Short Reads

Afdeling bestuursrechtspraak staat administratieverplichtingen in planvoorschriften van bestemmingsplan toe als deze ruimtelijk relevant zijn

Afdeling bestuursrechtspraak staat administratieverplichtingen in plan

Afdeling bestuursrechtspraak staat administratieverplichtingen in planvoorschriften van bestemmingsplan toe als deze ruimtelijk relevant zijn

25.10.2017 NL law

In een uitspraak van 16 augustus 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:2193) acht de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: "Afdeling") een planregel die bedrijven verplicht het aantal vrachtwagentransporten bij te houden aanvaardbaar. Dat is opvallend, gelet op een uitspraak van 18 december 2002 (ECLI:NL:RVS:2002:AF2122) waarin de Afdeling oordeelde dat een voorschrift dat ziet op het aantal personen dat in een kantoor werkzaam mag zijn niet thuishoort in een bestemmingsplan.

Planregel die voortkomt uit LPG-Besluit is niet ruimtelijk relevant

In deze zaak ging het om een bouwvergunning voor het oprichten van een kantoorgebouw naast een al aanwezig LPG-vulpunt. Aan deze bouwvergunning was de voorwaarde verbonden dat in het gebouw niet meer dan 50 personen werkzaam zijn. Reden hiervoor was het Besluit LPG-tankstations milieubeheer ("LPG-Besluit"), dat bepaalde dat een afstand van 80 meter geldt bij een kantoor dat is bestemd voor meer dan 50 personen. Het LPG-Besluit is inmiddels opgenomen in het Activiteitenbesluit milieubeheer ("Activiteitenbesluit").

Bij uitspraak van 18 december 2002 oordeelt de Afdeling dat het college de voorwaarde niet aan de vergunning had mogen verbinden, omdat het LPG-Besluit geen regels bevat krachtens welke de bouwvergunning is verleend en waaraan het bouwplan moet voldoen. Daarnaast overweegt de Afdeling dat artikel 10, eerste lid, van de Wet op de ruimtelijke ordening ("WRO")(oud) geen grondslag biedt voor het opnemen van een dergelijk voorschrift in een bestemmingsplan, omdat het voorschrift primair is ingegeven door een milieuvoorschrift uit het LPG-Besluit en met name op het LPG-vulpunt ziet. Dit leidt ertoe dat het voorschrift ook niet als voorwaarde aan een vrijstelling als bedoeld in artikel 19 WRO kan worden verbonden.

Uit artikel 10, eerste lid, WRO volgt, net zoals uit het huidige artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening ("Wro") dat een planregel ruimtelijk relevant  moet zijn. Een planregel die primair is ingegeven door het LPG-Besluit is naar het oordeel van de Afdeling, kennelijk niet ruimtelijk relevant.

Planregel die voortkomt uit milieuvergunning is wel ruimtelijk relevant

Tussenuitspraak (ECLI:NL:RVS:2016:1354)

In deze zaak ging het om een planregel in een bestemmingsplan die het aantal vrachtwagentransporten beperkt. De beperking was ingegeven door de milieuvergunning van een stortplaats die zich binnen dit bestemmingsplan bevond, waarin eenzelfde voorschrift was opgenomen.

De vraag is of artikel 3.1 Wro hiervoor grondslag biedt. Omdat vrachtwagentransporten gevolgen hebben voor onder meer woon- en leefklimaat, verkeersveiligheid, milieu, volksgezondheid en natuur en de raad met de planregel heeft beoogd de nadelige gevolgen vanuit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening voor de omgeving tot een aanvaardbaar niveau te beperken, acht de Afdeling deze planregel aanvaardbaar. In de omgeving bevinden zich immers een recreatiegebied, een Natura 2000-gebied en een woonwijk.

Om de planregel met betrekking tot de transportbewegingen te kunnen handhaven stelt de raad dat de gebruikers van de gronden met de desbetreffende bestemming een administratie van de transportbewegingen moeten bijhouden. De Afdeling oordeelt dat de raad niet inzichtelijk heeft gemaakt hoe de normen voor transportbewegingen kunnen worden gecontroleerd en hoe, in geval van een geconstateerde overtreding ervan, tot handhaving zal worden overgegaan. In deze tussenuitspraak draagt de Afdeling de raad daarom op om te motiveren hoe de planregel kan worden gehandhaafd en zo nodig een andere planregeling vast te stellen.

Einduitspraak (ECLI:NL:RVS:2017:2193)

Naar aanleiding van de tussenuitspraak van 18 mei 2016 heeft de raad het bestemmingsplan gewijzigd en een planregel toegevoegd, waarin bedrijven worden verplicht een administratie bij te houden van het jaarlijkse aantal vrachtwagentransporten. Bij uitspraak van 16 augustus 2017 oordeelt de Afdeling dat de raad deze planregel ruimtelijk relevant en in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening heeft kunnen vinden in verband met de handhaafbaarheid van de planregeling inzake het maximaal aantal toegestane vrachtwagentransporten.

Observaties

Op 1 januari 2008 hebben twaalf Algemene Maatregelen van Bestuur, waaronder het LPG-Besluit, plaatsgemaakt voor één besluit: het Activiteitenbesluit. Aanleiding hiervoor was onder meer de wens om de vergunningplicht voor een groot aantal gevallen te laten vervallen en het verminderen van de meet-, registratie- en onderzoeksverplichtingen (Nota van Toelichting Stb. 2007, 415). Veel van de voorschriften die in het Activiteitenbesluit zijn vervat, zijn afgeleid van algemeen toegepaste vergunningvoorschriften.

In dat licht vinden wij het opvallend, dat de Afdeling in 2002 oordeelde dat een planregel die was ingegeven door het LPG-Besluit niet ruimtelijk relevant was, terwijl een planregel die voortkwam uit een milieuvergunning in 2016 wel ruimtelijk relevant werd geacht. Zelfs het opleggen van administratieverplichtingen via een planregel, was blijkens de einduitspraak uit 2017 toegestaan. Dit terwijl het uitzonderlijk is dat monitoringsverplichtingen of administratieverplichtingen in een bestemmingsplan worden opgenomen. Een dergelijke verplichting wordt veel eerder als vergunningvoorschrift opgenomen (zie bijvoorbeeld ECLI:NL:RVS:2016:1228).

Wij merken daarbij op dat mogelijk relevant is dat de raad in het laatste geval uitdrukkelijk had toegelicht, dat hij met de planregel beoogde de nadelige gevolgen voor de omgeving tot een aanvaardbaar niveau te beperken, terwijl bij het voorschrift ingegeven door het LPG-Besluit een onderbouwing met ruimtelijk relevante argumenten ontbrak. In gelijke zin achtte de Afdeling een planregel,  die zag op het maximum aantal bewoners dat aanwezig mag zijn in een pand dat bestemd was voor kamerverhuur, wel ruimtelijk relevant vanwege geluidsoverlast en parkeerdruk (ABRvS 16 maart 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP7814).

Bovendien waren de voorschriften in de uitspraak uit 2002 al gewaarborgd via het LPG-Besluit, terwijl de beperkte vrachtwagenbewegingen slechts via een omgevingsvergunning waren opgelegd aan de stortplaats en niet aan andere, nog te realiseren, bedrijven. Het bestemmingsplan voorziet namelijk in de ontwikkeling van nieuwe bedrijvigheid. Het opnemen van een beperking van het aantal transportbewegingen en een administratieverplichting is, bij gebrek aan een wettelijke norm, ruimtelijk relevant en aanvaardbaar.

Deze jurisprudentie laat eens te meer zien dat gemeenteraden veel ruimte krijgen voor het formuleren van bestemmingsplanregels, waaronder dus ook administratieverplichtingen die normaal gesproken in vergunningvoorschriften worden opgenomen. Als een planregel is onderbouwd met ruimtelijk relevante argumenten, dan valt het al snel binnen de reikwijdte van een "goede ruimtelijke ordening" en is het aanvaardbaar. Deze ruime mogelijkheden passen ook binnen de doelstellingen van de Omgevingswet.

Team

Related news

20.10.2021 NL law
FAQ: What will change with the entry into force of the Woo compared to the Wob? An update

Short Reads - The Open Government Act (“Woo”) is to replace the Government Information (Public Access) Act (“Wob”). The Woo initiative proposal was passed in the Dutch House of Representatives in 2016; see our earlier Stibbeblog. However, the impact analysis that followed showed that the Woo as proposed was potentially impracticable for local governments. This led to amendments to the bill, which was passed by the House of Representatives on 26 January 2021. 

Read more

13.10.2021 NL law
FAQ: Hoe een begrip uit te leggen als een definitie of andere uitleg ervan in de wettelijke regeling ontbreekt?

Short Reads - Hoe een begrip uit te leggen als een definitie of andere uitleg ervan in de wettelijke regeling ontbreekt? Deze vraag komt meer dan eens aan de orde in geschillen en procedures. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beantwoordt deze vraag onder meer in een uitspraak over pleziervaartuigen en woonschepen in de jachthaven te Kaag (25 augustus 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1897).

Read more

20.10.2021 NL law
FAQ: Wat verandert er met de inwerkingtreding van de Woo ten opzichte van de Wob? Een update

Short Reads - De wet open overheid (“Woo”) moet de Wet openbaarheid van bestuur (“Wob”) vervangen. Al in 2016 is het initiatiefvoorstel van de Woo aangenomen in de Tweede Kamer. Hierover kon u eerder een Stibbeblog lezen. De impactanalyse die volgde toonde echter aan dat de Woo zoals voorgesteld mogelijk onuitvoerbaar was voor decentrale overheden. Dit heeft geleid tot wijzigingen in het wetsvoorstel dat op 26 januari 2021 door de Tweede Kamer is aangenomen. 

Read more

13.10.2021 NL law
De hardheidsclausule en ander maatwerk in het licht van de NOW

Short Reads - Uitzonderingen op de NOW zijn volgens de bestuursrechter niet mogelijk door het bewust ontbreken van een hardheidsclausule, maar worden door de minister in bepaalde gevallen wel toegestaan. In dit artikel bespreekt Sandra Putting welke mogelijkheden bestuursorganen en de bestuursrechter hebben om maatwerk te bieden en wordt aan de hand van drie geschilpunten over de NOW beoordeeld hoe die mogelijkheden zijn ingezet of beter hadden kunnen worden ingezet.

Read more

14.10.2021 NL law
Termijn voor het indienen vaststellingsaanvraag NOW-1 loopt af op 31 oktober 2021: strategische handreikingen en juridische aanbevelingen

Short Reads - Op 31 oktober 2021 is het de laatste dag waarop de vaststellingsaanvragen van de NOW-1 subsidie kunnen worden ingediend. Veel werkgevers hebben deze aanvraag al ingediend (en al een vaststellingsbesluit ontvangen) maar ook een aanzienlijk deel van de vaststellingsaanvragen moet nog door het UWV worden ontvangen (zie de Kamerbrief van 20 september 2021). 

Read more

07.10.2021 NL law
Intrekking van natuurvergunningen en de praktijk: de stand van zaken en de rol van significantie van eventuele effecten

Short Reads - Onherroepelijke natuurvergunningen lijken anno 2021 geen rustig bezit meer te zijn. Bij provincies liggen op dit moment verzoeken voor om tot intrekking van (onherroepelijke) natuurvergunningen over te gaan. Intrekking zou een noodzakelijke passende maatregel zijn ter uitvoering van artikel 6, lid 2 Habitatrichtlijn. Jurisprudentie geeft inmiddels enige duidelijkheid. Maar de praktijk blijkt weerbarstig en laat zien dat de nodige vragen onbeantwoord blijven. In dit blog bespreken wij de stand van zaken.

Read more