Short Reads

Casus Lotto c.s.: Aanpassing naam vergunninghouder bij nieuwe rechtsvorm? Let op de eisen van het Unierecht!

Casus Lotto c.s.: Aanpassing naam vergunninghouder bij nieuwe rechtsvo

Casus Lotto c.s.: Aanpassing naam vergunninghouder bij nieuwe rechtsvorm? Let op de eisen van het Unierecht!

04.04.2019 NL law

De Kansspelautoriteit kan de tenaamstelling van vergunningen voor onder andere Lotto en de Staatsloterij niet zomaar wijzigen als de rechtsvorm van de vergunninghouders verandert. Dit gezien het door het Unierecht gewaarborgde vrije verkeer van diensten en het daaruit voortvloeiende transparantiebeginsel. Dat blijkt uit een viertal uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ("ABRvS") van 13 maart 2019. Wat betekenen deze uitspraken voor de praktijk

Feiten: een streng gereguleerde markt met veel belangstellenden

De Wet op de kansspelen ("Wok") kent een systeem waarbij voor een viertal kansspelen, de Lotto, Sportprijsvragen, Instantloterij en de Staatsloterij, slechts één vergunning wordt verstrekt. De vergunningen voor de eerste drie spelen zijn onderhands verleend aan de Stichting de Nationale Sporttotalisator, terwijl het houden van de Staatsloterij in een beschikking toevertrouwd is aan de Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij (hierna gezamenlijk: de Vergunningen).

Deze stichtingen zijn recentelijk omgevormd in twee besloten vennootschappen, namelijk Lotto B.V. respectievelijk Staatsloterij B.V. De nieuwe holding Nederlandse Loterij B.V. houdt de aandelen in beide vennootschappen. Achtergrond van deze reorganisatie is de wens van beide vennootschappen (voorheen stichtingen) om samen te werken. De Kansspelautoriteit heeft vervolgens de tenaamstelling van de Vergunningen gewijzigd naar Lotto B.V. (Sportprijsvragen, Lotto en Instantloterij) en Staatsloterij B.V. (Staatsloterij). Daarnaast zijn enkele wijzigingen doorgevoerd die samenhangen met de wijziging van de rechtsvorm. Zo is in de voorschriften bij de Vergunningen neergelegd dat Nederlandse Loterij B.V. enig aandeelhoudster is van de vergunninghouders en aldus instaat voor de nakoming van alle uit de Vergunningen voortvloeiende verplichtingen.

Meerdere partijen zijn van mening dat deze naamswijzigingen niet toegestaan zijn. Zij betogen dat de Vergunningen via een transparante verdeelprocedure verleend moeten worden gelet op het vrije verkeer van diensten en het transparantiebeginsel.

ABRvS: verandering tenaamstelling in vergunning door wijziging van rechtsvorm vergunninghouder(s) kan tot gevolg hebben dat de vergunning via een transparante verdeelprocedure verleend moet worden

De bevoegdheid om de tenaamstelling te wijzigen moeten bestuursorganen uitoefenen met inachtneming van het Unierecht. Dat betekent dat zij het Unierechtelijke beginsel van vrij verkeer van diensten het daaruit voortvloeiende transparantiebeginsel in acht moeten nemen. Dit beginsel sluit éénvergunningstelsels niet uit, zo volgt onder meer uit het Betfair-arrest. Een dergelijk stelsel is toegestaan als het (i) een legitiem doel dient (o.a. bescherming van de consument en het tegengaan van criminaliteit); (ii) geen onderscheid maakt naar nationaliteit; en (iii) evenredig is. Deze drieledige toetst past de ABRvS kritisch toe.

Zelfs als aan deze eisen is voldaan, mag een bestuursorgaan een vergunning onder een dergelijk stelsel in beginsel niet onderhands verlenen. Potentieel gegadigden moeten de kans krijgen om mee te dingen daarnaar, behalve als het gaat om:

  • een openbare exploitant wiens beheer onder rechtstreeks toezicht staat van de Staat; of
  • een particuliere exploitant op wiens activiteiten de overheid een strenge controle kan uitoefenen.

In deze twee gevallen is onderhandse gunning toegestaan. De ABRvS spreekt in dit kader van "de kwaliteiten van de houder van een vergunning en zijn verhouding tot de Staat".

De ABRvS constateert dat een rechtsvormwijziging van een stichting naar een besloten vennootschap ertoe kan leiden dat die kwaliteiten en verhouding wijzigen. Daardoor zou een onderhandse gunning aan de huidige vergunninghouders niet (meer) toegestaan zijn. De Kansspelautoriteit is volgens de ABRvS ten onrechte niet nagegaan of dit inderdaad het geval is. Ter illustratie: eerder oordeelde de ABRvS dat Stichting de Nationale Sporttotalisator een particuliere exploitant is op wiens activiteiten de overheid  controle kon uitoefenen. In de statuten was onder andere opgenomen dat één van de commissarissen uit de raad van commissarissen die toezicht hield op het bestuur kon worden benoemd en ontslagen door de Minister van Veiligheid en Justitie. Met de wijziging van de rechtsvorm is de verhouding tot de Staat mogelijk gewijzigd en is de uitzondering op het uitgangspunt dat vergunningen in beginsel niet onderhands verleend mogen worden mogelijk niet langer aan de orde.

De Kansspelautoriteit is aan zet

De Kansspelautoriteit moet daarom opnieuw beslissen op de bezwaren. De Kansspelautoriteit zal moeten beoordelen of het éénvergunningstelsel voor de aan de orde zijnde kansspelen in het licht van het Unierecht gerechtvaardigd is en of de vergunningen onderhands verleend kunnen worden aan Lotto B.V. en Staatsloterij B.V., waarbij zij rekening ermee moet houden dat de bezwaarmakers (geïnteresseerd in de vergunningen in kwestie) in principe belanghebbenden zijn. Immers, als onderhandse gunning niet mogelijk is, dan hebben zij een kans om de betreffende vergunningen te krijgen.

Betekenis voor de praktijk: wijziging tenaamstelling door rechtsvormwijziging leidt tot nieuwe toetsing aan het vrije verkeer van diensten en transparantiebeginsel

De ABRvS maakt duidelijk dat belanghebbenden tegen een wijziging van tenaamstelling door rechtsvormwijziging kunnen opkomen bij de bestuursrechter. Het moet echter wel gaan om een schaarse vergunning (hetgeen onder een éénvergunningstelsel snel het geval is). Hiermee bestaat een toetsingsmoment waarin belanghebbenden kunnen laten toetsen of een vergunning niet toch via een transparante procedure vergund zou moeten worden in plaats van onderhands. Alle betrokken partijen (bestuursorganen, vergunningshouders en belanghebbenden) moeten hiermee rekening houden.

Team

Related news

10.08.2020 NL law
Geelgroen huis in Den Helder in ernstige mate in strijd met de redelijke eisen van welstand

Short Reads - In de gemeentelijke welstandsnota staan criteria waaraan het uiterlijk van bestaande en nieuw te bouwen woningen dienen te voldoen: de redelijke eisen van welstand. Voor bestaande woningen geldt dat zij niet in ernstige mate in strijd mogen zijn met deze eisen. Welstandsexcessen zijn met andere woorden uitgesloten. In de uitspraak van de Afdeling van 15 juli 2020 was de vraag aan de orde of een geelgroen geverfde woning in Den Helder terecht als een dergelijk welstandsexces is aangemerkt.

Read more

10.08.2020 NL law
Het NOW register: openbaarmaking van gegevens van ontvangers van de NOW-subsidie

Short Reads - Het UWV heeft op verzoek van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een register gepubliceerd met informatie over werkgevers die de NOW-1 subsidie hebben ontvangen. De publicatie van dit register komt niet geheel als een verrassing. De NOW-1 bevat immers een bijzondere bepaling over openbaarmaking van de desbetreffende gegevens.

Read more

05.08.2020 NL law
ACM is verplicht om het besluit waarin zij afziet tot oplegging van een boete te publiceren

Short Reads - De Instellingswet Autoriteit Consument en Markt (Instellingswet ACM) verplicht de ACM om een besluit waarbij een ernstige overtreding (zoals overtreding van het kartelverbod) is geconstateerd, maar waarbij is afgezien van het opleggen van een boete toch openbaar te maken. Een dergelijk besluit beschouwt het CBb als een beschikking tot het opleggen van een bestuurlijke sanctie in de zin van artikel 12v van de Instellingswet ACM. Dat oordeelt het CBb in haar uitspraak van 18 februari 2020 (ECLI:NL:CBB:2020:92).

Read more

27.07.2020 NL law
Maatwerk bij ontvankelijkheidsbeslissingen

Short Reads - Kent u een termijn die de ontvankelijkheid van een bezwaar of beroep bepaalt en niet in de wet is te vinden? Je zou hopen dat zo’n termijn niet bestaat. Ontvankelijkheid bepaalt immers de toegang tot de rechter en die toegang moet niet belemmerd worden door onbekende of slecht kenbare fatale termijnen. Toch kent ons recht zo’n termijn en die termijn is bovendien zeer kort. Ik doel op de twee weken die een belanghebbende wordt gegund om alsnog bezwaar te maken, nadat hij op de hoogte is geraakt van het bestaan van een besluit waarvan de bezwaartermijn al is verstreken.

Read more