Short Reads

Afdeling doet overzichtsuitspraak over Ladder voor duurzame verstedelijking

Afdeling doet overzichtsuitspraak over Ladder voor duurzame verstedeli

Afdeling doet overzichtsuitspraak over Ladder voor duurzame verstedelijking

05.07.2017 NL law

Op 28 juni 2017 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) opnieuw een voor de praktijk zeer bruikbare overzichtsuitspraak gedaan. De uitspraak biedt een overzicht van de Afdelingsjurisprudentie over vraag wanneer de Ladder voor duurzame verstedelijking (Ladder) uit artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) van toepassing is en aan welke eisen een bestemmingsplan vervolgens moet voldoen.

Aanleiding voor deze overzichtsuitspraak

De zaak die tot de overzichtsuitspraak heeft geleid ziet op de vaststelling van het bestemmingsplan "Ee-bedrijvenlocatie Tibsterwei" door de gemeenteraad van de gemeente Dongeradeel. Het plan voorziet in bedrijfsbebouwing voor mechanisatie- en transportbedrijven op een aantal percelen grasland. Volgens appellant is het bestemmingsplan in strijd met artikel 3.1.6 lid 2 Bro omdat de actuele regionale behoefte niet is aangetoond.

Het zijn echter niet de feiten en omstandigheden van deze zaak die de Afdeling aanleiding geven voor het uitgebreide jurisprudentie overzicht, maar het feit op 1 juli 2017 het besluit tot wijziging van het Bro in werking treedt, waarbij de Ladder wordt gewijzigd. Die wijziging heeft blijkens de Nota van Toelichting als doel om de Ladder zodanig te vereenvoudigen dat de in de praktijk ervaren knelpunten worden opgelost, de onderzoekslasten verminderen maar de effectiviteit van het instrument behouden blijft. Hierover verscheen eerder al een blogbericht op Stibbeblog.

De Afdeling overweegt:

"Bij de totstandkoming van deze aanpassing heeft de rechtspraak van de Afdeling met betrekking tot het bestaande artikel 3.1.6, tweede en derde lid, van het Bro een rol gespeeld. Omdat een deel van deze omvangrijke, binnen een betrekkelijk kort tijdsbestek tot stand gekomen rechtspraak, ook vanaf 1 juli 2017 van belang blijft, worden in deze overzichtsuitspraak, om de rechtspraktijk houvast te bieden, na inleidende overwegingen, de hoofdlijnen van die rechtspraak weergegeven, voor zover deze na die datum van toepassing blijven."

Inhoud overzichtsuitspraak

Na een beknopte bespreking van de inhoud, aard, doel en strekking van artikel 3.1.6 lid 2 en lid 3 Bro, de hoofdlijnen van de wijziging per 1 juli 2017 en de behoeftetoets buiten de Ladder, gaat de Afdeling in de overwegingen 5.1 tot en met 12.8 van de uitspraak in op de volgende onderwerpen:

  • de reikwijdte van artikel 3.1.6 lid 2 en (het nieuwe lid) 3 Bro;
  • de uitleg van het begrip 'stedelijke ontwikkeling' (waaronder duidelijk dat 11 woningen of minder niet kwalificeren als een nieuwe stedelijke ontwikkeling);
  • de uitleg van het begrip 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' (o.a. de relevantie van binnenplanse flexibiliteitsmogelijkheden zoals afwijkingsbevoegdheden, wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten in het oude en nieuwe planologische regime en in welke gevallen een functiewijziging zonder nieuw ruimtebeslag kan leiden tot een nieuwe stedelijke ontwikkeling);
  • de reikwijdte van het onderzoek naar, het overleg over, en de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling;
  • de eisen die worden gesteld aan de beschrijving van behoefte aan de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling;
  • de uitleg van het begrip 'bestaand stedelijk gebied';
  • de rechterlijke toetsing van de beschrijving van de behoefte; en
  • de toepassing van het relativiteitsvereiste in verband met het bepaalde in artikel 3.1.6 lid 2 en lid 3 Bro.

Dit blogbericht leent zich niet voor een verdere bespreking van deze onderwerpen. Daarvoor verwijzen wij graag naar de uitspraak zelf.

Tot slot

De uitspraak is alweer de tweede overzichtsuitspraak van de Afdeling. De eerste uitspraak dateert van 28 september 2016 en bevatte een compleet overzicht op hoofdlijnen van de planschadejurisprudentie (ook hierover verscheen een blogbericht op Stibbeblog). Dat de Afdeling de rechtspraktijk op deze manier houvast wil bieden is prijzenswaardig.

Gegevens uitspraak: ABRvS 28 juni 2017 ECLI:NL:RVS:2017:1724 201608869/1/R3

Team

Related news

04.05.2021 NL law
Aanbevelingen van het Pbl voor de circulaire economie: meer bestuursrechtelijke verplichtingen voor bedrijven?

Short Reads - Begin dit jaar publiceerde het Planbureau voor de leefomgeving (Pbl) zijn eerste Integrale Circulaire Economie Rapportage. Die rapportage bespreekt de huidige status van de circulaire economie in Nederland en geeft adviezen om de transitie te versnellen. Het Pbl roept nadrukkelijk de Nederlandse overheid op om de circulaire economie verder te bevorderen. Daarbij ziet het Pbl een belangrijke rol voor nieuwe circulaire verplichtingen voor bedrijven.

Read more

03.05.2021 NL law
De overheid behoeft de besten, maar krijgt zij die nog wel?

Short Reads - ‘De overheid behoeft de besten; zij moet aantrekken en opkweken de bekwaamsten onder de jongeren; haar mensen moeten het in kennis maar ook in levenshouding en beschaving kunnen opnemen tegen de leidende figuren uit de maatschappij; het zou noodlottig zijn voor de publieke zaak, zo de overheid zich tevreden zou stellen met degenen, die elders niet aan de slag konden komen of mislukten.’ (C.H.F. Polak 1957, geciteerd in NJB 2018/1044)

Read more

04.05.2021 NL law
Participatie en privacyregels: hoe te combineren onder de Omgevingswet?

Short Reads - In het stelsel van de Omgevingswet (Ow) is een belangrijke rol bedacht voor participatie bij de totstandkoming van besluiten. Het beoogde resultaat: tijdig belangen, meningen en creativiteit op tafel krijgen en daarmee een groter draagvlak en kwalitatief betere besluitvorming bereiken. Door een grotere betrokkenheid van meer personen gaan overheden en initiatiefnemers ook meer persoonsgegevens verwerken. Dit brengt privacyrisico’s met zich mee. Wat regelt de Ow op het gebied van privacy, de verwerking van persoonsgegevens en datagebruik?

Read more

28.04.2021 NL law
Gevolgen van enige betekenis? Bij twijfel is burger belanghebbende

Short Reads - In het bestuursprocesrecht is het uitgangspunt dat degene die rechtstreeks gevolgen ondervindt van een besluit belanghebbende is bij dat besluit. Sinds 2016 past de Afdeling in het omgevingsrecht hierop een correctie toe: er moet sprake zijn van gevolgen van enige betekenis om belanghebbende te zijn. Op 10 maart 2021 heeft de Afdeling bepaald dat bij twijfel over de vraag of hiervan sprake is, de rechtszoekende het voordeel van de twijfel krijgt.

Read more