Short Reads

FAQ: Hoe moeten de feiten worden vastgesteld die ten grondslag worden gelegd aan een invorderingsbesluit?

FAQ: Hoe moeten de feiten worden vastgesteld die ten grondslag worden

FAQ: Hoe moeten de feiten worden vastgesteld die ten grondslag worden gelegd aan een invorderingsbesluit?

25.09.2017 NL law

Het is voor een bestuursorgaan van belang om de organisatie van handhavingsprocedures op orde te hebben. In deze frequently asked question wordt antwoord gegeven op de vraag aan welke vereisten de feitenvaststelling die ten grondslag wordt gelegd aan een invorderingsbesluit moet voldoen.

Het verbeuren van een dwangsom

Een van de mogelijkheden die een bestuursorgaan heeft om tegen illegale situaties op te treden, is handhaving door middel van een last onder dwangsom. Op grond van een bijzondere wettelijke regeling en artikel 5:32 Awb is een bestuursorgaan bevoegd om aan een overtreder een last onder dwangsom op te leggen. Doel van de last onder dwangsom is het beëindigen van de overtreding en herhaling daarvan te voorkomen. Tevens kan de last onder dwangsom preventief worden ingezet, zodra serieus gevaar voor een overtreding dreigt.

Met een last onder dwangsom wordt de overtreder gelast om de overtreding te beëindigen. Aan de last wordt een dwangsom verbonden. Dit betekent dat indien niet wordt voldaan aan de last, de overtreder een bedrag moet betalen. Deze dwangsom wordt vastgesteld hetzij op een bedrag ineens, hetzij op een bedrag per tijdseenheid, hetzij op een bedrag per overtreding.

In de last wordt aan de overtreder een termijn gegeven om maatregelen te nemen om de illegale situatie ongedaan te maken. Indien de overtreder hier geen gehoor aan geeft binnen deze termijn, dan verbeurt hij de dwangsom.

Het invorderingsbesluit

Bij de verbeurte van de dwangsom door het niet of niet tijdig uitvoering geven aan de last, ontstaat de betalingsverplichting van rechtswege. Nadat deze betalingsverplichting is ontstaan, kan het bestuursorgaan op grond van artikel 5:37 Awb een invorderingsbeschikking nemen die er toe strekt de betaling af te dwingen. Deze invorderingsbeschikking is een appellabel besluit. Een overtreder kan bezwaar, en zo nodig beroep instellen tegen de invorderingsbeschikking. De overtreder kan daarmee onder meer het bewijs betwisten dat ten grondslag is gelegd aan het invorderingsbesluit. Dit bewijs bestaat uit de vastgestelde feiten en omstandigheden die hebben geleid tot het verbeuren van de dwangsom, oftewel tot het overtreden van de last.

Zorgvuldige feitenvaststelling

Om het invorderingsbesluit in stand te laten blijven is het in ieder geval zaak om bij het nemen van het invorderingsbesluit de feiten en omstandigheden waaruit de overtreding van de last blijkt, deugdelijk vast te leggen.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in haar rechtspraak vereisten geformuleerd waaraan de feitenvaststelling moet voldoen (ABRvS 3 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1179).

De volgende regels worden gesteld aan de vaststelling van feiten en omstandigheden die ten grondslag worden gelegd aan een invorderingsbesluit:

