Articles

Raad van State bevestigt belang van verzoekende partij bij een vordering tot schorsing tegen de gunningsbeslissing

Raad van State bevestigt belang van verzoekende partij bij een vordering tot schorsing tegen de gunningsbeslissing

Raad van State bevestigt belang van verzoekende partij bij een vordering tot schorsing tegen de gunningsbeslissing

20.07.2017 BE law

Raad van State bevestigt belang van verzoekende partij bij een vordering tot schorsing tegen de gunningsbeslissing, zelfs indien de overeenkomst reeds gesloten is!

In een arrest van 20 juli 2017 oordeelde de Raad van State over het belang dat de verzoekende partij heeft bij het instellen van een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, tegen de beslissing waarbij een overheidsopdracht niet aan haar wordt gegund.

De Raad bevestigt dat de verzoekende partij over het vereiste belang beschikt: zelfs indien de overeenkomst al is gesloten, kan de schorsing van de gunningsbeslissing worden bevolen.

De verzoekende partij stelt een vordering tot schorsing in bij uiterst dringende noodzakelijkheid tegen de beslissing waarbij een overheidsopdracht in verband met software niet aan haar wordt gegund.

De aanbestedende overheid meent dat de vordering onontvankelijk is wegens gebrek aan belang. Aangezien het een overheidsopdracht betreft zonder voorafgaande Europese bekendmaking, is deze niet onderworpen aan de wachttermijn van 15 dagen. De verwerende partij heeft dan ook al een overeenkomst gesloten met de gekozen inschrijver. Als gevolg hiervan, meent de verwerende partij dat de verzoekende partij slechts schadevergoeding kan krijgen als rechtsherstel of een schorsing van de overeenkomst, wat echter tot de uitsluitende bevoegdheid van de gewone rechter behoort. De eventuele schorsing door de Raad van State kan dus voor de verzoekende partij geen nieuwe kans opleveren om de opdracht alsnog toegewezen te krijgen. Bijgevolg zou de verzoekende partij dan ook niet het vereiste belang aantonen.

De Raad van State is echter genuanceerder en wijst erop dat de gunningsbeslissing een afsplitsbare bestuurshandeling uitmaakt. In geval van nietigverklaring van deze gunningsbeslissing, zou de verzoekende partij alsnog een gekwalificeerd moreel belang hebben wegens het feit dat zij voorbijgegaan is door die beslissing. Zelfs ondanks de sluiting en de eventuele uitvoering van de overeenkomst gesloten tussen de aanbestedende overheid en de gekozen inschrijver, blijft dit belang bestaan. Dit geldt volgens de Raad van State eveneens bij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de gunningsbeslissing. De Raad verwijst daarvoor naar de ruime omschrijving van het belang bij de nietigverklaring in art. 14 Rechtsbeschermingswet 2013 (“elke persoon die een belang heeft of heeft gehad om een bepaalde opdracht te bekomen en die door de beweerde schending is of dreigt te worden benadeeld”). Ditzelfde belang geldt ook voor de schorsingsvordering, krachtens art. 15. De Raad van State mag immers niet vooruitlopen op de gevolgen die de aanbestedende overheid zal hechten aan een schorsing indien deze wordt bevolen, ook wanneer deze opdracht al werd afgesloten.

De Raad verwerpt dus de exceptie van gebrek aan het rechtens vereiste belang en onderzoekt vervolgens de schorsingsvoorwaarde, met name of er minstens één ernstig middel wordt aangevoerd (art. 17 RvS-Wet en art. 15 lid 1 Rechtsbeschermingswet). De Raad aanvaardt het opgeworpen middel als ernstig en beveelt aldus de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid. 

Dit arrest is in lijn met de vaste rechtspraak in verband met de afsplitsbare rechtshandeling. Sinds 2010 oordeelde de Raad van State immers meermaals dat zelfs indien de overeenkomst reeds is gesloten, de schorsing van de gunningsbeslissing kan worden bevolen.[1] Zelfs zonder dat het sluiten van de overheidsopdracht onderworpen is aan een wachttermijn, kan de niet-gekozen inschrijver toch nog met succes opkomen tegen de beslissing van de aanbestedende overheid.

Link: RvS 20 juli 2017, nr. 238.851

Voetnoten 

  1. RvS 28 oktober 2010, nr. 208.513; RvS 18 januari 2011, nr. 210.497; RvS 9 december 2010, nr. 209.651.

Team

Related news

19.07.2018 BE law
Ontsporing van één van de wagons van de Codextrein dreigt: Grondwettelijk Hof schorst nieuwe afwijkingsmogelijkheid voor ontginningsgebieden

Articles - De Codextrein voorziet o.a. in een reeks aan nieuwe afwijkingsmogelijkheden in het kader van de vergunningverlening. Eén van de meest ophefmakende was de nieuwe afwijkingsmogelijkheid voor ontginningsgebieden. Tijdens het debat in de parlementaire commissie werd geopperd dat deze nieuwe afwijking op maat was geschreven van één private onderneming. Het Grondwettelijk Hof schorst nu in zijn arrest van 19 juli 2018 deze afwijkingsmogelijkheid op basis van de schending van het gelijkheidsbeginsel.

Read more

16.07.2018 BE law
Le Plan Régional de Développement Durable, qui fixe les objectifs et priorités de développement de la Région de Bruxelles-Capitale à moyen et à long terme, est adopté

Articles - Le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale a adopté, le 12 juillet 2018, le Plan Régional de Développement Durable, qui remplace le Plan Régional de Développement du 12 septembre 2002 et définit la vision territoriale de la Région, aux horizons 2025 et 2040.

Read more

11.07.2018 NL law
Bestuursrechtelijke rechtsbescherming jegens private aanbieders

Articles - De overheid besteedt de uitvoering van Awb-besluiten geregeld uit aan private rechtspersonen. Zo staat momenteel volop in de belangstelling de uitbesteding aan private zorgaanbieders van de feitelijke uitvoering van een algemene voorziening of maatwerkvoorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.

Read more

17.07.2018 NL law
Doelstelling windenergie van 6.000 MW op land zal niet in 2020 worden gehaald, maar de minister is optimistisch

Articles - Uit de Monitor Wind op Land 2017 en het Plan van Aanpak Windenergie op land 2018 blijkt de voortgang van de doelstelling om in 2020 6.000 MW aan opgesteld vermogen windenergie op land te hebben. Er wordt weliswaar meer windenergie opgewekt, maar de doelstelling in 2020 wordt waarschijnlijk niet gehaald. Wij bespreken de knelpunten en hoe nu verder.

Read more

10.07.2018 NL law
Wijziging van de ladder voor duurzame verstedelijking, hoeveel treden worden er werkelijk genomen?

Articles - De realisatie van een bedrijf zal vaak als nieuwe stedelijke ontwikkeling kwalificeren. In dat geval moet aan de ladder voor duurzame verstedelijking worden voldaan (de Ladder). Kort samengevat onderzoekt het bevoegd gezag (in de praktijk laat het bevoegd gezag dit onderzoeken) bij het aflopen van de Ladder of er wel behoefte is aan het nieuwe bedrijf. Dit past binnen het vaak gehoorde credo “niet bouwen voor leegstand”.

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy – en cookieverklaring