Short Reads

Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State doet belangrijke uitspraak voor subsidiepraktijk

Belangrijke uitspraak voor de subsidiepraktijk: weigering van subsidi

Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State doet belangrijke uitspraak voor subsidiepraktijk

06.09.2017 NL law

Op 5 juli 2017 deed de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een belangrijke uitspraak voor de subsidiepraktijk. In deze uitspraak oordeelt de Afdeling dat de weigering van een subsidie in verband met de overschrijding van de bezoldigingsnorm onvoldoende verband houdt met het doel van de subsidie: het creëren van werkgelegenheid voor jongeren in ontwikkelingslanden. De grond die wordt gehanteerd om een subsidie te weigeren moet passen binnen de kaders van wet- en regelgeving, niet onredelijk zijn en voldoende verband houden met het doel van de te verlenen subsidie.

De feiten

Cinop Global B.V. (hierna: "Cinop"), een onderneming gericht op het verbeteren van werkgelegenheid in ontwikkelingslanden, vraagt bij de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (hierna: "de minister") een zogeheten LEAD subsidie aan. Deze subsidie heeft als doel oorzaken van migratie te bestrijden door jongeren in Afrikaanse landen perspectief te bieden via lokaal ondernemerschap en banencreatie. Om in aanmerking te komen voor een LEAD subsidie mag de bezoldiging van de individuele leden van het bestuur ten hoogste € 163.000 per jaar bedragen, zo bepaalt drempelcriterium D7 van de LEAD beleidsregels. Omdat de bezoldiging van de bestuurder van Cinop hoger is, wordt de aanvraag afgewezen.

De rechtbank Oost-Brabant heeft dit besluit in eerste aanleg vernietigd, wegens strijd met artikel 3:3 van de Algemene wet bestuursrecht ("Awb"). De minister heeft de aan hem toegekende bevoegdheid, aldus de rechtbank, gebruikt voor een ander doel dan waarvoor die bevoegdheid is verleend. Tussen het drempelcriterium en het doel van de subsidie bestaat een te ver verwijderd verband.

Wettelijk kader

Uit eerdere jurisprudentie van de Afdeling (uitspraken van 25 juni 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2348 en 4 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1177) werd al duidelijk dat subsidieverplichtingen met betrekking tot salariskosten in het licht van de artikelen 4:38 en 4:39 Awb niet snel toelaatbaar zijn. Op grond van deze bepalingen mogen aan de subsidieontvanger in beginsel alleen verplichtingen worden opgelegd die doelgebonden zijn. Niet doelgebonden subsidieverplichtingen zijn slechts toegestaan voor zover deze verplichtingen in een  wettelijk voorschrift zijn neergelegd en voldoende verband houden met de gesubsidieerde activiteit.

In de onderhavige zaak gaat het echter niet om aan een subsidie verbonden verplichtingen, maar om een weigeringsgrond. Het beoordelingskader wordt in dit geval bepaald door artikel 4:35 Awb. Deze bepaling bevat een niet limitatieve opsomming van gronden om een subsidie te weigeren. De subsidie kan dus ook worden geweigerd wegens andere, niet in de Awb genoemde, gronden. Anders dan de artikelen 4:38 en 4:39 Awb, zijn de eisen van een wettelijke grondslag en een voldoende verband niet als zodanig in artikel 4:35 Awb opgenomen.

Het oordeel van de Afdeling

De Afdeling overweegt dat artikel 4:35 Awb bestuursorganen de ruimte biedt om subsidieaanvragen af te wijzen op beleidsmatige gronden en dat de artikelen 10 en 14 van het Subsidiebesluit van het Ministerie van Buitenlandse Zaken de minister ten aanzien van de weigering een LEAD subsidie te verstrekken veel beleidsruimte geven. Dat betekent echter niet dat elke weigeringsgrond toelaatbaar is. Weigeringsgronden moeten binnen de kaders van wet- en regelgeving passen, inhoudelijk niet onredelijk zijn en niet in strijd zijn met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

De Afdeling leidt uit het verbod van détournement de pouvoir (3:3 Awb) af dat de gronden waarop bestuursorganen subsidieaanvragen afwijzen voldoende verband moeten houden met verwezenlijking van het doel van de subsidie. Naar het oordeel van de Afdeling is hiervan geen sprake, omdat niet valt in te zien dat de doelstelling van LEAD wordt bereikt door alleen organisaties te selecteren die aan de bezoldigingsnorm voldoen. Deze strijdigheid met artikel 3:3 Awb kan alleen worden weggenomen door een wet in formele zin en niet door een wettelijk voorschrift dat lager in rang staat, zoals algemene maatregelen van bestuur, ministeriële regelingen of beleidsregels.

Tips voor de praktijk

De Afdeling is duidelijk: een weigeringsgrond van een subsidie moet voldoen aan drie voorwaarden: (i) zij moet passen binnen de kaders van wet- en regelgeving, (ii) niet onredelijk zijn en (iii) voldoende verband houden met het doel van de te verlenen subsidie. Normering van salariskosten door bestuursorganen bij het verstrekken van subsidies is dus niet snel toelaatbaar. Niet door verplichtingen aan de subsidie te verbinden en ook niet door een weigeringsgrond op te leggen aan de voorkant van de subsidieprocedure. Beiden moeten immers in voldoende verband staan tot het doel van de subsidie en een wettelijke grondslag hebben. Voor de subsidieverplichting zijn deze eisen neergelegd in artikel 4:39, eerste lid, Awb en voor de weigeringsgrond worden zij afgeleid uit artikel 3:3 Awb.

De wetgever op het niveau van het Rijk kan in een wettelijke regeling wel weigeringsgronden opnemen die geen verband houden met de subsidieregeling. Het Rijk kan bij wet in formele zin afwijken van artikel 3:3 Awb. Voor decentrale overheden kan dat niet: hun subsidieregeling staat altijd lager in rang dan artikel 3:3 Awb. Gelet op deze uitspraak raden wij decentrale overheden aan om in hun subsidieregelingen na te gaan of het doel van de subsidie duidelijk is en dit doel in acht is genomen bij het formuleren van subsidieverplichtingen en weigeringsgronden.

Team

Related news

09.08.2019 NL law
Bedrijfsgrootte is van invloed op de hoogte van de Arboboete: bij parttimers lagere boetes

Short Reads - Op 7 november 2018 deed de Afdeling een voor de praktijk van arboboetes belangrijke (eind)uitspraak. Zij bepaalt dat bij het bepalen van de omvang van een bedrijf of instelling onderscheid gemaakt dient te worden tussen een fulltime of parttime dienstverband. Die omvang wordt bepaald door uit te gaan van het totaal aantal medewerkers in een bedrijf of instelling op basis van een fulltime werkweek van 38 uur. Dat betekent dat afhankelijk van het aantal parttimers en de duur van hun dienstverband lagere Arboboetes zullen worden opgelegd.

Read more

14.08.2019 NL law
Wijziging Arbowetgeving in aantocht: tegengaan arbeidsmarktdiscriminatie bij werving en selectie

Short Reads - In haar kamerbrief van 11 juli 2019 heeft Staatssecretaris Van Ark van SZW aangekondigd dat zij na de zomer van 2019 een wetsvoorstel aan de Raad van State wil aanbieden dat ten doel heeft om arbeidsmarktdiscriminatie tegen te gaan. Dit voorstel heeft gevolgen voor het wervings- en selectieproces van werkgevers én voor partijen zoals wervings- en selectiebureaus en online platforms die dergelijke diensten verlenen aan werkgevers. Daartoe zullen de Arbeidsomstandighedenwet en de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs naar verwachting worden gewijzigd.

Read more

08.08.2019 NL law
De fipronil-crisis: volgens de rechtbank handelde de NVWA als toezichthouder niet onrechtmatig

Short Reads - Op 10 juli 2019 heeft de Rechtbank Den Haag geoordeeld dat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit ("NVWA") niet onrechtmatig heeft gehandeld tegenover pluimveehouders naar aanleiding van de fipronil-crisis (ECLI:NL:RBDHA:2019:6810). Er is, aldus de rechtbank, geen sprake van falend toezicht of van een schending van een waarschuwingsplicht.

Read more

13.08.2019 NL law
Exit willekeursluis: een nieuwe rechterlijke toetsing van algemeen verbindende voorschriften

Short Reads - Met ingang van 1 juli 2019 geldt er een nieuwe maatstaf voor de rechterlijke toetsing van algemeen verbindende voorschriften ("avv's"). De (bestuurs)rechter laat met de '1 juli-uitspraken' van de Centrale Raad van Beroep (die zijn afgestemd met de andere hoogste rechterlijke colleges) definitief de terughoudende zogenaamde 'willekeursluis' uit het klassieke Landbouwvliegers-arrest los. Als de rechtmatigheid van een avv aan de orde is, zal de rechter dit avv voortaan intensiever en kritischer toetsen aan algemene rechtsbeginselen.

Read more

07.08.2019 NL law
Bezwaar gemeente niet-ontvankelijk als bezwaarschrift niet is ingediend door de burgemeester

Short Reads - De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde in een meervoudige-kameruitspraak van 12 juni 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1894) dat het bezwaar van een gemeente niet ontvankelijk is als het bezwaarschrift niet namens de gemeente is ingediend door de burgemeester, maar door het college van burgemeester en wethouders (b&w).

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring