Articles

Part three - GDPR and public law: To retroact or not?

Part three - GDPR and public law: To retroact or not?

Part three - GDPR and public law: To retroact or not?

07.06.2019 BE law

Since the General Data Protection Regulation (“GDPR”) became applicable almost one year ago, multiple questions have arisen about its interaction with other fields of law. In this three-part blog series of “GDPR and public law”, we discuss three capita selecta of the interaction of GDPR with public law and government. In this blog we discuss the retroactive application of GDPR.

With the GDPR becoming applicable on 25 May 2018 and the new Belgian Data Protection Act of 30 July 2018 entering into force on 5 September 2019, more severe administrative fines and criminal sanctions were introduced in conjunction with several data protection obligations. According to European and national law, there can be no retroactive application of more severe penalties.[1] The European Court of Human Rights has developed some criteria in its jurisprudence to assess whether this principle of non-retroactivity also applies to administrative fines, being (i) the legal qualification of the infringement in national law, (ii) the nature of the infringement and (iii) the severity of the penalty. Following this test, it appears that the administrative fines under the GDPR fall within the scope of this principle of non-retroactivity.

What does this mean in practice?

For infringements that existed only before 25 May 2018, the new sanctions may not be imposed. For infringements that existed only after 25 May 2018, the new sanctions may be imposed. The difficulty lies with infringements that existed both before and after 25 May 2018.

For infringements that existed before and after 25 May 2018, a distinction must be made between criminal sanctions and administrative fines. For criminal sanctions, the infringement will most likely be considered as a whole by using typical mechanisms of criminal law such as “eenheid van opzet / unité d'intention” and “voortdurend misdrijf / infraction continue”. In this respect Article 65 of the Belgian Criminal Code states that: “where one and the same act gives rise to several offences or where several offences which are the successive and continuous execution of the same criminal intention are simultaneously submitted to the same criminal court, only the most serious penalty shall be imposed”. Consequently, the new sanctions will probably be applied to the whole of the infringement.

For administrative fines, the situation is more unclear. The Belgian Constitutional Court has previously ruled that it is not discriminatory that these mechanisms of criminal law do not apply to administrative fines. Article 82, §3 GDPR states that: “if a controller or processor intentionally or negligently, for the same or linked processing operations, infringes several provisions of this Regulation, the total amount of the administrative fine shall not exceed the amount specified for the gravest infringement”. Other than the Article 65 of the Belgian Criminal Code as referred to above, this article is limited to infringements of the GPDR itself and does not explicitly refer to any succession or continuity over time. However, Data Protection Authorities have a lot of leeway and can apply various criteria to ensure reasonableness when imposing administrative fines, amongst which the duration of the infringement, so that de facto they could probably apply the same mechanisms.

 

[1] See Article 7 of the European Convention on Human Rights and Article 2 of the Belgian Criminal Code.

Team

Related news

12.02.2020 NL law
Het oproepen en horen van getuigen in het bestuursrecht: hoe zit het ook al weer?

Short Reads - Het oproepen van getuigen en het horen daarvan ter zitting door de bestuursrechter heeft de Hoge Raad in zijn arrest van 15 november 2019 overzichtelijk in kaart gebracht. Dat arrest, dat door de belastingkamer in een bestuurlijke boetezaak is gewezen, is ook voor andere terreinen van het bestuursrecht van belang. Mede ook omdat het horen van getuigen buiten het fiscale bestuursrecht nog in de kinderschoenen staat. In dit bericht bespreken we daarom de mogelijkheden die er bestaan om getuigen te (laten) oproepen en hoe de bestuursrechter daarmee moet omgaan.

Read more

07.02.2020 BE law
Het finale Belgische ‘nationaal energie- en klimaatplan’ en de Belgische langetermijnstrategie: het geduld van de Commissie op de proef gesteld?

Articles - Op 31 december 2019 diende België, nog net op tijd, zijn definitieve nationaal energie- en klimaatplan (NEKP) in bij de Commissie. Het staat nu al vast dat het Belgische NEKP niet op applaus zal worden onthaald door de Commissie. Verder laat ook de Belgische langetermijnstrategie op zich wachten. Wat zijn de gevolgen?

Read more

12.02.2020 NL law
Omgevingsrecht en mobiliteit: hoe werkt het afwijken van parkeernormen in bestemmingsplannen?

Short Reads - Op grond van artikel 3.1.2, tweede lid, Bro kan een bestemmingsplan ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening regels bevatten waarvan de uitleg bij de uitoefening van een daarbij aangegeven bevoegdheid afhankelijk wordt gesteld van beleidsregels. Van deze mogelijkheid maken gemeenteraden in hun bestemmingsplannen vaak gebruik als het gaat om parkeernormen

Read more

12.02.2020 NL law
Van inspraakverordening naar participatieverordening op decentraal niveau

Short Reads - De regering stelt voor om de reikwijdte van de decentrale inspraakverordeningen te vergroten naar de uitvoering en evaluatie van decentraal beleid. Dat staat in een conceptwetsvoorstel dat op 9 december 2019 ter internetconsultatie is voorgelegd. Het conceptwetsvoorstel beoogt een wijziging van onder meer de Gemeentewet, de Provinciewet en de Waterschapswet.

Read more

06.02.2020 BE law
“Eindelijk” een modernisering van het goederenrecht: de praktische impact op de juridische structurering van vastgoedprojecten

Articles - De juridische structurering van vastgoedprojecten verloopt vandaag nog steeds langs de krijtlijnen zoals in 1804 uiteengezet door de Napoleontische wetgever in het Burgerlijk Wetboek, aangevuld met bijzondere wetten (waarvan best gekend de wetten van 10 januari 1824 over het recht van opstal en het recht van erfpacht, resp. “Opstalwet” en “Erfpachtwet”). Thans – bijna 200 jaar later –  is een nieuw Burgerlijk Wetboek in opmaak.

Read more

This website uses cookies. Some of these cookies are essential for the technical functioning of our website and you cannot disable these cookies if you want to read our website. We also use functional cookies to ensure the website functions properly and analytical cookies to personalise content and to analyse our traffic. You can either accept or refuse these functional and analytical cookies.

Privacy – en cookieverklaring