Articles

Verplichte toegang tot breedbandinternet als stedenbouwkundige verplichting: quo vadis?

Verplichte toegang tot breedbandinternet als stedenbouwkundige eis

Verplichte toegang tot breedbandinternet als stedenbouwkundige verplichting: quo vadis?

23.05.2017 BE law

Deze blog onderzoekt het toepassingsgebied van de verplichtingen (en eventuele vrijstellingen) uit de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake breedband. Ook de praktische kant van de zaak komt aan bod: hoe moet hiermee in een vergunningsaanvraag worden omgegaan? Tenslotte worden enkele bedenkingen gemaakt of deze verplichtingen - gelet op hun uiterst geringe stedenbouwkundige impact - wel thuis horen in het domein van de ruimtelijke ordening.

Europese verplichting omgezet in gewestelijke stedenbouwkundige ordening: aanleiding en stand van zaken

Op 28 april 2017 keurde de Vlaamse regering, op voorstel van minister Joke Schauvliege, de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake breedband opnieuw principieel goed.

Deze gewestelijke stedenbouwkundige verordening voorziet in de (gedeeltelijke) omzetting van artikel 8 van richtlijn 2014/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake maatregelen ter verlaging van de kosten van de aanleg van elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid.

Richtlijn 2014/61/EU beoogt om de uitrol van elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid te vergemakkelijken en te stimuleren door het gezamenlijk gebruik van bestaande fysieke infrastructuur te bevorderen en de efficiëntere aanleg van nieuwe fysieke infrastructuur mogelijk te maken, zodat deze netwerken tegen lagere kosten kunnen worden uitgerold.

De gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake breedband beoogt deze verplichting om in de Vlaamse rechtsorde om te zetten. Over de gewestelijke stedenbouwkundige verordening wordt thans het advies van de Raad van State ingewonnen.

Welke gebouwen zijn uit te rusten?

Volgende gebouwen vallen als volgt onder de toepassing van de gewestelijke verordening:

  • alle recent opgetrokken gebouwen op de locatie van de eindgebruiker, met inbegrip van elementen daarvan in gezamenlijke eigendom, waarvoor na 31 december 2016 aanvragen voor stedenbouwkundige vergunningen of omgevingsvergunningen voor stedenbouwkundige handelingen zijn ingediend dan wel meldingen zijn verricht, worden uitgerust met een voor hoge snelheid bestemde fysieke binnenhuisinfrastructuur tot de netwerkaansluitpunten.
    Deze verplichting geldt ook in geval van “belangrijke renovatiewerken” waarvoor vergunningsaanvragen zijn ingediend of meldingen zijn verricht na 31 december 2016. Onder “belangrijke renovatiewerken” wordt verstaan de bouwwerkzaamheden of civieltechnische werken op de locatie van de eindgebruiker die de gehele fysieke binnenhuisinfrastructuur of een aanzienlijk deel daarvan structureel wijzigen, en waarvoor een stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of een meldingsakte is vereist;
  • alle recent opgetrokken meergezinswoningen waarvoor aanvragen voor stedenbouwkundige vergunningen of omgevingsvergunningen voor stedenbouwkundige handelingen zijn ingediend dan wel meldingen zijn verricht na 31 december 2016, worden in of buiten het gebouw uitgerust met een toegangspunt.
    Deze verplichting geldt ook in geval van belangrijke renovatiewerken voor meergezinswoningen waarvoor na 31 december 2016 vergunningsaanvragen zijn ingediend of meldingen zijn verricht.

Zijn er vrijstellingen?

De volgende gebouwen worden van deze verplichtingen in elk geval vrijgesteld:

  1. bijgebouwen;
  2. gebouwen met een militaire functie;
  3. niet-verplaatsbare toeristische verblijven.

De volgende gebouwen worden vrijgesteld van de verplichtingen voor zover de gebouwen niet toegankelijk zijn voor het publiek:

  1. gebouwen met de functie gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen;
  2. gebouwen met de functie industrie en bedrijvigheid in de ruime zin of met de functie land- en tuinbouw in de ruime zin, met uitzondering van de bedrijfswoning;
  3. beschermde monumenten, met uitzondering van beschermde gebouwen met de functie wonen.

Hoe moet u hiermee in een aanvraag omgaan?

Uit de nota aan de Vlaamse regering blijkt dat het niet nodig zou zijn dat de informatie over breedband aangegeven wordt op de bouwplannen. Richtlijn 2014/61/EU en de gewestelijke stedenbouwkundige verordening leggen dit niet op. De eis dat gebouwen "breedbandklaar" moeten worden gebouwd, zou dan gelden uit kracht van deze verordening, ongeacht of de vergunningverlenende overheid hier enig nazicht aan koppelt of zonder dat ze het als voorwaarde aan de vergunning koppelt.

De vraag rijst dan ook hoe hiermee überhaupt in een vergunningsaanvraag moet worden omgaan. Dit is vooralsnog tasten in het duister. Veiligheidshalve zal het minstens aangewezen zijn om in de beschrijvende nota bij de aanvraag te vermelden dat aan deze gewestelijke stedenbouwkundige verordening zal worden voldaan en de vergunningverlenende overheid legt dit dan ook best als vergunningsvoorwaarde op. Dit beperkt later alvast discussie hierover.

Hoort dit wel thuis in het domein van de ruimtelijke ordening?

De rechtsgrond voor deze gewestelijk stedenbouwkundige verordening steunt zich op artikel 2.3.1, 4° VCRO, op basis waarvan de Vlaamse regering gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen kan vaststellen voor een deel van of voor het hele Gewest voor de aanleg van voorzieningen, met name de water-, gas- en elektriciteitsvoorziening, de verwarming, de telecommunicatie, de opvang van afvalwater en regenwater, de afvalophaling en de windmolens.

Het is helder dat de band met de ruimtelijke ordening echter heel beperkt is. De kritiek van de Strategische Adviesraad SARO hierop was ons inziens dan ook terecht: de stedenbouwkundige impact van fysieke binnenhuisinfrastructuren en toegangspunten voor breedband is erg beperkt of zelfs onbestaande. Zowel het installeren als het keuren van de infrastructuren zijn eerder technische aangelegenheden. Bovendien moeten de vereiste informatie blijkbaar niet op de bouwplannen worden aangegeven.

Ook blijft de vraag of zoiets wel in de ruimtelijke ordening thuishoort pertinent: wat zal de volgende stap zijn?

De beperkte (breed)band met de ruimtelijke ordening wordt ook door Vlaamse regering niet ontkend. De Vlaamse regering blijkt hieromtrent tevergeefs om een initiatief van de federale overheid te hebben verzocht. De Richtlijn 2014/61/EU van 15 mei 2014 verplichtte evenwel de omzetting in nationale wetgeving tegen 1 januari  2016 (met toepassing ervan vanaf 1 juli 2016). Die datum werd niet gehaald en op 23 maart 2016 werd dan ook een inbreukdossier door de Europese Commissie tegen België opgestart wegens de laattijdige omzetting van Richtlijn 2014/61/EU. Deze laatste vaststelling verklaart naar alle waarschijnlijkheid de keuze om deze verplichting relatief “last minute” in een gewestelijke stedenbouwkundige verordening te gieten in plaats van voor een meer logische keuze (bijvoorbeeld een decretaal initiatief, gelet op een noodzaak van rechtsgrond) met corresponderend uitvoeringsbesluit te kiezen. 

Het valt af te wachten wat de afdeling Wetgeving van de Raad van State hierover te zeggen heeft. De afdeling is nu immers aan zet om de teksten van commentaar te voorzien. Pas daarna zal de Vlaamse regering de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake breedband definitief goedkeuren.

Aarzel niet ons te contacteren indien u hierover verdere vragen heeft.

 

 

Alle rechten voorbehouden. De inhoud van deze publicatie werd zo nauwkeurig mogelijk samengesteld. Wij kunnen echter geen enkele garantie bieden over de nauwkeurigheid en volledigheid van de informatie die deze publicatie bevat. De in deze publicatie behandelde onderwerpen werden enkel en alleen voor informatieve doeleinden voorbereid en ter beschikking gesteld door Stibbe. Ze bevat geen juridisch of andersoortig professioneel advies en lezers mogen geen actie ondernemen op basis van de informatie in deze publicatie zonder voorafgaandelijk een raadsman te hebben geconsulteerd. Stibbe is niet aansprakelijk voor eventuele acties of beslissingen die door de lezer zijn genomen na lezen van de publicatie. Het raadplegen van deze publicatie doet geenszins een advocaat-cliënt-relatie tussen Stibbe en de lezer ontstaan. Deze publicatie dient enkel voor persoonlijk gebruik. Elk ander gebruik is verboden.

Team

Related news

14.08.2019 BE law
Verklaring van openbaar nut is geen "project" in de zin van de MER-regelgeving

Articles - In een recent arrest bevestigt de Raad van State dat "verklaringen van openbaar nut", bedoeld in artikel 10 van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen niet onder het begrip "project" uit de project-MER-regelgeving valt. Of hetzelfde geldt voor elk type gelijkaardige administratieve toelating, is daarmee evenwel nog niet gezegd. Niettemin geeft de Raad met zijn arrest een belangrijk signaal dat niet elke mogelijke toelating onder de project-MER-regelgeving valt.

Read more

14.08.2019 NL law
Wijziging Arbowetgeving in aantocht: tegengaan arbeidsmarktdiscriminatie bij werving en selectie

Short Reads - In haar kamerbrief van 11 juli 2019 heeft Staatssecretaris Van Ark van SZW aangekondigd dat zij na de zomer van 2019 een wetsvoorstel aan de Raad van State wil aanbieden dat ten doel heeft om arbeidsmarktdiscriminatie tegen te gaan. Dit voorstel heeft gevolgen voor het wervings- en selectieproces van werkgevers én voor partijen zoals wervings- en selectiebureaus en online platforms die dergelijke diensten verlenen aan werkgevers. Daartoe zullen de Arbeidsomstandighedenwet en de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs naar verwachting worden gewijzigd.

Read more

13.08.2019 NL law
Exit willekeursluis: een nieuwe rechterlijke toetsing van algemeen verbindende voorschriften

Short Reads - Met ingang van 1 juli 2019 geldt er een nieuwe maatstaf voor de rechterlijke toetsing van algemeen verbindende voorschriften ("avv's"). De (bestuurs)rechter laat met de '1 juli-uitspraken' van de Centrale Raad van Beroep (die zijn afgestemd met de andere hoogste rechterlijke colleges) definitief de terughoudende zogenaamde 'willekeursluis' uit het klassieke Landbouwvliegers-arrest los. Als de rechtmatigheid van een avv aan de orde is, zal de rechter dit avv voortaan intensiever en kritischer toetsen aan algemene rechtsbeginselen.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring