Short Reads

Naar een wettelijke regeling voor publicatie van rechterlijke uitspraken op rechtspraak.nl

Naar een wettelijke regeling voor publicatie van rechterlijke uitspra

Naar een wettelijke regeling voor publicatie van rechterlijke uitspraken op rechtspraak.nl

16.06.2017 NL law

De tijd dat rechterlijke uitspraken alleen actief door commerciële uitgevers werden gepubliceerd ligt gelukkig ver achter ons. Met de komst van rechtspraak.nl eind 1999 heeft de rechtspraak de publicatie van uitspraken naar zich toegetrokken. Dat heeft geleid tot een forse verhoging van het aantal voor het brede publiek raadpleegbare uitspraken.

Dat is toe te juichen omdat dergelijke publiciteit van groot belang is voor de transparantie en controleerbaarheid en daarmee kwaliteit van de rechtspraak. Wetenschap, rechtspraktijk en samenleving doen daarmee hun voordeel. Met het actief openbaren van uitspraken wordt uitvoering gegeven aan een mede uit artikel 6 EVRM en artikel 121 Grondwet voortvloeiende positieve verplichting daartoe. Daarbij moet vanzelfsprekend rekening worden gehouden met de privacy van procespartijen via onder meer een adequaat anonimiseringsbeleid (vgl. ook aanbeveling R(95)11 van het Comité van Ministers van de Raad van Europa).

De criteria voor publicatie op rechtspraak.nl zijn neergelegd in het Besluit selectiecriteria uit 2012 dat is vastgesteld door alle hoogste rechters en de Raad voor de Rechtspraak. Dat gaat uit van het in beginsel publiceren van alle uitspraken van de hoogste rechters. Voor de lagere rechters geldt dat publicatie afhankelijk is van kort gezegd het (potentiële) belang van uitspraken. Zij het dat bepaalde categorieën uitspraken van lagere rechters, zoals die waarin een beroep wordt gedaan op Europees recht of bepaalde consumentenzaken, verplicht moeten worden gepubliceerd. Daarbij is anonimisering voorgeschreven. Uitspraken waarvoor mediabelangstelling bestaat worden gepubliceerd op de dag van de uitspraak, andere ‘zoveel mogelijk’ binnen een maand.

Toch is er brede kritiek. Deze heeft met name betrekking op het feit dat de rechterlijke macht uiteindelijk zelf de selectie van te publiceren rechterlijke uitspraken uitvoert. Daarnaast en daarmee deels verband houdend wordt nog steeds slechts een beperkt deel van de jaarlijks circa twee miljoen Nederlandse uitspraken gepubliceerd (vgl. Zwalve & Jansen, Publiciteit van jurisprudentie, Deventer 2013, p. 222; Van Opijnen, Op en in het Web, Hoe de toegankelijkheid van rechterlijke uitspraken kan worden verbeterd, diss. UvA 2014 en de door hen genoemde literatuur). Groothuis betoogt met kracht van argumenten dat uitspraken digitaal zo toegankelijk mogelijk moeten worden gemaakt. Behalve het louter publiceren van de uitspraken gaat het haar daarbij ook om kenbaarheid, vindbaarheid, beschikbaarheid, hanteerbaarheid, betaalbaarheid, betrouwbaarheid en duidelijkheid van de informatie. Dat betreft onder meer de samenvatting en de trefwoorden die worden toegevoegd bij publicatie. Uitspraken moeten zo, zoals Groothuis dat benoemt, ‘daadwerkelijk raadpleegbaar’ zijn (Groothuis, De digitale overheid en de Awb, VAR-preadvies 2011). In hun rijke NJV-preadvies van dit jaar pleiten Van Ettekoven en Marseille voor het publiceren van in beginsel alle uitspraken op rechtspraak.nl. Als extra argument daarvoor wijzen zij er op dat dit nodig is om fundamenteel onderzoek naar de rechtspraak mogelijk te maken, al dan niet met inzet van artificiële intelligentie. Door wijziging van de technische mogelijkheden zijn naar hun mening bovendien voorheen gebruikte argumenten voor beperkte publicatie, zoals kosten en privacyproblemen, achterhaald.

Deze kritiek snijdt hout. Er zou moeten worden gekomen tot een regeling die uitgaat van het principe dat alle rechterlijke uitspraken zo spoedig mogelijk worden gepubliceerd. Meer precies een ja, tenzij-regeling met objectiveerbare weigeringsgronden. Dit op een wijze waardoor uitspraken via het gebruik van adequate metadata in de hiervoor bedoelde zin ‘daadwerkelijk raadpleegbaar’ zijn. Een en ander zou in een formele wet geregeld moeten worden (vgl. Studiecommissie De Meij, Toegang tot rechterlijke uitspraken, 2006). Het belang van het onderwerp rechtvaardigt dat. Verder wordt daarmee de beslissing over selectie(criteria) weggehaald bij de rechtspraak en krijgt deze een duidelijke plicht opgelegd uitspraken in beginsel te publiceren. Daarenboven kan er dan een wettelijke garantie worden gecreëerd voor de privacybescherming van bij een uitspraak betrokken partijen. In deze wet zou dan ook geregeld kunnen worden hoe om te gaan met de overige data die digitaal beschikbaar zijn na de algehele invoering van het digitaal procederen in het kader van het KEI-programma, iets waarop Van Ettekoven en Marseille wijzen in hun genoemde NJV-preadvies. Vragen die daarbij aan de orde zijn betreffen onder meer hoe om te gaan met onderliggende processtukken, maar ook met meer algemene data als doorlooptijden, het aantal wrakingen en verschoningen etc. Regeling in deze wet behoeft voorts ook de financiering van een en ander.

Als het gaat om de wettelijke regeling van te publiceren metadata zou ten slotte serieus overwogen moeten worden de betrokken rechterlijke instanties te verplichten uitspraken te classificeren naar de mate van belang voor de rechtsontwikkeling. Dat maakt voor de rechtspraktijk en wetenschap, bijvoorbeeld, duidelijk welke uitspraken al dan niet beogen een nieuwe jurisprudentielijn in te zetten of, voor de lagere rechters, wanneer er bewust wordt afgeweken van hogere rechtspraak. Dat is nu nog te vaak gissen. De behoefte aan een dergelijke classificatie wordt bovendien groter als in beginsel alle uitspraken worden gepubliceerd. Het is dan een middel om snel door de bomen het bos te zien. Inspiratie voor een dergelijk classificatiesysteem kan worden opgedaan bij het EHRM dat sinds geruime tijd een indeling in drie klassen hanteert afhankelijk van het belang van een zaak.

Het spreekt voor zich dat de totstandkoming van een dergelijke ‘rechtspraak.nl wet’ moet plaatsvinden in nauw overleg met de betrokken rechterlijke instanties, overige rechtspraktijk en wetenschap. Er zou een commissie ingesteld kunnen worden ter voorbereiding van een conceptwetsvoorstel met vertegenwoordigers van deze partijen en wetgevingsjuristen. Hopelijk kunnen we aldus binnen relatief korte tijd een dergelijk voorstel tegemoet zien. Het onderwerp is te belangrijk om te laten liggen.

Dit Vooraf is ook verschenen in NJB 2017/1278, afl. 24.

Related news

10.04.2019 NL law
Gevolgen van de Wnra: schorsing voortaan met behoud van loon en de wettelijke verhoging van loonvorderingen

Short Reads - Vanaf het moment dat ambtenaren werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst, worden ook de civielrechtelijke bepalingen ten aanzien van deze overeenkomst van toepassing. Het gevolg is dat de overheidswerkgever en zijn werknemers te maken krijgen met fenomenen die zich in het ambtenarenrecht niet voordoen. Dit geldt bijvoorbeeld voor de mogelijkheid van schorsing zonder behoud van loon, de termijn waarbinnen aanspraak kan worden gemaakt op (ten onrechte niet betaald) loon en de wettelijke verhoging van loonvorderingen.

Read more

12.04.2019 NL law
Hoogste Europese rechter bevestigt dat overheden onrechtmatige staatssteun proactief moeten terugvorderen

Short Reads - De maand maart 2019 zal vermoedelijk de juridisch handboeken ingaan als een historische maand voor het mededingings- en staatssteunrecht. Niet alleen deed het Hof van Justitie een baanbrekende uitspraak op het gebied van het verhaal van kartelschade. Het heeft in de uitspraak Eesti Pagar (C-349/17) van 5 maart 2019 belangrijke vragen opgehelderd over de handhaving van het staatssteunrecht op nationaal niveau.

Read more

10.04.2019 BE law
Acrylamide: zijn frieten ook juridisch schadelijk voor de gezondheid?

Articles - De risico’s door de aanwezigheid van acrylamide in levensmiddelen noopten de EU tot het nemen van risicobeperkende maatregelen. Exploitanten van levensmiddelenbedrijven van bepaalde levensmiddelen (o.a. frieten, chips, koekjes, …) kregen de verplichting om tal van maatregelen te nemen.  De juridische kwalificatie van acrylamide en het regime van deze maatregelen worden in deze blog toegelicht.

Read more

10.04.2019 NL law
Casus Lotto c.s.: Aanpassing naam vergunninghouder bij nieuwe rechtsvorm? Let op de eisen van het Unierecht!

Short Reads - De Kansspelautoriteit kan de tenaamstelling van vergunningen voor onder andere Lotto en de Staatsloterij niet zomaar wijzigen als de rechtsvorm van de vergunninghouders verandert. Dit gezien het door het Unierecht gewaarborgde vrije verkeer van diensten en het daaruit voortvloeiende transparantiebeginsel. Dat blijkt uit een viertal uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ("ABRvS") van 13 maart 2019. Wat betekenen deze uitspraken voor de praktijk?

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring