Short Reads

Een verklaring van geen bedenkingen hoeft geen inhoudelijke opmerkingen over het bouwplan te bevatten, indien duidelijk is dat de gemeenteraad kennis heeft kunnen nemen van dat plan

Een verklaring van geen bedenkingen hoeft geen inhoudelijke opmerking

Een verklaring van geen bedenkingen hoeft geen inhoudelijke opmerkingen over het bouwplan te bevatten, indien duidelijk is dat de gemeenteraad kennis heeft kunnen nemen van dat plan

01.06.2017 NL law

In een uitspraak van 22 februari 2017 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) geoordeeld dat voor een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) als bedoeld in artikel 6.5 lid 1 Besluit omgevingsrecht (Bor) niet is vereist dat het besluit inhoudelijke opmerkingen bevat over het bouwplan. Volgens de Afdeling is voldoende dat uit de stukken blijkt dat de gemeenteraad kennis heeft kunnen nemen van het bouwplan

Juridisch kader

Indien een bepaalde activiteit in strijd is met het ter plaatse vigerende bestemmingsplan of beheersverordening en het niet mogelijk is om binnenplans of met de kruimelgevallenlijst uit artikel 4 Bijlage II Bor van dat plan af te wijken, kan een dergelijke vergunning worden verleend met toepassing van artikel 2.12 lid 1 aanhef en onder a onder 3 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Voorwaarde is dat de activiteit waarvoor de vergunning is aangevraagd niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. Artikel 2.27 Wabo juncto artikel 6.5 lid 1 Bor bepaalt dat een dergelijke omgevingsvergunning niet wordt verleend dan nadat de gemeenteraad van de gemeente waar het project geheel of in hoofdzaak zal worden of wordt uitgevoerd, een vvgb heeft afgegeven. Indien de gemeenteraad de vvgb weigert, dan moet het college op grond van artikel 2.20a Wabo de omgevingsvergunning weigeren. Indien de gemeenteraad de vvgb verleent, dan kan hij daarbij bepalen dat aan de omgevingsvergunning voorschriften worden verbonden die op grond van het belang van een goede ruimtelijke ordening nodig zijn. In het Bor is niet bepaald aan welke (inhoudelijke) eisen een vvgb moet voldoen.

Uitspraak Afdeling

De Afdelingsuitspraak van 22 februari 2017 ging om een door het college van B&W van Den Haag verleende omgevingsvergunning voor de herinrichting van de omgeving van een Jumbo-supermarkt in Den Haag waarbij 40 parkeerplaatsen en twee overkappingen werden aangelegd. Een gedeelte van de overkapping was qua hoogte in strijd met het ter plaatse vigerende bestemmingsplan. Nadat de rechtbank in eerste aanleg in een tussenuitspraak constateerde dat ten onrechte geen vvgb was afgegeven, heeft de gemeenteraad van Den Haag deze alsnog afgegeven.

In hoger beroep betogen appellanten dat het college niet bevoegd was de omgevingsvergunning te verlenen. De door de gemeenteraad afgegeven vvgb zou geen verklaring zijn bedoeld in artikel 6.5 lid 1 Bor is omdat de gemeenteraad bij het afgeven van die verklaring het bouwplan niet inhoudelijk zou hebben beoordeeld.

De Afdeling overweegt dat niet gebleken is dat de afgegeven verklaring niet kan worden aangemerkt als een vvgb in de zin van artikel 6.5 lid 1 Bor. Dat de tekst van de desbetreffende besluitenlijst geen inhoudelijke opmerkingen bevat over het bouwplan betekent volgens de Afdeling niet dat de gemeenteraad het bouwplan niet inhoudelijk heeft beoordeeld. Daartoe acht de Afdeling van belang dat zowel het bouwplan als de daarop betrekking hebbende stukken als bijlage zijn gevoegd bij het voorstel van het college aan de gemeenteraad met het verzoek om een vvgb af te geven, zodat de gemeenteraad daar wel kennis van heeft kunnen nemen.

Observaties

Uit de uitspraak kan worden afgeleid dat voor de kwalificatie van een verklaring van de gemeenteraad als vvgb als bedoeld in artikel 6.5 lid 1 Bor niet is vereist dat de vvgb inhoudelijke opmerkingen over het bouwplan bevat. De Afdeling vergt slechts dat de gemeenteraad kennis heeft kunnen nemen van het bouwplan alvorens de gemeenteraad besluit tot verlening van de vvgb.