  • De vaststelling van relevante feiten en omstandigheden dient deugdelijk en controleerbaar te zijn.
  • De vaststelling of waarneming van feiten en omstandigheden dient te worden gedaan door:
    • een ter zake deskundige medewerker van het bevoegd gezag,
    • een ter zake deskundige persoon in opdracht van het bevoegd gezag, of
    • een ter zake deskundige persoon wiens bevindingen het bevoegd gezag voor zijn rekening heeft genomen.
  • Om een ter zake deskundige medewerker van het bevoegd gezag te kunnen zijn hoeft diegene niet te zijn aangesteld als toezichthouder. Het is voldoende als de medewerker onder de verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag werkzaam is en deskundig kan worden geacht.
  • Het deugdelijk vastleggen van de vastgestelde of waargenomen feiten en omstandigheden kan geschieden in een schriftelijke rapportage.
  • In sommige gevallen kunnen de feiten en omstandigheden ook met foto’s of ander bewijsmateriaal worden vastgelegd.
  • Het moet duidelijk zijn waar, wanneer en door wie de feiten en omstandigheden zijn vastgesteld of waargenomen en welke werkwijze daarbij is gehanteerd.
  • Indien de feiten en omstandigheden op schrift worden vastgelegd, dient er een inzichtelijke beschrijving te worden gegeven van datgene dat is vastgesteld of waargenomen.
  • Een schriftelijke rapportage dient in beginsel te zijn ondertekend door de opsteller en te zijn voorzien van een dagtekening. Aan het ontbreken hiervan kan worden voorbijgegaan, indien op andere wijze kan worden vastgesteld dat de opsteller van de rapportage degene is die de daarin vermelde feiten en omstandigheden heeft vastgesteld of waargenomen en wanneer die vaststelling of waarneming heeft plaatsgevonden.

Het is dus van belang om er voor te zorgen dat de feiten en omstandigheden die ten grondslag worden gelegd aan een invorderingsbesluit deugdelijk en controleerbaar vast te leggen. Dit moet gedaan worden door de juiste persoon, op een correcte wijze en voorzien van de juiste controlegegevens.

Dit is een blog in de “FAQ”-serie. Een overzicht van alle blogs in deze serie kunt u hier vinden.

Team

Related news

13.08.2019 NL law
Exit willekeursluis: een nieuwe rechterlijke toetsing van algemeen verbindende voorschriften

Short Reads - Met ingang van 1 juli 2019 geldt er een nieuwe maatstaf voor de rechterlijke toetsing van algemeen verbindende voorschriften ("avv's"). De (bestuurs)rechter laat met de '1 juli-uitspraken' van de Centrale Raad van Beroep (die zijn afgestemd met de andere hoogste rechterlijke colleges) definitief de terughoudende zogenaamde 'willekeursluis' uit het klassieke Landbouwvliegers-arrest los. Als de rechtmatigheid van een avv aan de orde is, zal de rechter dit avv voortaan intensiever en kritischer toetsen aan algemene rechtsbeginselen.

Read more

09.08.2019 NL law
Bedrijfsgrootte is van invloed op de hoogte van de Arboboete: bij parttimers lagere boetes

Short Reads - Op 7 november 2018 deed de Afdeling een voor de praktijk van arboboetes belangrijke (eind)uitspraak. Zij bepaalt dat bij het bepalen van de omvang van een bedrijf of instelling onderscheid gemaakt dient te worden tussen een fulltime of parttime dienstverband. Die omvang wordt bepaald door uit te gaan van het totaal aantal medewerkers in een bedrijf of instelling op basis van een fulltime werkweek van 38 uur. Dat betekent dat afhankelijk van het aantal parttimers en de duur van hun dienstverband lagere Arboboetes zullen worden opgelegd.

Read more

14.08.2019 NL law
Wijziging Arbowetgeving in aantocht: tegengaan arbeidsmarktdiscriminatie bij werving en selectie

Short Reads - In haar kamerbrief van 11 juli 2019 heeft Staatssecretaris Van Ark van SZW aangekondigd dat zij na de zomer van 2019 een wetsvoorstel aan de Raad van State wil aanbieden dat ten doel heeft om arbeidsmarktdiscriminatie tegen te gaan. Dit voorstel heeft gevolgen voor het wervings- en selectieproces van werkgevers én voor partijen zoals wervings- en selectiebureaus en online platforms die dergelijke diensten verlenen aan werkgevers. Daartoe zullen de Arbeidsomstandighedenwet en de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs naar verwachting worden gewijzigd.

Read more

08.08.2019 NL law
De fipronil-crisis: volgens de rechtbank handelde de NVWA als toezichthouder niet onrechtmatig

Short Reads - Op 10 juli 2019 heeft de Rechtbank Den Haag geoordeeld dat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit ("NVWA") niet onrechtmatig heeft gehandeld tegenover pluimveehouders naar aanleiding van de fipronil-crisis (ECLI:NL:RBDHA:2019:6810). Er is, aldus de rechtbank, geen sprake van falend toezicht of van een schending van een waarschuwingsplicht.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring