Articles

Misleidende handelingen en omissies[1]

Misleidende handelingen en omissies

Misleidende handelingen en omissies[1]

11.01.2017 BE law

Het Hof van Justitie heeft in een prejudiciële beslissing bijkomende duiding gegeven over de interpretatie van artikel 6 en 7 van de Richtlijn oneerlijke handelspraktijken. Deze bepalingen zijn geïmplementeerd in het Belgisch recht door de artikelen VI.97 en VI.99 WER.

De zaak betrof een reclamecampagne voor abonnementen op bepaalde televisieprogramma’s, waarbij de maandelijkse prijs bijzonder in het oog sprong terwijl de zesmaandelijkse kosten werden weggelaten of minder opvallend werden vermeld. Het Hof stelde hieromtrent dat het op de voorgrond vermelden van slechts één van de twee prijscomponenten misleidend kan zijn indien een gemiddelde consument de onjuiste indruk heeft dat hem een voordeligere prijs wordt verstrekt waardoor hij mogelijks een besluit neemt dat hij anders niet had genomen. Om na te gaan of zulke reclamespot tot een onjuiste perceptie kan leiden, dient rekening te worden gehouden met alle relevante omstandigheden, met inbegrip van de verscheidenheid aan voorstellen op televisie (die de consument van de wijs kan brengen) en het relatief aandeel van de niet in het oog springende prijscomponent. De beperkingen qua ruimte en tijd eigen aan het gebruikte communicatiemedium zijn dan weer irrelevant voor het beoordelen van het misleidend karakter.

In tegenstelling tot de beoordeling van een misleidende handeling, dient er bij de beoordeling van een misleidende omissie wel rekening te worden gehouden met de beperkingen qua tijd of ruimte die eigen zijn aan het gebruikte communicatiemedium, alsook met de maatregelen die de handelaar genomen heeft om informatie langs andere kanalen ter beschikking te stellen.[2] Door de volledige harmonisatie dient men deze factoren (samen met de feitelijke context) in rekening te brengen, zelfs indien dit niet uitdrukkelijk voorgeschreven staat door de nationale (omzettings)wet.

Het Hof stelde tot slot dat men bij een uitnodiging tot aankoop ook rekening kan houden met beperkingen eigen aan het communicatiemedium, ondanks de uitdrukkelijke lijst met essentiële informatie opgenomen in de richtlijn[3]. Omgekeerd sluit het voorzien van alle informatie op deze lijst echter niet uit dat de handelspraktijk als misleidend kan beschouwd worden.

 

Voetnoten:

  1. Arrest van 26 oktober 2016, Canal Digital C-611/14, EU:C:2016:800, beschikbaar op http://curia.europa.eu/juris/document/document.jsf?text=&docid=184853&pageIndex=0&doclang=NL&mode=lst&dir=&occ=first&part=1&cid=361798.
  2. Zie artikel 7, lid 1 Richtlijn oneerlijke handelspraktijken.
  3. Zie artikel 7, lid 4 Richtlijn oneerlijke handelspraktijken.

Related news

02.06.2022 BE law
Annonces de réductions de prix denouveau réglementées

Articles - La loi du 8 mai 2022 fixant les nouvelles règles relatives aux annonces de réductions de prix (nouveaux articles VI.18 et VI.19 du Code de droit économique ("CDE")) a été publiée ce 2 juin 2022 au Moniteur belge.[1] Les annonces de réductions de prix doivent dès lors toujours mentionner le prix antérieur (ci-après "prix de référence"), c'est-à-dire le prix le plus bas appliqué par l'entreprise dans les 30 jours précédant immédiatement la réduction de prix.

Read more

02.06.2022 BE law
Aankondigingen van prijsverminderingen opnieuw gereglementeerd

Articles - In het Belgisch Staatsblad van 2 juni 2022 verscheen de wet van 8 mei 2022 met nieuwe regels voor aankondigingen van prijsverminderingen (nieuwe artikelen VI.18 en VI.19 van het Wetboek Economisch Recht (“WER”))[1]. Aankondigingen van prijsverminderingen moeten dan steeds de vorige prijs (hierna “referentieprijs”) vermelden, zijnde de laagste prijs die de onderneming in de 30 dagen onmiddellijk voorafgaand aan de prijsvermindering toepaste.

Read more