Toekomst: rol gemeenteraad bij afwijkingsvergunning onder de Omgevingswet

Onder de Omgevingswet, die naar verwachting in 2019 in werking treedt, worden bestemmingsplannen vervangen door het omgevingsplan. Net als een bestemmingsplan wordt het omgevingsplan in beginsel vastgesteld door de gemeenteraad. De gemeenteraad kan de bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het plan echter delegeren aan het college van B&W. In het omgevingsplan kan de gemeenteraad (of het college) bepalen dat voor bepaalde activiteiten een vergunning vereist is. Dit zijn zogenaamde 'omgevingsplanactiviteiten', als bedoeld in artikel 1.1 Omgevingswet jo. de bijlage bij de Omgevingswet.

Het college kan op grond van artikel 5.1 lid 1 aanhef en onder a Omgevingswet, zoals aangepast met de Invoeringswet Omgevingswet, echter ook een omgevingsvergunning verlenen voor activiteiten die in strijd zijn met omgevingsplan. Ook een dergelijke activiteit kwalificeert als omgevingsplanactiviteit. Criterium voor vergunningverlening is een 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties' (artikel 5.21 Omgevingswet, zoals gewijzigd met de Invoeringswet Omgevingswet). De eis dat een vergunning voor zo'n met het omgevingsplan strijdige activiteit pas wordt verleend nadat de gemeenteraad een vvgb heeft afgegeven (artikel 2.27 lid 1 Wabo juncto artikel 6.5 lid 1 Bor), komt in de Omgevingswet niet terug. Op grond van 16.16 Omgevingswet worden in het (concept) Omgevingsbesluit gevallen aangewezen waarin instemming vereist van een bestuursorgaan dat bevoegd is op grond van artikel 16.15 Omgevingswet advies te geven. Het (concept) Omgevingsbesluit kent een dergelijke instemmingsbevoegdheid niet toe aan de gemeenteraad. In plaats daarvan krijgt de gemeenteraad op grond van artikel 16.15 en 16.15a Omgevingswet, zoals gewijzigd met de Invoeringswet Omgevingswet, slechts een adviesbevoegdheid.

De keuze voor dit lichtere instrument is blijkens de memorie van toelichting ingegeven door het streven de procedure voor de omgevingsvergunning voor afwijkingen van het omgevingsplan te kunnen flexibiliseren en versnellen (Kamerstukken II, 33 962, nr. 3, p. 212). Omdat de gemeenteraad met een lage frequentie vergadert, zorgt de vvgb-eis nogal eens voor vertraging van het proces. De keuze voor de adviesbevoegdheid is tot stand gekomen na overleg met de VNG (Kamerstukken II 33 962, nr. 190, p. 2). De adviesregeling wordt bij het Invoeringsbesluit Omgevingswet nader geregeld in het Omgevingsbesluit.

Onder de oude WRO (tot 1 juli 2008) was het niet het college maar de gemeenteraad zelf die op grond van artikel 19 lid 1 WRO (oud) een vrijstelling kon verlenen van een bestemmingsplan. Het college was daartoe uitsluitend bevoegd indien de gemeenteraad de bevoegdheid aan het college had gedelegeerd. De ratio ervan was dat de gemeenteraad als bepaler van het gemeentelijk ruimtelijk beleid en de juridische grondslag daarvan in bestemmingsplannen ook moet kunnen beslissen of en in hoeverre afwijking daarvan moet worden toegestaan.

Ook onder de Wro (gedurende de periode 1 juli 2008 – 30 september 2010 (op 1 oktober 2010 trad de Wabo in werking)) was het college bevoegd een projectbesluit te nemen als bedoeld in artikel 3.10 lid 1 Wro (oud) en net als onder de WRO oud kon de gemeenteraad deze bevoegdheid aan het college delegeren (artikel 3.10 lid 4 Wro (oud)).

Het met de Omgevingswet niet toekennen van een instemmingsrecht aan de gemeenteraad voor buitenplanse afwijkingen van het Omgevingsplan betekent een opvallende breuk met het verleden: het was de gemeenteraad die het algemene ruimtelijke beleid vaststelde en het was ook de gemeenteraad die bepaalde wanneer daarvan buitenplans werd afgeweken. Wij kunnen ons voorstellen dat in de praktijk onder de Omgevingswet vaak de voorkeur zal worden gegeven om met een buitenplanse omgevingsvergunning van een omgevingsplan af te wijken in plaats van het omgevingsplan te wijzigen. Niet alleen zal die besluitvorming zonder directe gemeenteraadsbetrokkenheid sneller kunnen verlopen, ook geldt – anders dan ingeval van wijziging van een omgevingsplan – niet de verplichting afdeling 3.4 Awb te volgen. Ingevolge artikel 16.62 lid 1 Omgevingswet is de reguliere voorbereidingsprocedure van toepassing. Uitsluitend indien de aanvrager daarom verzoekt, wordt ingevolge artikel 16.62 lid 3 zoals gewijzigd met de Invoeringswet Omgevingswet, afdeling 3.4 Awb toegepast. Een dergelijk verzoek kan blijkens de memorie van toelichting bij de Invoeringswet Omgevingswet nuttig zijn bij meer ingrijpende activiteiten, waartegen naar verwachtingen meerdere belanghebbenden bedenkingen hebben. In hoeverre overigens het college in staat is een goed onderbouwde buitenplanse afwijking van het omgevingsplan op te stellen binnen de beslistermijn van acht weken (die eventueel kan worden verlengd met zes weken), wachten wij met belangstelling af.

De – binnenplanse – bevoegdheden die de gemeenteraad onder het huidige wettelijke regime heeft, blijven onder de Omgevingswet in grote lijnen in stand. Zo kan de gemeenteraad kan bij het vaststellen van een omgevingsplan ingevolge artikel 5.19 Omgevingswet beoordelingsregels opnemen die ertoe strekken dat de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit in ieder geval wordt verleend voor zover aan die regels is voldaan. Ook kan de gemeenteraad de vaststelling van delen van het omgevingsplan bij afzonderlijk besluit delegeren aan het college (artikel 2.8 Omgevingswet), maar daarbij bepalen op welke wijze de bevoegdheid moet worden uitgevoerd. Bovendien kan de gemeenteraad op grond van artikel 4:81 Awb beleidsregels vaststellen over de gedelegeerde bevoegdheden. De gemeenteraad staat onder de Omgevingswet dus niet helemaal buitenspel.

Gegevens uitspraak:

ABRvS 22 februari 2017 ECLI:NL:RVS:2017:464 201509053/1/A1

Het bericht 'Een verklaring van geen bedenkingen hoeft geen inhoudelijke opmerkingen over het bouwplan te bevatten, indien duidelijk is dat de gemeenteraad kennis heeft kunnen nemen van dat plan' is een bericht van Stibbeblog.nl.

Team

Related news

30.04.2019 EU law
Climate goals and energy targets: legal perspectives

Seminar - On Tuesday April 30th, Stibbe organizes a seminar on climate goals and energy targets. Climate change has incited different international and supranational institutions to issue climate goals and renewable energy targets. Both the UN and the EU have led this movement with various legal instruments.

Read more

12.04.2019 NL law
Hoogste Europese rechter bevestigt dat overheden onrechtmatige staatssteun proactief moeten terugvorderen

Short Reads - De maand maart 2019 zal vermoedelijk de juridisch handboeken ingaan als een historische maand voor het mededingings- en staatssteunrecht. Niet alleen deed het Hof van Justitie een baanbrekende uitspraak op het gebied van het verhaal van kartelschade. Het heeft in de uitspraak Eesti Pagar (C-349/17) van 5 maart 2019 belangrijke vragen opgehelderd over de handhaving van het staatssteunrecht op nationaal niveau.

Read more

10.04.2019 NL law
Casus Lotto c.s.: Aanpassing naam vergunninghouder bij nieuwe rechtsvorm? Let op de eisen van het Unierecht!

Short Reads - De Kansspelautoriteit kan de tenaamstelling van vergunningen voor onder andere Lotto en de Staatsloterij niet zomaar wijzigen als de rechtsvorm van de vergunninghouders verandert. Dit gezien het door het Unierecht gewaarborgde vrije verkeer van diensten en het daaruit voortvloeiende transparantiebeginsel. Dat blijkt uit een viertal uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ("ABRvS") van 13 maart 2019. Wat betekenen deze uitspraken voor de praktijk?

Read more

10.04.2019 NL law
Gevolgen van de Wnra: schorsing voortaan met behoud van loon en de wettelijke verhoging van loonvorderingen

Short Reads - Vanaf het moment dat ambtenaren werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst, worden ook de civielrechtelijke bepalingen ten aanzien van deze overeenkomst van toepassing. Het gevolg is dat de overheidswerkgever en zijn werknemers te maken krijgen met fenomenen die zich in het ambtenarenrecht niet voordoen. Dit geldt bijvoorbeeld voor de mogelijkheid van schorsing zonder behoud van loon, de termijn waarbinnen aanspraak kan worden gemaakt op (ten onrechte niet betaald) loon en de wettelijke verhoging van loonvorderingen.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring