Articles

Agressieve handelspraktijk: het hof van justitie verduidelijkt het begrip

Agressieve handelspraktijk: het hof van justitie verduidelijkt het be

Agressieve handelspraktijk: het hof van justitie verduidelijkt het begrip

30.07.2019 BE law

Het Hof van Justitie werd verzocht om een antwoord te geven op de prejudiciële vraag of het gebruik door een handelaar van een methode[1] voor het sluiten of aanpassen van overeenkomsten betreffende het verrichten van telecommunicatiediensten, waarbij een consument het definitieve besluit over de transactie moet nemen in aanwezigheid van de koerier die de modelovereenkomsten overhandigt, als een agressieve handelspraktijk door ongepaste beïnvloeding moet worden aangemerkt in de zin van artikelen 8 en 9 van richtlijn 2005/29[2] (i.e. artikelen VI. 101 en 102 WER).

Ten eerste verduidelijkt het Hof dat deze methode voor het sluiten van overeenkomsten die in het hoofdgeding aan de orde is, niet onder alle omstandigheden (‘per se’) als een agressieve handelspraktijk moet worden aangemerkt omdat de praktijk niet overeenkomt met één van de in de punten 24 tot en met 31 van bijlage I bij richtlijn 2005/29 opgesomde situaties (equivalent van artikel VI. 103 WER), die een volledige en uitputtende lijst van agressieve handelspraktijken inhoudt.

Ten tweede vraagt de verwijzende rechter zich af of een handelspraktijk – zoals die aan de orde in het hoofdgeding – als agressieve handelspraktijk door ongepaste beïnvloeding moeten worden gekwalificeerd louter op grond dat de consument niet vooraf en individueel alle modelovereenkomsten heeft ontvangen. Het Hof merkt op dat er geen sprake is van agressieve handelspraktijken in de mate dat de consument de mogelijkheid heeft gehad om – vóór het bezoek van de koerier, op de website van de handelaar of via een telefoongesprek met de handelaar bijvoorbeeld – kennis te nemen van de inhoud van de modelovereenkomsten. Bovendien is het Hof van mening dat, om tot de slotsom te komen dat er van een dergelijke praktijk sprake is, immers nog vereist is dat het gedrag van de handelaar als ongepaste beïnvloeding in de zin van artikel 2, onder j) van Richtlijn 2005/29 kan worden beschouwd.

Ten slotte buigt de verwijzende rechter zich over de vraag of het gebruik van de methode voor het sluiten van overeenkomsten die in het hoofdgeding aan de orde is, als een agressieve handelspraktijk door ongepaste beïnvloeding moet worden aangemerkt. Wat dit laatste punt betreft is het Hof van mening dat handelspraktijken die gedragingen inhouden waardoor dusdanige druk op de consument wordt uitgeoefend zodat zijn keuzevrijheid aanzienlijk wordt beperkt, als agressief moeten worden aangemerkt. Het Hof verklaart evenwel dat de loutere omstandigheid dat de koerier de consument verzoekt zijn definitieve commerciële besluit te nemen zonder hem de tijd te geven die hem passend lijkt om de overhandigde stukken te bekijken, niet als een agressieve handelspraktijk kan worden aangemerkt in de mate dat de consument daadwerkelijk kennis heeft kunnen nemen van de modelovereenkomsten.

Voetnoten: 
  1. HvJ-EU, 12 juni 2019, Orange Polska S.A., Zaak C-628/17.
  2. Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van Richtlijn 84/450/EEG van de Raad, Richtlijnen 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad.

Related news

26.04.2021 BE law
L’appropriation frauduleuse de listes de clients à des fins de détournement de clientèle constitue une pratique commerciale déloyale et une violation du secret d’affaires

Articles - La Cour d’appel de Gand a jugé que l’appropriation frauduleuse de listes de clients ainsi que l’utilisation de celle-ci constituent un détournement illicite de clients ainsi qu’une violation de l’article XI. 332/4 CDE (secret d’affaires).[1]

Read more

26.04.2021 BE law
L'utilisation illégale de secrets d'affaires obtenus de façon illicite conduit à une injonction temporaire de cesser une activité économique spécifique

Articles - Le président du tribunal d’entreprise de Gand a jugé que l'utilisation de secrets d’affaires obtenus de façon illicite, tels que des informations techniques sur les produits, lorsqu’une personne morale ou physique savait ou aurait dû savoir que ces derniers avaient été obtenus de façon illicite, viole l'article XI.332/4 du Code de droit économique (CDE) et est contraire à la concurrence loyale (article VI.104 CDE).

Read more

26.04.2021 BE law
Openbaarmaking en bedrijfsgeheimen, waar ligt de grens?

Articles - De Voorzitter van de Ondernemingsrechtbank te Brussel, zetelend zoals in kortgeding, heeft geoordeeld dat de openbaarmaking van een geheim productieproces door een ex-werknemer aan een concurrerende onderneming een oneerlijke handelspraktijk uitmaakt (schending van artikel XI.332 van het Wetboek Economisch Recht).[1] 

Read more

26.04.2021 BE law
Violation d’obligation contractuelle et tierce complicité – le juge des cessations peut établir l’existence d’une rupture de contrat

Articles - La Cour de Cassation a confirmé que même si les infractions liées aux pratiques de marché loyales relèvent de la responsabilité extracontractuelle, le juge des cessations, afin d’établir une éventuelle tierce complicité de la violation contractuelle, est compétent pour se prononcer sur l’existence d’une rupture de contrat à laquelle la société tierce a participé.

Read more