Short Reads

Een hogeschool die wo-opleidingen aanbiedt, heeft geen recht op het 'onderzoekdeel wo' van de overheidsbekostiging

Een hogeschool die wo-opleidingen aanbiedt, heeft geen recht op het '

Een hogeschool die wo-opleidingen aanbiedt, heeft geen recht op het 'onderzoekdeel wo' van de overheidsbekostiging

29.01.2019 NL law

Hogescholen bieden steeds vaker en meer wo-opleidingen aan. De Bredase hogeschool NHTV heeft aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de vraag voorgelegd of zij daarom ook aanspraak maakt op het 'onderzoekdeel wo' van de overheidsbekostiging. Deze vraag is in de uitspraak van 23 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:172, ontkennend beantwoord. In dit blog wordt verder op deze uitspraak ingegaan

De Afdeling bestuursrechtspraak heeft op 23 januari 2019 uitspraak gedaan in een geschil tussen de Stichting Breda University of Applied Science (hierna: NHTV) en de minister van OCW over de hoogte van de jaarlijkse rijksbijdrage aan de onderwijsinstelling. Achter wat kort en goed wordt genoemd de 'bekostiging van het onderwijs' gaan gedetailleerde en complexe regelingen over de overheidsfinanciering van onderwijsinstellingen schuil. De hier centraal staande uitspraak biedt een kijkje in die keuken.

De WHW en het Uitvoeringsbesluit WHW als juridische grondslagen voor de overheidsbekostiging van hogeronderwijsinstellingen

De Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) biedt de juridische grondslag voor de overheidsfinanciering van hogescholen en universiteiten. De bekostiging (in jargon: de rijksbijdrage) is uit te splitsen  in – wat de Afdeling noemt – een 'hoofdbekostiging' en prestatiebekostiging. De hoofdbekostiging heeft als kenmerk dat deze door de instelling in principe vrij besteedbaar is ('lumpsum'). Dit gaat niet op voor de prestatiebekostiging, die overigens geen deel van de discussie bij de Afdeling uitmaakt en daarom hierna verder buiten beschouwing wordt gelaten.

De hoofdbekostiging – hierna gemakshalve aangeduid als de bekostiging – wordt jaarlijks aan de instellingen verstrekt (overigens geldt dit ook voor de prestatiebekostiging). De regels voor universiteiten en hogescholen inzake de bekostiging gaan voor een belangrijk deel gelijk op: de bekostigingsgrondslag voor beide instellingen is te vinden in artikel 2.5 WHW en het onderliggende Uitvoeringsbesluit WHW.

De bekostiging wordt onderscheiden in delen voor onderwijs respectievelijk onderzoek, elk op hbo- en wo-niveau

Er is echter een belangrijke 'maar' die voor de NHTV en andere hogescholen die wo-opleidingen aanbieden, in zoverre nadelig uitpakt – althans, het levert de hogescholen minder voordeel op. De toekenning van de bekostiging is onderverdeeld in 'delen'. In de basis komt hogescholen het 'onderwijsdeel hbo' en het deel 'ontwerp en ontwikkeling hbo voor praktijkgericht onderzoek' toe. Universiteiten maken in beginsel aanspraak op het 'onderwijsdeel wo' en het 'onderzoekdeel wo'.

Met de door de wet(gever) geboden mogelijkheid voor hogescholen om – net als universiteiten – wo-opleidingen aan te bieden, roept dat op de vraag of de hogescholen dan ook aanspraak maken op de wo-delen van de bekostiging.

Een intermezzo: met ingang van 1 september 2004 mogen hogescholen wo-opleidingen aanbieden, net als universiteiten sindsdien hbo-opleidingen (de Wet invoering bachelor-masterstructuur in het hoger onderwijs, Stb. 2002, 303 en Kamerstukken 28024). De wetgever heeft deze ontwikkeling in 2001 in de MvT als volgt geduid: "Bachelor- en masteropleidingen zullen óf een hbo- óf een wo-oriëntatie hebben. Op dit moment is de instelling van herkomst, universiteit of hogeschool, bepalend voor de vraag of een opleiding behoort tot het wo dan wel hbo. De bedoeling is dat de aard van de opleidingen bepalend wordt of het gaat om wo dan wel hbo, niet of de opleidende instelling een universiteit of hogeschool is. (…). Het zal dan kunnen voorkomen dat een universiteit een hbo-opleiding aanbiedt of een hogeschool een wo-opleiding. Dit is niet expliciet de bedoeling en het hoort ook niet tot de kerntaak van respectievelijk de universiteit of de hogeschool, maar het wordt ook niet langer uitgesloten." (Kamerstukken II 2001/02, 28024, nr. 3, p. 7-8). De wettelijke taakomschrijving van universiteiten en hogescholen is te lezen in artikel 1.3 WHW.

De uitspraak van de Afdeling

Met het aanbieden van een wo-opleiding heeft de hogeschool volgens de Afdeling wel aanspraak op het onderwijsdeel wo, maar niet ook op het onderzoekdeel wo – zoals de NHTV graag zou hebben gezien. De Afdeling houdt de uitspraak eigenlijk vrij kort en bondig en weerlegt het betoog van de NHTV op drie gronden.

In de eerste plaats betoogt de NHTV dat zij voor de studenten van haar wo-opleidingen bekostiging uit het deel 'ontwerp en ontwikkeling hbo' ontvangt. Dit zou volgens de NHTV aantonen dat er voor een opleiding naast onderwijsgeld ook onderzoeksgeld wordt verkregen, dat in dit geval volgens de NHTV het deel uit het wo-budget zou moeten zijn. Dit budget is hoger dan het onderzoeksbudget dat ten goede komt aan het hoger beroepsonderwijs. Dit betoog slaagt niet, omdat de NHTV volgens de Afdeling geen bekostiging uit het deel 'ontwerp en ontwikkeling hbo' voor de wo-opleidingen ontvangt.

In de tweede plaats slaagt niet het beroep van de NHTV op artikel 2.6 WHW, dat bepaalt dat de bekostiging van de instellingen dient te geschieden naar gelijke maatstaven. Volgens de Afdeling behoren universiteiten en hogescholen niet tot dezelfde groep van instellingen, onder verwijzing naar artikel 1.3 WHW dat de (taakomschrijving van de) instellingen beschrijft.

In de derde plaats komt de bekostiging ten behoeve van het verrichten van wetenschappelijk onderzoek uitsluitend toe aan universiteiten, aldus artikel 1.9 lid 1 WHW. De Afdeling overweegt dat dit wetsartikel de bekostiging van het onderzoekdeel wo "uitdrukkelijk" voorbehoudt aan universiteiten. De Afdeling verwijst in dit verband ook naar artikelen 4.20, 4.21 en 4.23 van het Uitvoeringsbesluit WHW.

Korte duiding van de uitspraak en conclusie

De uitspraak van de Afdeling lijkt logisch. Met name het argument van artikel 1.9 WHW is krachtig, want dat sluit simpelweg uit dat hogescholen aanspraak kunnen maken op het onderzoekdeel wo. In zoverre dus weinig nieuws onder de zon. Wij vragen ons echter af of de wetgever nu niet (langzaam) aan zet is. In 2004 is wettelijk ingevoerd dat hogescholen wo-opleidingen kunnen aanbieden (en universiteiten hbo-opleidingen) en is welbewust door de wetgever overwogen dat de aard van de opleiding meer centraal komt te staan. Er is weliswaar geen afstand gedaan van het binaire stelsel van hogeschool en universiteit, maar er is wel een belangrijke wettelijk verankerde nuance aangebracht. Het bekostigingsstelsel is naar aanleiding van deze nieuwe koers echter niet aangepast en is thans dus in belangrijke mate geënt op het binaire stelsel. Nu daarentegen hogescholen in de praktijk wel wo-opleidingen aanbieden, roept dat de vraag op of het niet tijd is toch (opnieuw) te onderzoeken of het bestaande bekostigingsstelsel afdoende aansluit bij de belangrijke nuancering die in artikel 1.3 WHW is gemaakt. Toegegeven, dit zal geen gemakkelijke opgave zijn maar het is minstens het onderzoeken waard of de huidige bekostigingssystematiek die is ingericht op instellingsniveau nog passend is bij de gaande 'kruisbestuiving' van wo- respectievelijk hbo-opleidingen bij hogescholen versus universiteiten. Liefst natuurlijk op een wijze die het voor universiteiten beschikbare bedrag niet beperkt.

