Articles

Niet altijd misleiding vereist bij verboden vergelijkende reclame[1]

Niet altijd misleiding vereist bij verboden vergelijkende reclame

Niet altijd misleiding vereist bij verboden vergelijkende reclame[1]

11.01.2017 BE law

Het Hof van Cassatie heeft zich op 15 september 2016 uitgesproken over de interpretatie van artikel VI.17 §1, 3° WER, één van de voorwaarden voor geoorloofde vergelijkende reclame dat bepaalt dat vergelijkende reclame geoorloofd is.

Wanneer deze, naast de andere vereisten in het artikel, “op objectieve wijze een of meer wezenlijke, relevante, controleerbare en representatieve kenmerken van deze goederen en diensten, waartoe ook de prijs kan behoren, met elkaar vergelijkt”[2]. Het Hof baseert zijn arrest op de interpretatie die het Hof van Justitie[3] aan de equivalente bepaling in de Europese richtlijn[4] geeft (cf. artikel 4, c) van de richtlijn).

Deze bepaling bevat twee cumulatieve criteria: enerzijds met betrekking tot de kenmerken die kunnen worden vergeleken (wezenlijke, relevante, controleerbare en representatieve kenmerken) en anderzijds met betrekking tot de manier van vergelijking (op objectieve wijze). Wanneer een van voormelde voorwaarden niet vervuld is, is de vergelijkende reclame reeds ongeoorloofd. Het is in dat geval dus niet vereist – in tegenstelling tot wat geargumenteerd werd – dat de consument hierdoor misleid wordt. Het vereiste dat de vergelijkende reclame niet misleidend is, is bijgevolg enkel een andere – bijkomende –voorwaarde die ook moet vervuld zijn voor toegelaten vergelijkende reclame (zie artikel VI.17 §1, 1° WER).

Voetnoten:

  1. Hof van Cassatie, 15 september 2016, C.15.0497.F, beschikbaar op http://jure.juridat.just.fgov.be/pdfapp/download_blob?idpdf=F-20160915-2
  2. Onderlijning toegevoegd.
  3. Arrest van 19 september 2006, Lidl v. Colruyt C-356/04, EU:C:2006/585, beschikbaar op http://curia.europa.eu/juris/document/document.jsf?text=&docid=64423&pageIndex=0&doclang=NL&mode=lst&dir=&occ=first&part=1&cid=362006.
  4. Richtlijn 2006/114/EG van 12 december 2006 inzake misleidende reclame en vergelijkende reclame, OJ 2006 L 376/21, beschikbaar op http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:L:2006:376:0021:0027:NL:PDF.

Related news

26.04.2021 BE law
L’appropriation frauduleuse de listes de clients à des fins de détournement de clientèle constitue une pratique commerciale déloyale et une violation du secret d’affaires

Articles - La Cour d’appel de Gand a jugé que l’appropriation frauduleuse de listes de clients ainsi que l’utilisation de celle-ci constituent un détournement illicite de clients ainsi qu’une violation de l’article XI. 332/4 CDE (secret d’affaires).[1]

Read more

26.04.2021 BE law
L'utilisation illégale de secrets d'affaires obtenus de façon illicite conduit à une injonction temporaire de cesser une activité économique spécifique

Articles - Le président du tribunal d’entreprise de Gand a jugé que l'utilisation de secrets d’affaires obtenus de façon illicite, tels que des informations techniques sur les produits, lorsqu’une personne morale ou physique savait ou aurait dû savoir que ces derniers avaient été obtenus de façon illicite, viole l'article XI.332/4 du Code de droit économique (CDE) et est contraire à la concurrence loyale (article VI.104 CDE).

Read more

26.04.2021 BE law
Openbaarmaking en bedrijfsgeheimen, waar ligt de grens?

Articles - De Voorzitter van de Ondernemingsrechtbank te Brussel, zetelend zoals in kortgeding, heeft geoordeeld dat de openbaarmaking van een geheim productieproces door een ex-werknemer aan een concurrerende onderneming een oneerlijke handelspraktijk uitmaakt (schending van artikel XI.332 van het Wetboek Economisch Recht).[1] 

Read more

26.04.2021 BE law
Violation d’obligation contractuelle et tierce complicité – le juge des cessations peut établir l’existence d’une rupture de contrat

Articles - La Cour de Cassation a confirmé que même si les infractions liées aux pratiques de marché loyales relèvent de la responsabilité extracontractuelle, le juge des cessations, afin d’établir une éventuelle tierce complicité de la violation contractuelle, est compétent pour se prononcer sur l’existence d’une rupture de contrat à laquelle la société tierce a participé.

Read more