Short Reads

Recht op handelsbenaming

droit sur la dénomination commerciale

Recht op handelsbenaming

05.09.2017 BE law

Naar aanleiding van een geschil tussen Omnitravel Plus BVBA (‘eiseres’ en appellante) en Omnia NV, (‘verweerster’ en geïntimeerde), beiden actief in de regio van Gent, zette het hof van beroep te Gent de rechtspraak omtrent het recht op handelsbenaming nogmaals duidelijk uiteen[1]. In april 2011 wijzigde Omnia NV haar handelsnaam naar “Omnia Travel”, dat door haar op 22 juni 2011 gedeponeerd werd als woord- en beeldmerk.

Omnia travel logo      omnia travel

De handelsbenamingen zijn onmiskenbaar gelijkluidend en slechts beperkt visueel verschillend. Het hof herhaalt dat het recht op de handelsbenaming ontstaat door het eerste publieke gebruik (bv. in het KBO, via een domeinnaam, een website, of het maken van reclame), zonder dat daarvoor enige originaliteit of creativiteit is vereist. Via de Wet Marktpraktijken (thans boek VI van het Wetboek Economisch Recht) kan een onderneming zich niet verzetten tegen het gebruik door een andere onderneming (in casu verweerster) van diens merk, ook al is dit identiek aan zijn eerder in gebruik genomen handelsnaam, zonder dat een schrapping van het merk werd bekomen.

Daarenboven bleek uit de feiten dat verweerster strikt genomen het eerst publiek gebruik had gemaakt van haar handelsnaam, namelijk op 1 december 2011. Eiseres verloor immers het recht op de handelsbenaming, aangezien: (i) de handelsnaam Omnitravel in 2010 in onbruik was geraakt bij de schrapping van de licentie van NV Omnitravel door Toerisme Vlaanderen; (ii) er niet werd aangetoond dat er een continuïteit bestond met een daaropvolgende handelsactiviteit onder dezelfde naam (beweerdelijk via de BVBA Squatra); (iii) zelfs indien de handelsbenaming zou gebruikt geweest zijn door BVBA Squatra, deze werd bekomen door verweerster conform de overnameovereenkomst van BVBA Squatra door Omnia NV; en (iv) eiseres overigens pas is opgericht op 22 oktober 2012 en de handelsnaam pas actief hanteert sinds 2 januari 2013.

Bijgevolg, ondanks het feit dat er onmiskenbaar verwarring is bij klanten en leveranciers, maakt verweerster zich gelet op haar rechtmatig gebruik niet schuldig aan enige oneerlijke marktpraktijk.

Voetnoten:

  1. Gent 22 mei 2017, 2015/AR/3079, onuitg

Related news

30.07.2019 BE law
Un matelas descellé et le droit de rétraction

Articles - Dans un arrêt du 27 mars 2019, la Cour de justice a conclu qu’un matelas, dont la protection a été retirée par le consommateur après la livraison de celui-ci et qui a potentiellement été en contact avec un corps humain, ne relève pas de l’exception au droit de rétraction[1] (pour des raisons de protection de la santé ou d’hygiène) prévue à l’article 16, sous e), de la directive 2011/83 relative aux droits des consommateurs[2] (i.e. l’article VI.53 CDE).

Read more

30.07.2019 BE law
Des contraintes d’espace dans des publicités dans le cadre des contrats conclus à distance

Articles - Walbusch Walter Busch a inséré dans des journaux et revues un prospectus publicitaire de six pages contenant un bon de commande sous la forme d’une carte postale détachable. Ce prospectus ne contenait pas de formulaire de rétraction[1]. La cessation de la publication du prospectus a été demandée et a été accueillie en première instance mais réformée en appel.

Read more

30.07.2019 BE law
Ontzegelde matras en het herroepingsrecht

Articles - In een arrest van 27 maart 2019 concludeerde het Hof van Justitie dat een matras, waarvan de beschermfolie door de consument na ontvangst werd verwijderd en die mogelijk in contact is geweest met een menselijk lichaam, geen uitzondering uitmaakt op het herroepingsrecht[1] (om redenen van gezondheidsbescherming of hygiëne) zoals bedoeld in artikel 16, onder e), van Richtlijn 2011/83 betreffende consumentenrechten[2] (dwz artikel VI. 53 WER).

Read more

30.07.2019 BE law
Bedrijfsgeheimen en ex-werknemers

Articles - Een vaak voorkomend probleem bij het vertrek van werknemers is de know-how die ze hebben opgebouwd in het bedrijf en meenemen naar een nieuw bedrijf. In welke mate mag hiervan gebruik gemaakt worden?

Read more

30.07.2019 BE law
Agressieve handelspraktijk: het hof van justitie verduidelijkt het begrip

Articles - Het Hof van Justitie werd verzocht om een antwoord te geven op de prejudiciële vraag of het gebruik door een handelaar van een methode[1] voor het sluiten of aanpassen van overeenkomsten betreffende het verrichten van telecommunicatiediensten, waarbij een consument het definitieve besluit over de transactie moet nemen in aanwezigheid van de koerier die de modelovereenkomsten overhandigt, als een agressieve handelspraktijk door ongepaste beïnvloeding moet worden aangemerkt in de zin van artikelen 8 en 9 van richtlijn 2005/29[2] (i.e. artikelen VI. 101 en 102 WER).

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring