Short Reads

Is onze rechtsstaat Trump-proof?

Is onze rechtsstaat Trump-proof?

Is onze rechtsstaat Trump-proof?

01.03.2017 NL law

Wat als een partij met een Trump-achtig (gebrek aan een) programma in het Nederlandse parlement een meerderheid zou behalen? Zou onze rechtsstaat daartegen bestand zijn? Dit soort ‘wat als-vragen’ zijn in de politieke arena niet populair. Het is echter van groot belang onze rechtsstaat zo nu en dan aan een dergelijke stresstest te onderwerpen (vgl. Brenninkmeijer NJB 2015/740).

Weliswaar hoeven we in Nederland niet direct te vrezen voor een wat als-scenario zoals in Roth’s Plot against America, waarin een antisemitische kandidaat in 1940 de Amerikaanse presidentsverkiezingen wint en de (wereld)geschiedenis radicaal anders doet verlopen. Evenmin is er een groot risico dat wij de komende periode terecht komen onder het regime van een autoritaire islamitische president zoals in de roman Soumission van Houellebecq.

Toch is er reden tot zorg. Ontwikkelingen in Hongarije en Polen laten zien hoe snel rechtsstatelijke waarden serieus in het gedrang kunnen komen wanneer autoritaire partijen in het parlement een meerderheid behalen. Turkije en de Verenigde Staten onder Trump bieden eveneens zorgwekkende voorbeelden.

En ook in ons eigen land zijn er concrete bedreigingen voor de rechtsstaat. Een recent onderzoek van de NOvA naar de rechtsstatelijkheid van de verkiezingsprogramma’s laat dat zien. Onder de titel De rechtsstaat, een quick scan worden diverse anti-rechtsstatelijke voorstellen in beeld gebracht. Deze variëren van een verbod op buitenlandse financiering van moskeeën (CDA) tot plannen om ‘criminelen’ met een dubbele nationaliteit te denaturaliseren (VNL), om geen immigranten uit islamitische landen toe te laten en de koran te verbieden (PVV), het toekennen van een geprivilegieerde positie aan het christelijk geloof (SGP), of om Nederlanders die zich aansluiten bij een terroristische organisatie desnoods stateloos te maken (VVD).

Kent onze rechtsstaat voldoende instrumenten om hieraan weerstand te bieden? Daarover hoeven we op het eerste gezicht niet te pessimistisch te zijn. Er zijn – in ieder geval in theorie – voldoende checks en balances. Om te beginnen kan daarbij worden gewezen op ons democratisch bestel dat in de regel dwingt tot coalitievorming. Positief daarbij is dat veel partijen in hun verkiezingsprogramma’s de waarde van de rechtsstaat benadrukken met een accent op discriminatiebestrijding en goede rechtspleging. Mocht het desalniettemin komen tot een meerderheid in de Tweede Kamer die anti-rechtsstatelijke maatregelen zou omarmen, dan kan er tegendruk komen van de Afdeling advisering van de Raad van State al dan niet in combinatie met kritische media. Dat zelfde geldt voor de Europese Unie die zelfs zou kunnen overgaan tot oplegging van sancties in de vorm van schorsing van het lidmaatschap (hoewel het de vraag is of dat door alle partijen als een sanctie zou worden ervaren). Afhankelijk van haar samenstelling kan de Eerste Kamer de invoering van anti-rechtsstatelijke wetgeving zelfs blokkeren, iets wat de hiervoor genoemde instituties niet kunnen. Uiteindelijk is het echter alleen de rechter die een democratische meerderheid echt – althans in juridische zin – zou kunnen tegenhouden, daarbij mogelijk gesteund door het EHRM.

Er zijn dus de nodige buffers maar er is evenmin reden om ons rijk te rekenen. Met een beroep op het primaat van de politiek is de positie van de instituties die tegendruk kunnen geven aan parlementaire meerderheden de afgelopen jaren namelijk zelf onder druk gekomen. Die druk zal toenemen als politici er niet meer voor schromen om op Trump-achtige wijze deze instituties via (sociale) media aan te vallen. Verder hebben zij in de regel, op de rechter na, geen blokkerende bevoegdheden. En juist de rechter verkeert in vergelijking met andere landen in een relatief zwakke positie, omdat hij formele wetten niet aan onze Grondwet mag toetsen maar moet uitwijken naar toetsing aan mensenrechtenverdragen zoals het EVRM. Dat is er mede debet aan dat de rechter zeer terughoudend is met ingrijpen in het wetgevingsproces. Als het zo ver komt dat een rechter tegenover een anti-rechtsstatelijke partij een grens moet markeren, stelt hij zich bovendien bloot aan het voor aanhangers van een dergelijke partij overtuigende verwijt dat hij een verlengstuk van ‘Europa’ is.

Ronduit gevaarlijk in dat opzicht is het voornemen van de VVD om de Grondwet zo aan te passen dat burgers zich bij de Nederlandse rechter zelfs niet meer kunnen beroepen op mensenrechtenverdragen en om de ‘rechterlijke interpretatie van mensenrechten’ terug te dringen. Als dat plan de eindstreep zou halen, zou er geen blokkerende tegenmacht meer overblijven. Gelukkig wordt de soep niet zo heet gegeten nu daarvoor een grondwetswijziging nodig is en daarmee eveneens een gekwalificeerde meerderheid in het parlement. Maar niets is zeker. Temeer niet omdat een eenvoudige meerderheid wel zou kunnen besluiten de zo belangrijke mensenrechtenverdragen op te zeggen, waarmee behalve de nationale rechter ook het EHRM uitgespeeld zou zijn.

Waar het dus op aankomt, is het actief verdedigen van de checks en balances van onze rechtsstaat. Tevens moet worden bezien of deze niet versterkt moeten worden (vgl. Venice Commission, Rule of Law Checklist, CDL-AD(2016)007). Het zou in dat opzicht belangrijk zijn als de staatscommissie parlementair stelsel een lans zou durven breken voor het creëren van de mogelijkheid formele wetten aan onze Grondwet te toetsen. Wat betreft de rechter is zijn kritische opstelling en volstrekt onafhankelijke inbedding cruciaal. Op dat vlak zijn verbeteringen denkbaar, onder meer terzake van de financiering van de rechterlijke macht. Daar spelen de betrokken departementen een opvallend grote rol met alle risico’s op politieke beïnvloeding van dien. Verder zou de rechterlijke benoemingsprocedure nog eens tegen het licht kunnen worden gehouden om te bezien of er wel voldoende waarborgen zijn tegen politieke sabotage. Maar of daarvoor voldoende politiek draagvlak bestaat…

Dit Vooraf is ook gepubliceerd in NJB 2017/471, afl. 9.

Related news

19.09.2019 NL law
De kloof tussen stad en platteland: gekraai om niets?

Short Reads - In Frankrijk werd het nieuws deze zomer deels beheerst door de juridische strijd over het matineuze gekraai van haan Maurice. Die zomer begon zowat in mei van dit jaar toen het echtpaar Biron een zaak aanhangig maakte bij de rechtbank in Rochefort vanwege overlast van hun buurhaan.

Read more

11.09.2019 EU law
Legal trend: climate change litigation

Articles - Climate change cases can occur in many shapes and forms. One well-known example is the Urgenda case in which the The Hague Court condemned the Dutch government in 2015 for not taking adequate measures to combat the consequences of climate change. Three years later, the Court of Justice of The Hague  upheld this decision, and it is now pending before the Dutch Supreme Court. This case is expected to set a precedent for Belgium, i.a. Since both the Belgian climate case and the Urgenda case are in their final stages of proceedings, this blog provides you with an update on climate change litigation.

Read more

18.09.2019 NL law
Geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel, wat nu?

Short Reads - Zoals bekend heeft de Afdeling op 29 mei 2019 (Amsterdamse dakopbouw,) de eisen voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel versoepeld. Het perspectief van de burger staat sindsdien centraler. Dat plaatst overheden voor een nieuw probleem: hoe te handelen als een bindende toezegging is gedaan die niet (meer) nagekomen kan of mag worden? Daarover heeft de Afdeling nauwelijks iets gezegd.

Read more

06.09.2019 NL law
Afdeling onderstreept belang van onderzoek naar harde plancapaciteit bij toestaan van nieuwe stedelijke ontwikkeling en geeft daarvan definitie

Short Reads - De Ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening en houdt de verplichting in om bij het toestaan van een nieuwe stedelijke ontwikkeling te motiveren dat daaraan behoefte bestaat. Hiermee wordt beoogd leegstand en onnodige bebouwing te voorkomen en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren. Onlangs is over dit onderwerp een Kamerbrief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verschenen naar aanleiding van onderzoek naar de werking van de Ladder voor woningbouw.

Read more

18.09.2019 NL law
Consultatie herijking Grondwetsherzieningsprocedure: Tweede Kamer gekozen na eerste lezing moet tweede lezing afronden

Short Reads - Op 3 september 2019 is een internetconsultatie gestart over een wetsvoorstel dat onduidelijkheden moet wegnemen over de tweede lezing van Grondwetsherzieningsvoorstellen. Kort gezegd komt het wetsvoorstel er op neer dat de Tweede Kamer die aansluitend op de eerste lezing wordt gekozen, de tweede lezing moet afronden. Gebeurt dat niet dan vervalt het voorstel van rechtswege. Daarmee borduurt de regering voort op haar eerdere Kamerbrief van 21 februari 2019 waarin zij haar visie over de procedure tot herziening van de Grondwet uit de doeken doet (Kamerstukken II 2018/19, 31 570, 35).

Read more

06.09.2019 NL law
Het Klimaatakkoord: sectortafel elektriciteit

Short Reads - Op 28 juni 2019 is het Klimaatakkoord gepresenteerd. In het Klimaatakkoord is aan vijf sectortafels uitgewerkt op welke wijze Nederland uitvoering gaat geven aan de op internationaal niveau gemaakte klimaatafspraken. In dit blogbericht lichten wij toe wat de belangrijkste uitdagingen zijn voor de sectortafel elektriciteit en hoe de komende jaren aan die uitdagingen uitvoering wordt gegeven.   

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring