Articles

Vier FAQ over "complexe projecten"

FAQ over complexe projecten

Vier FAQ over "complexe projecten"

18.07.2017 BE law

Voor een "complex project" geldt een heel eigen procedureel kader, met een aantal opvallende voordelen. Toch gelden ook een aantal randbemerkingen.

Het Saeftinghedok met extra containercapaciteit in de Antwerpse haven. De Noord-Zuid-verbinding in Limburg. Het zijn slechts twee voorbeelden die recent de stempel van "complex project" kregen nadat beide plannen voor de Raad van State struikelden.

Beide plannen hebben grote infrastructuren voor ogen. Nochtans is grootschaligheid niet per se bepalend om van een "complex project" te spreken.

Gestaag neemt het aantal "complexe projecten" toe. Momenteel lopen er, verspreid over alle Vlaamse provincies, acht (bekijk ze hier). Hoog tijd dus om even bij een aantal curiosa stil te staan.

1. De basis: waar starten?

Relatief recent, op 1 maart 2015, trad het decreet complexe projecten in werking. Het bevat amper 46 inhoudelijke artikelen, wat weinig is in vergelijking met het doorsnee Vlaamse decreet.

Intussen is ook een begeleidende website met een routeplanner operationeel.

2. Wanneer is een project "complex"?

Op verschillende wijzen kan een project in het spoor van de complexe projecten terechtkomen. Het project hoeft niet publiek te zijn. Ook private projecten komen in aanmerking.

Een eerste stap is het voldoen aan de definitie van complex project, namelijk "een project van groot maatschappelijk en ruimtelijk-strategisch belang dat vraagt om een geïntegreerd vergunningen- en ruimtelijk planproces". 

De volgende criteria gelden hierbij als maatstaf:

  1. de probleemstelling of het programma van het project is meervoudig en omvat diverse af te wegen belangen;
  2. het project is onontbeerlijk voor een noodzakelijke verbetering van de woonkwaliteit, de milieukwaliteit, de economische ontwikkeling en/of de mobiliteit;
  3. bij de afweging van de betrokken belangen is de maatschappelijke meerwaarde prominent;
  4. het project is ruimtelijk structurerend voor het gebied in kwestie of wordt voorzien in een complexe omgeving;
  5. het project heeft een grote rechtstreekse of onrechtstreekse socio-economische, ruimtelijke, leefmilieugerelateerde of verkeerskundige impact;
  6. het project houdt ongebruikelijke investeringen en inspanningen in op vlak van ontwikkeling en beheer.

Een tweede stap is de zegen van het bevoegde bestuur. Op verschillende momenten zijn immers beslissingen nodig.

3. Hoe verloopt het traject?

Eenmaal de kogel door de kerk is en het bestuur de procedure inzake complexe projecten wenst te volgen, verloopt het traject - samengevat - volgens een afwijkend spoor:

 

CP, CP

4. Wat zijn de voordelen?

  • Proactief denken in vroeg stadium

In de procedure gaat heel wat energie naar de "verkenningsfase". Die beoogt de processtructuur van het verdere verloop te stroomlijnen en de pijnpunten bloot te leggen. Overleg met stakeholders zorgt er niet zelden voor dat die pijnpunten naar voren komen. Hoe vroeger die zijn geïdentificeerd, hoe vlotter het vervolgtraject.

De overheid denkt al in een vroeg stadium doelbewust na over de actoren die zij voor de realisatie van het project zal betrekken.

Dat het decreet de tijdsgeest volgt, blijkt niet enkel uit de zeer flexibele verkenningsfase, waarin bijvoorbeeld ook een communicatiestrategie al pril aan bod kan komen. 

  • Sterke nadruk op participatie

Participatie speelt een belangrijke rol doorheen elk van de fases. Op dit punt volgt het decreet een punt dat ook de Raad van State na aan het hart ligt, namelijk de inspraak van burgers en belanghebbenden.

Er is herhaaldelijk inspraak voorzien, namelijk over:

  • de alternatievenonderzoeksnota
  • het ontwerp van voorkeursbesluit
  • de projectonderzoeksnota
  • het ontwerp van projectbesluit

Door burgers diepgaand te betrekken, hoopt de overheid wellicht om de perceptie over een project van NIMBY (Not In My BackYard) om te draaien tot PIMBY (Please In My BackYard).

