Articles

Brussel hertekent stedenbouwkundig landschap (DEEL 1: PLANOLOGIE)

Brussel hertekent stedenbouwkundig landschap (DEEL 1: PLANOLOGIE)

Brussel hertekent stedenbouwkundig landschap (DEEL 1: PLANOLOGIE)

03.11.2017

Met een grondige facelift van de bestaande regels in het Brussels Wetboek Ruimtelijke Ordening (BWRO), wil het Brussels Gewest projectontwikkeling flexibeler maken en sneller doen vooruitgaan. Het Brussels parlement heeft de hervorming van het BWRO op 13 oktober 2017 goedgekeurd. 

Een aantal nieuwigheden lijken overgewaaid uit de Brusselse regels inzake milieuvergunningen en uit het Vlaamse Gewest.

Hierna een overzicht van hetgeen u zeker niet mag missen.

Deze week:

DEEL 1. PLANOLOGIE

1. Introductie van het 'richtplan van aanleg'

De BWRO krijgt er een planologisch instrument bij: het "richtplan van aanleg" of RPA.

Een richtschema is al bekend in de context van het gewestelijk ontwikkelingsplan. Het heeft een indicatieve, niet-bindende waarde.

Met een RPA wijzigt deze systematiek evenwel. Hoewel een RPA de principiële indicatieve waarde van een richtschema zal bewaren, kan de Brusselse regering, aan bepaalde delen van het RPA verordenende waarde toekennen bij de goedkeuring ervan. De doelstelling van een RPA is immers om grote principes uit te zetten voor strategische zones.

Het RPA staat relatief gezien erg hoog in de hiërarchie. Zo primeert het bijvoorbeeld op alle gemeentelijke planologische instrumenten en heeft het er, in geval van tegenstrijdigheden, voorrang op.

Door zijn verordenende waarde, kan het RPA afwijken van:

  • de bijzondere bestemmingsplannen;
  • de gewestelijke stedenbouwkundige verordening; 
  • de gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen;
  • de (strijdige) voorschriften van verkavelingsvergunningen. 

Het RPA blijkt dus een machtig instrument in handen van de gewestregering, omdat het als het ware toelaat om verschillende stappen over te slaan. Het is bovendien op het volledige grondgebied van het gewest inzetbaar.

Tegelijk is de waarde ervan niet te overschatten: objectief gezien slorpt het instrument een aantal planologische instrumenten op die ook vandaag al tot de gewestbevoegdheid behoren, meer niet.

2. Minder verplichte inhoud in bijzonder bestemmingsplan

De lijst met verplichte inhoud van een bijzonder bestemmingsplan (BBP) wordt te star ervaren. Het is de bedoeling om in de toekomst "op maat" te werken.

De verplicht te vermelden inhoud van een BBP blijft voortaan beperkt tot:

  • de bestaande feitelijke en rechtstoestand relevant voor het BBP;
  • de bestemming van de verschillende gebieden en de voorschriften die erop betrekking hebben.

De volgende voorschriften zullen daarentegen voortaan facultatief zijn in een BBP:

  • het tracé en de maatregelen van aanleg van de verkeerswegen ;
  • de plaatsing en de omvang van de bouwwerken ;
  • de esthetische aard van de bouwwerken en hun omgeving, met inbegrip van hun landschappelijke en erfgoedkundige kwaliteiten ;
  • de regels betreffende de inrichting, bouw en renovatie bedoeld om de milieubalans van de beoogde perimeter te verbeteren ;
  • de toegelaten huisvestingscategorieën.

Facultatief worden ook:

  • een onteigeningsplan;
  • een voorkoopperimeter; 
  • een rooiplan;
  • een fasering van de toepasbaarheid van bepaalde voorschriften;
  • een mechanisme van stimuli of premies;
  • een uitvoeringsplan;
  • de omvang en de bestemming van de stedenbouwkundige lasten.

In de facultatieve lijst valt vooral de fasering op, een mogelijkheid die niet verwondert in het licht van rechtspraak van de Raad van State over bestemmingsvoorschriften.

Het gewest zal voorts de opmaak van een BBP niet meer aan een gemeente kunnen opleggen. 

3. Het systeem van stedenbouwkundige verordeningen wijzigt

De gewijzigde BWRO voorziet vier soorten stedenbouwkundige verordeningen:

  • op gewestelijk niveau:
    • voor het gehele gewestelijke grondgebied: de gewestelijke stedenbouwkundige verordening of GSV
    • voor een deel van het gewestelijke grondgebied: "zonale" gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen 
  • op gemeentelijk niveau:
    • voor een bepaalde materie die niet gewestelijk is geregeld: specifieke gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen;
    • voor een deel van de gemeente (mag afwijken van GSV): "zonale" gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen.

Bovendien verdwijnen de oude algemene gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen uit de hiërarchie van de ruimtelijke ordeningsinstrumenten van het BWRO. Vaak dateren deze algemene verordeningen immers nog van de jaren '30 of '40.

Enkel voor de gemeente Evere en Schaarbeek geldt (tijdelijk) een uitzondering: vermits hun gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen van recentere datum zijn, mogen zij behouden blijven tot wanneer een nieuwe GSV in werking treedt.

4. Deels uitgestelde inwerkingtreding

Ten slotte is te wijzen op de overgangsregels. De ordonnantie beoogt slechts op het vlak van de planologie snel in werking te treden (10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad).

De hervorming op het projectniveau (vergunningsaanvragen, effectenstudies en -verslagen, etc.), krijgt uitstel van inwerkingtreding.

 

VOLGENDE WEEK: DEEL 2. VERGUNNINGEN

Team

Related news

20.10.2021 NL law
FAQ: What will change with the entry into force of the Woo compared to the Wob? An update

Short Reads - The Open Government Act (“Woo”) is to replace the Government Information (Public Access) Act (“Wob”). The Woo initiative proposal was passed in the Dutch House of Representatives in 2016; see our earlier Stibbeblog. However, the impact analysis that followed showed that the Woo as proposed was potentially impracticable for local governments. This led to amendments to the bill, which was passed by the House of Representatives on 26 January 2021. 

Read more

13.10.2021 NL law
FAQ: Hoe een begrip uit te leggen als een definitie of andere uitleg ervan in de wettelijke regeling ontbreekt?

Short Reads - Hoe een begrip uit te leggen als een definitie of andere uitleg ervan in de wettelijke regeling ontbreekt? Deze vraag komt meer dan eens aan de orde in geschillen en procedures. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beantwoordt deze vraag onder meer in een uitspraak over pleziervaartuigen en woonschepen in de jachthaven te Kaag (25 augustus 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1897).

Read more

20.10.2021 NL law
FAQ: Wat verandert er met de inwerkingtreding van de Woo ten opzichte van de Wob? Een update

Short Reads - De wet open overheid (“Woo”) moet de Wet openbaarheid van bestuur (“Wob”) vervangen. Al in 2016 is het initiatiefvoorstel van de Woo aangenomen in de Tweede Kamer. Hierover kon u eerder een Stibbeblog lezen. De impactanalyse die volgde toonde echter aan dat de Woo zoals voorgesteld mogelijk onuitvoerbaar was voor decentrale overheden. Dit heeft geleid tot wijzigingen in het wetsvoorstel dat op 26 januari 2021 door de Tweede Kamer is aangenomen. 

Read more

13.10.2021 NL law
De hardheidsclausule en ander maatwerk in het licht van de NOW

Short Reads - Uitzonderingen op de NOW zijn volgens de bestuursrechter niet mogelijk door het bewust ontbreken van een hardheidsclausule, maar worden door de minister in bepaalde gevallen wel toegestaan. In dit artikel bespreekt Sandra Putting welke mogelijkheden bestuursorganen en de bestuursrechter hebben om maatwerk te bieden en wordt aan de hand van drie geschilpunten over de NOW beoordeeld hoe die mogelijkheden zijn ingezet of beter hadden kunnen worden ingezet.

Read more

14.10.2021 NL law
Termijn voor het indienen vaststellingsaanvraag NOW-1 loopt af op 31 oktober 2021: strategische handreikingen en juridische aanbevelingen

Short Reads - Op 31 oktober 2021 is het de laatste dag waarop de vaststellingsaanvragen van de NOW-1 subsidie kunnen worden ingediend. Veel werkgevers hebben deze aanvraag al ingediend (en al een vaststellingsbesluit ontvangen) maar ook een aanzienlijk deel van de vaststellingsaanvragen moet nog door het UWV worden ontvangen (zie de Kamerbrief van 20 september 2021). 

Read more