Articles

Piramidesysteem als oneerlijke handelspraktijk[1]

Piramidesysteem als oneerlijke handelspraktijk

Piramidesysteem als oneerlijke handelspraktijk[1]

11.01.2017 BE law

Naar aanleiding van een prejudiciële vraag van het hof van beroep te Brussel besprak het Hof van Justitie (nogmaals[2]) de voorwaarden van een verboden piramidesysteem in de zin van de Richtlijn oneerlijke handelspraktijken.[3]

Deze bepaling werd in Belgisch recht omgezet in artikel VI.100, 14° WER. De zaak draaide om de kwalificatie van het Lucky 4 All-systeem van de Nationale loterij als een verboden piramidesysteem.

Het Hof van Justitie herhaalde de drie cumulatieve voorwaarden om van een verboden piramidesysteem te spreken, namelijk de belofte op een economisch voordeel (i), afhankelijk van de toetreding van andere consumenten (ii) en waarvan het grootste deel van de vergoeding niet voortkomt uit de werkelijke economische activiteit (iii). Over deze laatste voorwaarde stelde het Hof dat de band vereist tussen de door de nieuwe leden verrichte betalingen en de door de bestaande leden ontvangen vergoedingen niet noodzakelijkerwijs direct moet zijn. Een indirecte band volstaat. Een systeem waarbij de winstkans samenhangt met de onbegrensde instroom van nieuwe spelers (en dus met de toetredingsbijdragen en inzetten) en waarbij het begrenzen van de winst (en dus de financiering van het systeem) waarschijnlijker wordt naargelang er meer spelers toetreden, lijkt zulke indirecte, maar zekere band te hebben.

Het Hof stelde nog terloops dat het Lucky 4 All-systeem hoe dan ook lijkt te kwalificeren als een oneerlijke handelspraktijk, gezien het ertoe strekt winst voor het systeem zelf te creëren, wat het Hof echter uiteindelijk aan de nationale rechter overlaat om te beoordelen.

 

Voetnoten:

  1. Arrest van 15 december 2016, Nationale Loterij C-667/15, EU:C:2016:958, beschikbaar op http://curia.europa.eu/juris/document/document.jsf?text=&docid=186265&pageIndex=0&doclang=NL&mode=lst&dir=&occ=first&part=1&cid=370905.
  2. Zie Arrest van 3 april 2014, 4Finance C-515/12, EU:C:2014:211, beschikbaar op http://curia.europa.eu/juris/document/document.jsf?text=&docid=150284&pageIndex=0&doclang=NL&mode=lst&dir=&occ=first&part=1&cid=372968.
  3. Zie punt 14, bijlage I van de Richtlijn oneerlijke handelspraktijken.

Related news

02.06.2022 BE law
Annonces de réductions de prix denouveau réglementées

Articles - La loi du 8 mai 2022 fixant les nouvelles règles relatives aux annonces de réductions de prix (nouveaux articles VI.18 et VI.19 du Code de droit économique ("CDE")) a été publiée ce 2 juin 2022 au Moniteur belge.[1] Les annonces de réductions de prix doivent dès lors toujours mentionner le prix antérieur (ci-après "prix de référence"), c'est-à-dire le prix le plus bas appliqué par l'entreprise dans les 30 jours précédant immédiatement la réduction de prix.

Read more

02.06.2022 BE law
Aankondigingen van prijsverminderingen opnieuw gereglementeerd

Articles - In het Belgisch Staatsblad van 2 juni 2022 verscheen de wet van 8 mei 2022 met nieuwe regels voor aankondigingen van prijsverminderingen (nieuwe artikelen VI.18 en VI.19 van het Wetboek Economisch Recht (“WER”))[1]. Aankondigingen van prijsverminderingen moeten dan steeds de vorige prijs (hierna “referentieprijs”) vermelden, zijnde de laagste prijs die de onderneming in de 30 dagen onmiddellijk voorafgaand aan de prijsvermindering toepaste.

Read more