstand vergoede kosten van de toegevoegde advocaat en de door de burger betaalde eigen bijdrage. De forfaitaire vergoeding dekt slechts ruim 70% van die kosten. Volgens de regering maakt de verhoging de forfaitaire vergoeding gemiddeld genomen kostendekkend voor de raad voor rechtsbijstand.

Bovendien beoogt de verhoging te voorkomen dat een meningsverschil tussen burger en bestuursorgaan onnodig juridiseert. De verhoging werkt ook hier als financiële stok achter de deur. De regering verwijst naar een contourennota van 9 november 2018 (p. 12). Daarin staat dat de verhoging van de proceskostenvergoeding bestuursorganen moet stimuleren hun besluitvorming nog zorgvuldiger voor te bereiden. Ook moet de burger een passende proceskostenvergoeding krijgen wanneer de overheid er debet aan is dat de burger onnodig proceskosten heeft moeten maken.

Voor de bezwaarfase blijft de forfaitaire vergoeding ongewijzigd. Het bestuursorgaan moet in de bezwaarfase de vrijheid hebben om het primaire besluit te heroverwegen en zo nodig een ander besluit te nemen. Daardoor kunnen procedures bij de bestuursrechter worden voorkomen (zeefwerking). Een verhoging van de forfaitaire vergoeding zou ertoe kunnen leiden dat het bestuursorgaan minder geneigd is tot heroverweging en herroeping van het primaire besluit. Dit zou juist tot een toename van het aantal procedures kunnen leiden.

Breder pakket aan maatregelen

De financiële prikkel die van het consultatievoorstel moet uitgaan, maakt deel uit van een breder pakket aan maatregelen. Uit de hiervoor genoemde contourennota blijkt dat de regering ook inzet op meer informele procedures en betere communicatie. Het gaat hier om het programma Passend Contact met de Overheid. Ook beziet de regering of bestuursorganen meer maatwerk kunnen bieden bij het oplossen van problemen. Verder is het volgens de regering nodig om de gevolgen van nieuwe- wet en regelgeving voor het beroep op gesubsidieerde rechtsbijstand vooraf beter in kaart te brengen. Zie hierover ook Kamerstukken II 2018/19, 31753, 158, p. 50 e.v.

Gevolgen voor burgers en bedrijven

Een gevolg van het consultatievoorstel is dat burgers en bedrijven een hogere proceskostenvergoeding krijgen wanneer zij gelijk krijgen bij de bestuursrechter. Of de meer concrete bevoegdheid van de rechter om bij kennelijk onredelijk handelen van een bestuursorgaan een bovenforfaitaire proceskostenvergoeding toe te kennen ook daadwerkelijk tot minder juridisering en onnodige procedures zal leiden, is koffiedik kijken. Het succes van deze bevoegdheid zal volgens ons vooral gelegen zijn in de combinatie met de andere aangekondigde maatregelen.

Related news

20.10.2021 NL law
FAQ: What will change with the entry into force of the Woo compared to the Wob? An update

Short Reads - The Open Government Act (“Woo”) is to replace the Government Information (Public Access) Act (“Wob”). The Woo initiative proposal was passed in the Dutch House of Representatives in 2016; see our earlier Stibbeblog. However, the impact analysis that followed showed that the Woo as proposed was potentially impracticable for local governments. This led to amendments to the bill, which was passed by the House of Representatives on 26 January 2021. 

Read more

13.10.2021 NL law
FAQ: Hoe een begrip uit te leggen als een definitie of andere uitleg ervan in de wettelijke regeling ontbreekt?

Short Reads - Hoe een begrip uit te leggen als een definitie of andere uitleg ervan in de wettelijke regeling ontbreekt? Deze vraag komt meer dan eens aan de orde in geschillen en procedures. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beantwoordt deze vraag onder meer in een uitspraak over pleziervaartuigen en woonschepen in de jachthaven te Kaag (25 augustus 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1897).

Read more

20.10.2021 NL law
FAQ: Wat verandert er met de inwerkingtreding van de Woo ten opzichte van de Wob? Een update

Short Reads - De wet open overheid (“Woo”) moet de Wet openbaarheid van bestuur (“Wob”) vervangen. Al in 2016 is het initiatiefvoorstel van de Woo aangenomen in de Tweede Kamer. Hierover kon u eerder een Stibbeblog lezen. De impactanalyse die volgde toonde echter aan dat de Woo zoals voorgesteld mogelijk onuitvoerbaar was voor decentrale overheden. Dit heeft geleid tot wijzigingen in het wetsvoorstel dat op 26 januari 2021 door de Tweede Kamer is aangenomen. 

Read more

13.10.2021 NL law
De hardheidsclausule en ander maatwerk in het licht van de NOW

Short Reads - Uitzonderingen op de NOW zijn volgens de bestuursrechter niet mogelijk door het bewust ontbreken van een hardheidsclausule, maar worden door de minister in bepaalde gevallen wel toegestaan. In dit artikel bespreekt Sandra Putting welke mogelijkheden bestuursorganen en de bestuursrechter hebben om maatwerk te bieden en wordt aan de hand van drie geschilpunten over de NOW beoordeeld hoe die mogelijkheden zijn ingezet of beter hadden kunnen worden ingezet.

Read more

14.10.2021 NL law
Termijn voor het indienen vaststellingsaanvraag NOW-1 loopt af op 31 oktober 2021: strategische handreikingen en juridische aanbevelingen

Short Reads - Op 31 oktober 2021 is het de laatste dag waarop de vaststellingsaanvragen van de NOW-1 subsidie kunnen worden ingediend. Veel werkgevers hebben deze aanvraag al ingediend (en al een vaststellingsbesluit ontvangen) maar ook een aanzienlijk deel van de vaststellingsaanvragen moet nog door het UWV worden ontvangen (zie de Kamerbrief van 20 september 2021). 

Read more

07.10.2021 NL law
Intrekking van natuurvergunningen en de praktijk: de stand van zaken en de rol van significantie van eventuele effecten

Short Reads - Onherroepelijke natuurvergunningen lijken anno 2021 geen rustig bezit meer te zijn. Bij provincies liggen op dit moment verzoeken voor om tot intrekking van (onherroepelijke) natuurvergunningen over te gaan. Intrekking zou een noodzakelijke passende maatregel zijn ter uitvoering van artikel 6, lid 2 Habitatrichtlijn. Jurisprudentie geeft inmiddels enige duidelijkheid. Maar de praktijk blijkt weerbarstig en laat zien dat de nodige vragen onbeantwoord blijven. In dit blog bespreken wij de stand van zaken.

Read more