Articles

Waarborgen tegen ‘nepnieuws’

Waarborgen tegen ‘nepnieuws’

Waarborgen tegen ‘nepnieuws’

17.01.2019 NL law

Het functioneren van onze democratie valt of staat bij de mogelijkheden van de kiezer om op basis van juiste informatie een mening te vormen over gewenst beleid. Dat geldt te meer in een tijd waarin er steeds meer vormen van directe democratie bestaan. Zo heeft onjuiste informatie over extra budget voor het Britse gezondheidszorgsysteem waarschijnlijk een belangrijke rol gespeeld bij de uitslag van het Brexit-referendum.

Yale historicus Timothy Snyder schrijft zelfs dat afstand doen van de feiten, afstand doen van de vrijheid betekent omdat machthebbers dan niet meer ter verantwoording kunnen worden geroepen. Feiten zijn volgens hem cruciaal voor onderling vertrouwen, voor het functioneren van instituties en de rechtsstaat en daarmee uiteindelijk voor de samenleving. Hij roept op om geloof te houden in het bestaan van de waarheid en onderscheid te blijven maken tussen dat wat goed voelt en dat wat waar is (vgl. zijn On Tyranny uit 2017).

Met name nieuwsvoorziening via sociale media en andere digitale kanalen roept in dit verband vragen op. Steeds meer Nederlanders zijn daarvan afhankelijk omdat zij niet bereid zijn om voor nieuws te betalen. Daarmee zijn deze vormen van informatieverschaffing een serieuze concurrent van de redactionele media in ons land, temeer omdat zij ook advertentie-inkomsten daarvan afsnoepen. Verschraling van het medialandschap dreigt op de langere termijn. Tegelijkertijd is er bij sociale media meestal geen redactionele controle en zorgen slimme algoritmes er voor dat bepaald nieuws meer of minder aandacht krijgt waarbij tevens een rol speelt of er wordt betaald voor extra aandacht (vgl. het rapport Digitalisering en nepnieuws, in 2018 uitgebracht door de ACM en het Commissariaat voor de Media). Verder is beïnvloeding door buitenlandse mogendheden een reëel gevaar. Die is in de Verenigde Staten onderwerp van discussie, maar ook in landen als Zweden, Frankrijk en Duitsland hebben trollen het online-debat rondom verkiezingen beïnvloed.

Dat roept de vraag op of we ons kunnen wapenen tegen nepnieuws. Dat is geen makkelijke vraag, zeker niet wanneer er daarbij wordt gekeken naar een rol voor de overheid. De scheidslijn tussen feiten en oordelen is vaak dun zodat dan al gauw het risico van censuur opduikt. Illustratief voor de complexiteit van het thema is het feit dat de term ‘nepnieuws’ eigenlijk niet gebruikt zou moeten worden. Die is namelijk gekaapt door machtige partijen om nieuws aan de kant te schuiven dat hen niet goed uitkomt. Beter is het daarom om te spreken van ‘desinformatie’.

Desondanks blijken er al de nodige maatregelen in de steigers te zijn gezet. Daarbij legt het Nederlandse kabinet het accent vooralsnog op bewustwording, zelfregulering en het behoud van een pluriform medialandschap (brief van 13 december 2018, Kamerstukken II 2018/19, 30 821, nr. 51). Vrijheid van meningsuiting, vrijheid van pers en het bevorderen van transparantie staan daarbij voorop. Mediawijsheid en digitale geletterdheid moeten worden bevorderd. Verder moet er wetenschappelijk onderzoek worden gedaan naar sociale media, internetzoekmachines en de herkomst van (des)informatie. Het kabinet wijst daarbij op het belang van coördinatie in Europees verband. Op dat Europese vlak kwam eind september 2018 in het kader van zelfregulering de EU Code of Practice on Disinformation tot stand waarbij (tech)bedrijven zich kunnen aansluiten. De code is gebaseerd op de aanbevelingen van een onafhankelijke Europese werkgroep in het rapport A multi-dimensional approach to disinformation (vgl. de bijdrage van de hand van haar voorzitter, De Cock Buning, in IER 2018/32). Deze code legt het accent op een betere inkadering van en transparantie over de rol van (politieke) adverteerders, integere dienstverlening onder meer door het tegengaan van valse accounts en het versterken van de positie van de consument. Dit kan bijvoorbeeld door inzicht te geven in de herkomst van informatie zodat deze meer op waarde kan worden geschat. Ook moet er ruim baan worden gegeven aan kritische onderzoekers en fact-checkers. Daarmee wordt weggebleven van een initiatief als de werkgroep EU vs Disinfo die de Europese Commissie instelde en die – nog steeds – een website bijhoudt (www.euvsdisinfo.eu) met voorbeelden van desinformatie. Dit initiatief kwam begrijpelijkerwijze onder vuur te liggen nadat daarop ten onrechte een aantal artikelen van Nederlandse media werd geplaatst. Een meer fundamentele kritiek daarop is dat het niet aan de overheid of de EU is om nieuws te kwalificeren. Dat kan namelijk omslaan in een vorm van censuur.

De staatscommissie Remkes gaat in haar eind 2018 verschenen eindrapport Lage drempels, hoge dijken nog een stap verder in de strijd tegen desinformatie. Zij pleit, behalve voor meer transparantie over het gebruik van digitale instrumenten door politieke partijen, voor wettelijke regels voor aanbieders van digitale platforms en websites. Geregeld moet worden dat zij zichtbaar maken dat er politieke informatie wordt aangeboden en of daarvoor is betaald. Verder moeten de mogelijkheden voor het gericht aanbieden van politieke advertenties worden beperkt. Om de naleving van deze regels te controleren en zo nodig sancties op te leggen bepleit de commissie de instelling van een onafhankelijke toezichthouder.

Al deze aandacht voor mogelijke waarborgen tegen desinformatie is terecht. Het is eveneens goed dat er daarbij wordt gewaakt voor een rol van de overheid zelf bij het beoordelen van de waarde van nieuws. Tegelijk is het louter vertrouwen op zelfregulering niet passend (vgl. Hins, Mediaforum 2018, p. 171 e.v.). Daarvoor is het probleem te serieus en het gedrag van techbedrijven te weinig coöperatief. Daarom verdient het voorstel voor een wettelijke regeling met een onafhankelijke toezichthouder van de commissie Remkes welwillende overweging.

Dit Vooraf is ook gepubliceerd in NJB 2018/2049, afl. 39.

Related news

14.10.2021 NL law
Termijn voor het indienen vaststellingsaanvraag NOW-1 loopt af op 31 oktober 2021: strategische handreikingen en juridische aanbevelingen

Short Reads - Op 31 oktober 2021 is het de laatste dag waarop de vaststellingsaanvragen van de NOW-1 subsidie kunnen worden ingediend. Veel werkgevers hebben deze aanvraag al ingediend (en al een vaststellingsbesluit ontvangen) maar ook een aanzienlijk deel van de vaststellingsaanvragen moet nog door het UWV worden ontvangen (zie de Kamerbrief van 20 september 2021). 

Read more

07.10.2021 NL law
Intrekking van natuurvergunningen en de praktijk: de stand van zaken en de rol van significantie van eventuele effecten

Short Reads - Onherroepelijke natuurvergunningen lijken anno 2021 geen rustig bezit meer te zijn. Bij provincies liggen op dit moment verzoeken voor om tot intrekking van (onherroepelijke) natuurvergunningen over te gaan. Intrekking zou een noodzakelijke passende maatregel zijn ter uitvoering van artikel 6, lid 2 Habitatrichtlijn. Jurisprudentie geeft inmiddels enige duidelijkheid. Maar de praktijk blijkt weerbarstig en laat zien dat de nodige vragen onbeantwoord blijven. In dit blog bespreken wij de stand van zaken.

Read more

13.10.2021 NL law
FAQ: Hoe een begrip uit te leggen als een definitie of andere uitleg ervan in de wettelijke regeling ontbreekt?

Short Reads - Hoe een begrip uit te leggen als een definitie of andere uitleg ervan in de wettelijke regeling ontbreekt? Deze vraag komt meer dan eens aan de orde in geschillen en procedures. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beantwoordt deze vraag onder meer in een uitspraak over pleziervaartuigen en woonschepen in de jachthaven te Kaag (25 augustus 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1897).

Read more

13.10.2021 NL law
De hardheidsclausule en ander maatwerk in het licht van de NOW

Short Reads - Uitzonderingen op de NOW zijn volgens de bestuursrechter niet mogelijk door het bewust ontbreken van een hardheidsclausule, maar worden door de minister in bepaalde gevallen wel toegestaan. In dit artikel bespreekt Sandra Putting welke mogelijkheden bestuursorganen en de bestuursrechter hebben om maatwerk te bieden en wordt aan de hand van drie geschilpunten over de NOW beoordeeld hoe die mogelijkheden zijn ingezet of beter hadden kunnen worden ingezet.

Read more