Team

Related news

10.08.2020 NL law
Geelgroen huis in Den Helder in ernstige mate in strijd met de redelijke eisen van welstand

Short Reads - In de gemeentelijke welstandsnota staan criteria waaraan het uiterlijk van bestaande en nieuw te bouwen woningen dienen te voldoen: de redelijke eisen van welstand. Voor bestaande woningen geldt dat zij niet in ernstige mate in strijd mogen zijn met deze eisen. Welstandsexcessen zijn met andere woorden uitgesloten. In de uitspraak van de Afdeling van 15 juli 2020 was de vraag aan de orde of een geelgroen geverfde woning in Den Helder terecht als een dergelijk welstandsexces is aangemerkt.

Read more

10.08.2020 NL law
Het NOW register: openbaarmaking van gegevens van ontvangers van de NOW-subsidie

Short Reads - Het UWV heeft op verzoek van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een register gepubliceerd met informatie over werkgevers die de NOW-1 subsidie hebben ontvangen. De publicatie van dit register komt niet geheel als een verrassing. De NOW-1 bevat immers een bijzondere bepaling over openbaarmaking van de desbetreffende gegevens.

Read more

27.07.2020 NL law
Maatwerk bij ontvankelijkheidsbeslissingen

Short Reads - Kent u een termijn die de ontvankelijkheid van een bezwaar of beroep bepaalt en niet in de wet is te vinden? Je zou hopen dat zo’n termijn niet bestaat. Ontvankelijkheid bepaalt immers de toegang tot de rechter en die toegang moet niet belemmerd worden door onbekende of slecht kenbare fatale termijnen. Toch kent ons recht zo’n termijn en die termijn is bovendien zeer kort. Ik doel op de twee weken die een belanghebbende wordt gegund om alsnog bezwaar te maken, nadat hij op de hoogte is geraakt van het bestaan van een besluit waarvan de bezwaartermijn al is verstreken.

Read more

05.08.2020 NL law
ACM is verplicht om het besluit waarin zij afziet tot oplegging van een boete te publiceren

Short Reads - De Instellingswet Autoriteit Consument en Markt (Instellingswet ACM) verplicht de ACM om een besluit waarbij een ernstige overtreding (zoals overtreding van het kartelverbod) is geconstateerd, maar waarbij is afgezien van het opleggen van een boete toch openbaar te maken. Een dergelijk besluit beschouwt het CBb als een beschikking tot het opleggen van een bestuurlijke sanctie in de zin van artikel 12v van de Instellingswet ACM. Dat oordeelt het CBb in haar uitspraak van 18 februari 2020 (ECLI:NL:CBB:2020:92).

Read more

27.07.2020 NL law
De Whatsapp-conversatie tussen Grapperhaus en Halsema: ook openbaar via de Wob?

Short Reads - Deze heb je vastgelegd voor de Wob Zo luidde een van de berichten van de Whatsapp-correspondentie tussen burgemeester Halsema van Amsterdam en minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid over de demonstratie op de Dam, die plaatsvond op 1 juni 2020. Een angst van menig bestuurder werd waarheid: de gehele conversatie stond dezelfde dag nog afgedrukt op alle nieuwswebsites. Deze correspondentie werd openbaar gemaakt op grond van artikel 68 van de Grondwet, dat kort gezegd de informatieplicht van bewindslieden aan het parlement regelt.

Read more