  • Duidelijke alternatievenkeuze: het voorkeursbesluit

Bovendien bevat de procedure voor complexe projecten een vast ogenblik waarop het bestuur voor één bepaald alternatief kiest. Dat ogenblik is het voorkeursbesluit. Vaak spreekt men over een "point of no return". Volgen er in het verdere traject toch opnieuw bezwaren over het gekozen alternatief, dan zijn die bezwaren immers automatisch onontvankelijk.

Het voorkeursbesluit legt ook uit of/hoe het project van de bestaande ruimtelijke bestemmingsplannen afwijkt. Indien het complex project instrumenten van het decreet landinrichting behoeft, vermeldt het voorkeursbesluit deze.

Disclaimer: nog even geduld a.u.b.

Het decreet complexe projecten is nog relatief jong. Dat toont zich in de nog beperkte administratieve praktijk. Zo heeft meer dan twee jaar na de inwerkingtreding van de regels, nog geen enkele complex project de laatste stop van de concrete uitvoeringsfase bereikt. 

In juni kondigde de Vlaamse minister van omgeving bovendien aan het decreet complexe projecten al weer te willen wijzigen. Voor projecten van groot maatschappelijk belang zou het Vlaams Parlement voorkeursdecreten en projectdecreten kunnen goedkeuren in plaats van de bevoegde overheid (de Vlaamse Regering, de provincieraad respectievelijk de gemeenteraad). 

Daarnaast zijn bij de genoemde voordelen ook een aantal bedenkingen te plaatsen:

  • een complex project is enkel nuttig voor projecten die een planwijziging vereisen, wat verschillende projecten uit de boot doet vallen;
  • een complex project vertrekt vaak van een probleemstelling zonder concrete oplossing, hetgeen prematuur is en vele opties openlaat;
  • er gelden geen bindende termijnen, hetgeen zowel positief (flexibiliteit) als negatief (verzanding in discussies) kan uitdraaien;
  • het is ook nog even wachten hoe de complexe projectendossiers met de begrenzing van het alternatievenonderzoek zullen omgaan. Een milieueffectenbeoordeling dient immers alle "redelijke" alternatieven in kaart te brengen. Daartoe horen vaak ook locatiealternatieven. Wat als de betrokken private actor geen grondposities heeft op een alternatieve locatie?

Ten slotte is er nog geen enkel complex project getest middels een gerechtelijke procedure. Het decreet complexe projecten werd niet aangevochten bij het Grondwettelijk Hof. Hoe bulletproof het decreet complexe projecten zal zijn, moet dus nog blijken. 

 

Dit artikel is mede geschreven door Pieter Vandenheede in zijn hoedanigheid van counsel bij Stibbe.

 

Team

Related news

24.01.2020 NL law
Can the government refrain from imposing enforcement measures if it is not within the offender’s power to comply with a standard?

Short Reads - What should be done if a stakeholder makes a request to the government for enforcement to rectify violations in a scenario where the offender does not have full power to comply because of a reliance on third parties? The Administrative Division of the Dutch Council of State ruled on 23 January 2019 that an administrative body cannot simply reject an enforcement request in such a situation, but must consider whether, for example, the imposition of an order subject to a penalty payment may provide an incentive for the actual termination of the violation.

Read more

16.01.2020 NL law
De Amsterdamse milieuzone voor brom- en snorfietsen: voertuigen van een bepaald jaar weren is mogelijk bij ontbreken van een redelijk alternatief

Short Reads - ABRvS 20 november 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3865 Deze blog is het vierde deel in een reeks Stibbeblogs over gemeentelijke milieuzones. In 2017 oordeelde de Afdeling over de milieuzone voor personen- en bestelauto’s met dieselmotoren in Utrecht. In 2018 presenteerde de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat haar beleid voor harmonisatie van uiteenlopende gemeentelijke milieuzones. Een jaar geleden maakten wij in een FAQ de balans op over de harmonisatie van milieuzones.

Read more

20.01.2020 NL law
Planologische medewerking mag worden geweigerd als initiatiefnemer zich in strijd met gemeentelijk beleid onvoldoende heeft ingespannen voor draagvlak

Short Reads - De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 18 december 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:4209) overwogen dat een bestuursorgaan geen planologische medewerking hoeft te verlenen aan de wijziging van een bestemmingsplan als de aanvrager zich niet heeft ingespannen om maatschappelijk draagvlak te creëren.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring