Short Reads

Uber alleen een bemiddelingsdienst, of gewoon een taxi business?

Uber alleen een bemiddelingsdienst, of gewoon een taxi business?

Uber alleen een bemiddelingsdienst, of gewoon een taxi business?

29.05.2017 NL law

De nieuwe economie met platforms als Airbnb en Uber biedt legio zegeningen. Tegelijkertijd doet de vraag zich voor hoe de wetgever deze economie kan reguleren om het publieke belang te waarborgen.

Deze vraag heeft advocaat-generaal ("AG") Szpunar op 11 mei 2017 deels beantwoord. Hij adviseert het Hof van Justitie ("HvJ") om het elektronische platform Uber als een vervoersdienst aan te duiden. Daardoor kan Uber volgens de AG geen beroep op doen op het vrije verkeer van diensten. Het Europees recht verbiedt dan nationale overheden in principe niet om de diensten van Uber te onderwerpen aan een vergunningsplicht of andere voorschriften.

Uber en aanleiding voor advies AG

Uber is een platform waarmee via een smartphone een taxi kan worden besteld. Dit programma koppelt chauffeurs en consumenten aan elkaar. De consumenten kunnen een chauffeur bestellen via het programma dat vervolgens beschikbare chauffeurs vindt. Als een chauffeur een rit accepteert krijgt de consument het profiel van de chauffeur te zien plus een prijsindicatie.

De aanleiding voor het advies van de AG vormt een rechtszaak die een Spaanse beroepsorganisatie voor taxichauffeurs heeft aangespannen tegen de Spaanse vennootschap Uber System Spain. Centraal staat daarin de stelling dat deze vennootschap door het gebruik van UberPop – een versie van Uber die gebruik maakt van niet-professionele chauffeurs – zich schuldig maakt aan oneerlijke concurrentie omdat UberPop en zijn chauffeurs niet over de door de stad Barcelona vereiste vergunningen beschikken.

Rechtsvraag: kan Uber een beroep doen op het vrije verkeer van diensten?

Tijdens de behandeling van deze rechtszaak concludeert de Spaanse rechter dat verschillende interpretatievragen over het Europees recht eerst beantwoord dienen te worden om het geschil tussen de beroepsorganisatie voor taxichauffeurs en Uber System Spain te kunnen beslechten. De Spaanse rechter stelt daarom aan het HvJ prejudiciële vragen die – kortgezegd – de aard van Uber betreffen. Kwalificeert dit, zo vraagt de Spaanse rechter kortgezegd, als een dienst van de informatiemaatschappij of is het een vervoersdienst?

In het eerste geval valt het onder de reikwijdte van het vrije verkeer van diensten met als gevolg dat eventuele vergunningsverplichtingen van de stad Barcelona onrechtmatig kunnen zijn. In het tweede geval kan Uber geen beroep doen op het vrije verkeer van diensten en staat het overheden vrij om het te reguleren.

Conclusie van AG Szpunar

Volgens de AG is Uber een "gemengde dienst" omdat een deel daarvan langs elektronische weg gerealiseerd wordt en het andere deel (vervoer van consumenten) per definitie niet. Een dergelijke dienst kan vallen onder het begrip dienst van de informatiemaatschappij onder de volgende voorwaarden:

  • het elektronische deel van de dienst is onafhankelijk van de niet langs elektronische deel te verrichten dienst. Dit bijvoorbeeld het geval bij de bemiddelingsplatforms voor het kopen en vliegtickets; of
  • als beide delen (elektronisch en niet-elektronisch) onlosmakelijk verbonden zijn, omdat dezelfde dienstverrichter deze uitvoert , of een beslissende invloed uitoefent op de omstandigheden waaronder de dienst verricht wordt. Vereist is daarbij dat dienst grotendeels via elektronische weg gerealiseerd wordt. Dit is bijvoorbeeld het geval bij online verkoop van goederen.

Bij (i) is het elektronische deel een bemiddelingsdienst: het is een manier om consumenten en ondernemingen met elkaar in contact te brengen zonder invloed uit te oefenen op de kwaliteit van de (niet-elektronische) dienst. Uber is volgens AG Szpunar niet een bemiddelingsdienst. De Uber-chauffeurs functioneren namelijk niet onafhankelijk van Uber dat via verschillende instrumenten controle uitoefent over belangrijke aspecten van de vervoersdienst zoals de ritprijs, de veiligheidsvoorschriften en de werktijden. De AG benadrukt in dit verband dat men zich niet moeten laten misleiden door het feit dat de relatie tussen Uber en de chauffeurs niet in een klassieke werknemer-werkgever-verhouding is vervat. De activiteiten van de chauffeurs kunnen volgens de AG ook niet losgezien worden van Uber.

Bij (ii) dient het elektronische deel de hoofdmoot van de dienst uitmaken. Dit is echter bij Uber niet het geval nu de nadruk ligt op het vervoer van passagiers volgens de AG.

AG Szpunar concludeert dat Uber als een vervoersdienst aangemerkt moet worden, waardoor de aanbieders van dit programma geen beroep kunnen doen op het vrij verkeer van diensten wanneer overheden hun activiteiten reguleren.

Tot slot

Indien het HvJ de conclusie van AG Szpunar overneemt, dan hebben overheden vanuit EU-perspectief min of meer de vrije hand om Uber aan dezelfde juridische vereisten te onderwerpen als conventionele taxibedrijven. Hierdoor bestaat een mogelijkheid om dit onderdeel van de nieuwe economie te reguleren om publieke belangen te waarborgen. Dit is nodig nu de nieuwe economie, zoals eerder in een NJB Vooraf aangegeven, niet mag ontaarden in een race to the bottom.

De zaak illustreert tevens dat ondernemers kans hebben indien zij bij de rechter opkomen tegen het gebrek aan regulering van de diensten van de nieuwe economie en het concurrentievervalsende element dat daarvan uitgaat.

Team

Related news

13.05.2020 NL law
Een klein jaar na de PAS-uitspraken: wanneer zijn stikstofrelevante activiteiten toelaatbaar?

Short Reads - Ontwikkelingen in de rechtspraak hebben niet stil gestaan sinds de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (‘Afdeling’) eind mei 2019 de bekende PAS-uitspraken deed. De Afdeling heeft in een aantal belangwekkende uitspraken enige lijnen uitgezet. In dit blogbericht zetten wij een aantal uitspraken op een rij. Daarbij richten wij ons op de vraag wanneer stikstofrelevante activiteiten na de PAS-uitspraken toelaatbaar zijn.

Read more

20.05.2020 NL law
Stibbe in Amsterdam answers questions from consumers, small business foundations and NGOs about the coronavirus [updated]

Inside Stibbe - In a special Q&A (in Dutch), lawyers from our Amsterdam office share their legal expertise and strive to provide answers to questions put to us by consumers, self-employed persons, enterprises large and small, foundations and NGOs as a result of the corona crisis.

Read more

13.05.2020 NL law
FAQ: bestuurlijk rechtsoordeel – de mogelijkheden tot bezwaar en beroep en de consequenties van een vernietiging

Short Reads - Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het besluitbegrip bepalend voor de toegang tot de bestuursrechter. Handelingen van bestuursorganen die geen besluit zijn, kunnen niet aan de bestuursrechter worden voorgelegd. Denk bijvoorbeeld aan het handelen van de overheid als contractspartij of het handelen van de overheid dat slechts feitelijk van aard is.

Read more

14.05.2020 NL law
Wijziging NOW: voorafgaande instemming over openbaarmaking in NOW op gespannen voet met de Awb en de Wob

Short Reads - Op 2 april 2020 is de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (“NOW”) in werking getreden. De regeling is snel tot stand gekomen als maatregel tegen de nadelige gevolgen van de corona-crisis. In de praktijk bleek dat de regeling onvolkomenheden bevat en wijzigingen en aanvullingen nodig zijn. Op 4 mei 2020 is een regeling tot wijziging van de NOW gepubliceerd in de Staatscourant.

Read more

13.05.2020 NL law
Bij zeer locatiespecifieke omstandigheden doorbreekt de goede ruimtelijke ordening het exclusieve toetsingskader van titel 5.2 Wet milieubeheer voor luchtkwaliteit

Short Reads - Titel 5.2 Wm bepaalt dat bij het nemen van een groot aantal ruimtelijke ordeningsbesluiten en besluiten tot verlening van omgevingsvergunningen voor milieu de grenswaarden opgenomen in bijlage 2 Wm in acht moeten worden genomen. Afgevraagd kan dan worden of bij het nemen van ruimtelijke ordeningsbesluiten, zoals de vaststelling van een bestemmingsplan, de goede ruimtelijke ordening (waaronder het aanvaardbaar woon- en leefklimaat) een aanvullende toets kan vergen als dat besluit voldoet aan titel 5.2 Wm.

Read more

This website uses cookies. Some of these cookies are essential for the technical functioning of our website and you cannot disable these cookies if you want to read our website. We also use functional cookies to ensure the website functions properly and analytical cookies to personalise content and to analyse our traffic. You can either accept or refuse these functional and analytical cookies.

Privacy – en cookieverklaring