Articles

Toerekening van kennis van groepsvennootschappen

Toerekening van kennis van groepsvennootschappen

Toerekening van kennis van groepsvennootschappen

03.06.2019 NL law

In de praktijk doet zich vaak de vraag voor of kennis die aanwezig is binnen de ene vennootschap kan worden toegerekend aan een andere vennootschap binnen hetzelfde concern. In dit artikel verkent Branda Katan zowel de dogmatische grondslag als de praktische toepassing van een dergelijke toerekening. Zij concludeert dat het ‘Babbel-criterium’ (heeft in de gegeven omstandigheden de kennis X in het maatschappelijk verkeer te gelden als kennis van Y?) geschikt is voor het toerekenen van kennis in concernverband.

Het daarmee samenhangende organisatiebeginsel schrijft voor dat organisaties hun interne informatiestromen behoorlijk dienen te organiseren. Dit beginsel kan de grondslag vormen voor toerekening binnen een concern, nu een concern tot op zekere hoogte vaak één organisatie vormt. Tegelijkertijd brengt het organisatiebeginsel mee dat toerekening ‘omhoog’ (van dochter aan moeder) veel eerder gerechtvaardigd is dan toerekening ‘naar beneden’ of ‘opzij’. Alleen de holding kiest er vrijelijk voor om activiteiten die relevant zijn voor haar eigen functioneren, uit te besteden aan andere vennootschappen binnen het concern. De holding heeft de meeste mogelijkheden om de informatieuitwisseling met die vennootschappen te beheersen. Niettemin is terughoudendheid bij het toerekenen van kennis van dochter aan moeder geboden. Toerekening in andere richtingen ligt minder voor de hand. Indien de betrokken functionaris van de vennootschap echter een concrete aanleiding heeft om te vermoeden dat moeder of zuster beschikt over informatie die voor de vennootschap relevant is, dan kan van hem wel een inspanning worden verlangd om de informatie te bemachtigen. Laat hij die inspanning na, dan kan de vennootschap soms als wetend worden aangemerkt. Altijd moet beschouwd worden hoe de aangesproken vennootschap heeft gefungeerd; haar kan niet het nalaten worden aangerekend van groepsvennootschappen waarover zij geen macht heeft.

Dit artikel is gepubliceerd in Ondernemingsrecht 2019/60, p295-307.

Lees de volledige publicatie. 

Related news

20.04.2021 NL law
Exoneration clauses in commercial contracts: excluding indirect damage

Short Reads - In Dutch legal practice, contracting parties often agree on exoneration clauses in commercial contracts in which liability for indirect damage is excluded. However, the term indirect damage does not exist in the Dutch Civil Code, and in the Dutch language there is no generally accepted meaning for indirect damage. Conflicts therefore quite frequently arise between contracting parties in relation to the interpretation of indirect damage.

Read more

10.05.2021 NL law
Brexit and Private International Law (Part 1 of 2)

Short Reads - Since 1 January 2021, EU regulations simplifying cross-border litigation no longer apply in relation to the UK and – in most cases – to parties based in the UK. While some may have expected the way ahead to have cleared by now, the opposite is in fact true: at the time of writing this blog, the EU and UK (or the Netherlands and the UK) have not agreed on any framework that replaces the EU legislation no longer applicable to the UK.

Read more