Articles

Evaluatie van de Rechtsbeschermingsrichtlijnen door de Commissie

Evaluatie van de Rechtsbeschermingsrichtlijnen door de Commissie

Evaluatie van de Rechtsbeschermingsrichtlijnen door de Commissie

24.01.2017 BE law

Op 24 januari 2017 heeft de Commissie haar verslag over de doeltreffendheid van de Rechtsbeschermingsrichtlijnen gepubliceerd. In dit verslag worden de resultaten geanalyseerd van een openbare raadpleging die plaatsvond in 2015 en worden tevens een aantal maatregelen voorgesteld met het oog op een betere werking van deze richtlijnen. 

De rechtsbescherming inzake overheidsopdrachten wordt op Europees vlak geregeld door de richtlijnen 89/665/EEG [1] en 92/13/EEG [2]. De Rechtsbeschermingsrichtlijnen werden goedgekeurd als flankerende maatregelen ter ondersteuning van de Overheidsopdrachtenrichtlijnen. Zij beogen ervoor te zorgen dat tegen door de aanbestedende diensten genomen besluiten op doeltreffende wijze en vooral zo snel mogelijk beroep kan worden ingesteld wanneer de ondernemers van oordeel zijn dat door deze besluiten de richtlijnen inzake overheidsopdrachten werden geschonden.

De eerste Rechtsbeschermingsrichtlijnen werden gewijzigd door de Richtlijn 2007/66/EG van de Raad van 11 december 2007 [3]. Artikel 2.6 van deze richtlijn bepaalt dat de Commissie uiterlijk tegen 20 december 2012 de uitvoering van deze richtlijn dient te evalueren en aan het Europees Parlement en de Raad verslag dient uit te brengen over de doeltreffendheid ervan, en met name van de alternatieve sancties en de termijnen. Deze vooropgestelde timing kon echter niet worden gerespecteerd aangezien heel wat lidstaten nog niet klaar waren met de omzetting van deze richtlijn. Het is pas in de loop van 2015 dat door de Commissie een openbare raadpleging werd georganiseerd met als doel gegevens te verzamelen over de werking en de toegevoegde waarde van de Rechtsbeschermingsrichtlijnen. Deze raadpleging stond open voor eenieder maar richtte zich toch in het bijzonder tot aanbestedende diensten en instanties, marktdeelnemers, academici, advocaten en beroepsinstanties.

Op 24 januari 2017 heeft de Commissie haar verslag over de doeltreffendheid van de Rechtsbeschermingsrichtlijnen [4], samen de resultaten van het openbaar onderzoek [5], gepubliceerd. Hieruit blijkt dat de richtlijnen hebben bijgedragen tot meer rechtvaardigheid, transparantie, openheid en efficiëntie in de gunningsprocedures in de EU-lidstaten hetgeen essentieel is voor het vertrouwen in de overheidsdiensten. Bovendien wordt het belang van de richtlijnen bevestigd door het feit dat de economische operatoren daadwerkelijk gebruik maken van de in de richtlijnen vastgestelde rechtsmiddelen: zo waren er tijdens de periode 2009-2012 in de lidstaten ongeveer 50.000 beslissingen in eerste aanleg. Het meest voorkomende rechtsmiddel is de nietigverklaring van een beslissing, op enige afstand gevolgd door voorlopige maatregelen en intrekking van discriminerende specificaties. 

De Commissie komt tot de conclusie dat de Rechtsbeschermingsrichtlijnen, met name de door Richtlijn 2007/66/EG ingevoerde wijzigingen, grotendeels hun doelstellingen op een effectieve en efficiënte manier verwezenlijken. De Rechtsbeschermingsrichtlijnen blijven relevant en zorgen voor een blijvende toegevoegde waarde voor de EU. Vandaar dat besloten wordt de richtlijnen te handhaven in hun huidige vorm, zonder verdere wijziging in dit stadium.

Ondanks de algemene positieve conclusie van de evaluatie werden er toch ook een aantal tekortkomingen vastgesteld:

  • sommige bepalingen van de Rechtsbeschermingsrichtlijnen blijken niet helemaal duidelijk te zijn, na de aanpassingen die door de nieuwe Overheidsopdrachtenrichtlijnen van 2014 zijn ingevoerd. Zo maken verwijzingen naar "aankondiging van een opdracht" in de Rechtsbeschermingsrichtlijnen niet duidelijk dat de nieuwe Richtlijn 2014/24/EU in bepaalde omstandigheden het gebruik van een vooraankondiging mogelijk maakt, in plaats van een aankondiging van een opdracht, om uit te nodigen tot inschrijving. Ook kan worden verduidelijkt hoe de Rechtsbeschermingsrichtlijnen van toepassing zijn op wijzigingen in overheidsopdrachten en concessies, op het beëindiging van dergelijke overeenkomsten en op de ‘lichte’ regeling voor overheidsopdrachten;
  • de informatie over de nationale rechtsmiddelensystemen wordt in de meeste lidstaten niet op een gestructureerde manier verzameld en wordt zelden gebruikt met het oog op beleidsvorming. Dit maakt de beoordeling van de uitvoering van de richtlijnen moeilijker;
  • administratieve beroepsinstanties van eerste aanleg zijn in het algemeen effectiever dan rechterlijke instanties van eerste aanleg in termen van duur en normen van beroepsprocedures.

Om de zwakke punten in de werking van de Rechtsbeschermingsrichtlijnen aan te pakken en in haar streven naar een grotere convergentie van de rechtsmiddelensystemen in de lidstaten stelt de Commissie de volgende aanvullende maatregelen voor:

  • de bevordering van transparantie door het ontwikkelen van een aantal objectieve indicatoren en deze te publiceren in het kader van het “scorebord van de interne markt”;
  • het bevorderen van de samenwerking tussen beroepsinstanties van eerste aanleg en de uitwisseling van informatie en beste praktijken;
  • het voorbereiden van een aantal richtsnoeren om de praktische implementatie van de Rechtsbeschermingsrichtlijnen te vergemakkelijken;
  • het voeren van een consequent handhavingsbeleid in geval van inbreuken op de Rechtsbeschermingsrichtlijnen.

Het valt echter af te wachten of deze maatregelen zullen volstaan om in de toekomst de naleving van de materiële regels inzake overheidsopdrachten verder te blijven verzekeren, temeer daar bij de evaluatie nog geen rekening kon worden gehouden met de reële impact van de nieuwe Overheidsopdrachtenrichtlijnen op het rechtsbeschermingssysteem.

Voetnoten

  1. Richtlijn 89/665/EEG van de Raad van 21 december 1989 houdende de coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toepassing van de beroepsprocedures inzake het plaatsen van overheidsopdrachten voor leveringen en voor de uitvoering van werken
  2. Richtlijn 92/13/EEG van de Raad van 25 februari 1992 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toepassing van de communautaire voorschriften inzake de procedures voor het plaatsen van opdrachten door diensten die werkzaam zijn in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en telecommunicatie
  3.  Richtlijn 2007/66/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2007 tot wijziging van de Richtlijnen 89/665/EEG en 92/13/EEG van de Raad met betrekking tot de verhoging van de doeltreffendheid van de beroepsprocedures inzake het plaatsen van overheidsopdrachten
  4. Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad 24 januari 2017 betreffende de doeltreffendheid van de richtlijnen 89/665/EEG en 92/13/EEG, zoals gewijzigd bij Richtlijn 2007/66/EG, met betrekking tot beroepsprocedures inzake overheidsopdrachten (COM (2017) 28 final)
  5. Commission staff working document of 24 January 2017 - Evaluation of the modifications introduced by Directive 2007/66/EC to Directives 89/665/EEC and 92/13/EEC concerning the European framework for remedies in the area of public procurement/ refit evaluation accompanying the document Report from the Commission to the European Parliament and the Council on the effectiveness of Directive 89/665/EEC and Directive 92/13/EEC, as modified by Directive 2007/66/EC, concerning review procedures in the area of public procurement (SWD (2017) 13 final)
Link: Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad 24 januari 2017

Related news

13.06.2019 NL law
Afdeling stelt grens aan opleggen duurzaamheidseisen via zorgplicht of milieuvergunning op te leggen aan bedrijven

Short Reads - De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ("Afdeling") heeft op 17 april 2019 een belangrijke uitspraak gewezen voor de milieupraktijk. De Afdeling overweegt dat geen vergunningvoorschriften kunnen worden opgelegd tot het maken van een besparingsplan voor een geheel vervoerstraject van en naar de inrichting.

Read more

05.06.2019 BE law
Part two - GDPR and Public Law: Data protection in public procurement

Articles - Since the General Data Protection Regulation (“GDPR”) became applicable almost one year ago, multiple questions have arisen about its interaction with other fields of law. In this three-part blog series of “GDPR and public law”, we discuss three capita selecta of the interaction of GDPR with public law and government. In this blog we discuss some GDPR-related aspects of public procurement.

Read more

28.05.2019 NL law
Afdelingsuitspraak over vertrouwensbeginsel komt eraan, wat kunnen we verwachten?

Short Reads - Op 29 mei 2019 doet de Afdeling een belangrijke uitspraak over de werking van het vertrouwensbeginsel in het omgevingsrecht. Belangrijk, omdat de Afdeling in deze zaak een conclusie heeft gevraagd van staatsraad-advocaat-generaal Wattel en dus verwacht mag worden dat de uitspraak principiële overwegingen zal bevatten. Ter opfrissing van het geheugen in deze blog een korte samenvatting van de conclusie van Wattel van 20 maart jl., gevolgd door wat meer achtergrond. Aan het slot geef ik wat eigen overpeinzingen en verwachtingen over de uitspraak van morgen.

Read more

07.06.2019 BE law
Part three - GDPR and public law: To retroact or not?

Articles - Since the General Data Protection Regulation (“GDPR”) became applicable almost one year ago, multiple questions have arisen about its interaction with other fields of law. In this three-part blog series of “GDPR and public law”, we discuss three capita selecta of the interaction of GDPR with public law and government. In this blog we discuss the retroactive application of GDPR.

Read more

27.05.2019 BE law
Grondwettelijk Hof spreekt zich uit over de bestaanbaarheid van de schadevergoeding tot herstel bij de Raad van State met het gelijkheidsbeginsel en non-discriminatiebeginsel

Articles - Het Grondwettelijk Hof heeft geoordeeld dat artikel 11bis RvS-wet de artikelen 10-11 Gw. niet schendt en dat het dus niet onredelijk is dat de verwerende partij bepaalde gevolgen moet dragen van de keuze van de verzoekende partij, om zich tot de Raad van State dan wel de burgerlijke rechter te wenden voor het verkrijgen van een schadevergoeding.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring